Zoekresultaten 9191-9200 van de 48384 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2023:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1243

    Klacht tegen een arts, destijds werkzaam als anios bij de afdeling neurologie van een ziekenhuis. Klager is in de avond onwel geworden en per ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar heeft de arts in overleg met haar supervisor (neuroloog, eveneens aangeklaagd) de diagnose functionele stoornis gesteld. Later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct.Klager verwijt de arts dat zij een tunnelvisie heeft gehad bij de interpretatie van de symptomen van klager, dat zij de symptomen van klager als niet-acuut heeft beoordeeld op basis van het ontbreken van risicofactoren en de jonge leeftijd en daarbij de mogelijke uitzondering niet in de afweging heeft meegenomen, dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, waardoor een (trombolytische) behandeling om de schade te beperken aan klager is onthouden, en dat zij het veilig en verantwoord heeft geacht om klager in de nacht van 14 op 15 december 2020 naar huis te laten gaan, terwijl de uitvalsverschijnselen nog volop aanwezig waren en aannemelijk was dat de symptomen door een herseninfarct konden worden veroorzaakt. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gegrond, maar legt aan de arts geen maatregel op omdat het grootste deel van de tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor het handelen van de beginnende anios bij de supervisor ligt met wie steeds uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-651/AL/GLD/D

    Dekenbezwaar. De raad verklaart het dekenbezwaar grotendeels gegrond. Verweerder heeft gedurende een langere periode meerdere gedragsregels en kernwaarden geschonden, hij heeft zijn cliënten benadeeld en de deken onjuist voorgelicht. Met dit alles heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet; zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van dit handelen, is slechts een zware maatregel passend. De raad zal verweerder echter niet schrappen van het tableau, zoals de deken heeft verzocht. Een schrapping onder de gegeven omstandigheden zou erop neerkomen dat de tuchtrechter elk vertrouwen in het functioneren van verweerder heeft verloren. Weliswaar deelt de raad de zorgen van de deken over verweerder en zijn praktijkvoering, maar het is niet zo dat elk vertrouwen in zijn functioneren als advocaat ontbreekt. De raad acht daarbij van belang dat de raad een aantal onderdelen van het dekenbezwaar niet gegrond zal verklaren, verweerder slechts een keer eerder (vijf jaar geleden) door de tuchtrechter is veroordeeld en dat verweerder op de zitting van de raad inzicht in het tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelen heeft getoond en hij zijn bedrijfsvoering inmiddels (gedeeltelijk) zegt te hebben verbeterd. Verweerder zal van de raad nog een laatste kans krijgen om orde op zaken te stellen. De raad zal daarom aan verweerder de maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken opleggen, waarbij verweerder dringend wordt geadviseerd om zich (in overleg met de deken) te laten coachen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 220012

    Klacht over eigen advocaat, kwaliteit van de dienstverlening. Ongegrond, bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:17 Hof van Discipline 's Gravenhage 220031D

    De deken verwijt verweerder dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden door mee te werken aan publicaties in een krant. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat verweerder met het interview zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden, omdat hij hierin uitlatingen heeft gedaan over de persoon van zijn voormalige cliënt, bijzonderheden van de door hem behandelde zaak en de aard en omvang van de belangen van zijn voormalige cliënt. Al deze uitlatingen vallen onder het beroepsgeheim van een advocaat. De geheimhoudingsplicht ziet ook op persoonlijke waarnemingen van verweerder over (de persoon, het karakter of het uiterlijk van) klager en op zijn persoonlijke (mening over zijn) ervaringen met klager. Maatregel: Schrapping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 220009

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft de heer H. per e-mail benaderd en hem aansprakelijk gesteld, terwijl verweerder wist dat klaagster de heer H. als getuige had aangemerkt en hem als getuige had genoemd in de inleidende dagvaarding. Naar het oordeel van het hof heeft verweerder de heer H. hiermee op ontoelaatbare wijze beinvloed en in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Bekrachtiging raadsbeslissing. Berisping en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:18 Hof van Discipline 's Gravenhage 220032

    Klager (een voormalig advocaat) verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met het streven van advocaten naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen, zoals vervat in gedragsregel 24. In deze zaak gaat het om de vraag of verweerder in een interview met een krant verslag heeft mogen doen van de inhoud van een (beweerdelijke) telefoongesprek met de zaaksofficier en of verweerder daarmee jegens klager onbetamelijk heeft gehandeld, door zich publiekelijk over hem uit te laten en daarmee de indruk te versterken dat klager banden zou hebben met een criminele organisatie. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. ​​​​​Verweerder had geen belang bij het doen van belastende en schadelijke uitlatingen over klager, juist of niet. Verweerder heeft door het doen van zijn uitlatingen in het interview niet de welwillendheid die hij tegenover klager als beroepsgenoot in acht had horen te nemen, in acht genomen. Verweerder heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit (artikel 10a Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3600

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster was doorverwezen naar het ziekenhuis waar de dermatoloog werkzaam is voor een laserbehandeling van littekens op haar wang. Er hebben verschillende behandelingen plaatsgevonden, o.a. een resurfacing behandeling. Klaagster verwijt de dermatoloog dat 1) er tijdens de resurfacing behandeling iets mis is gegaan, waardoor zich een litteken heeft ontwikkeld op haar wang en 2) klaagster op de spoedeisende hulp naar huis is gestuurd met zalf. Het college oordeelt dat de beide klachtonderdelen feitelijke grondslag missen, omdat de dermatoloog die behandeling niet heeft verricht en hij ook verder er niet bij betrokken was en omdat hij heeft verklaard klaagster nooit te hebben gesproken en/of gezien tijdens zijn diensten op de spoedeisende hulp en het college geen reden ziet om aan zijn verklaring te twijfelen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 220002

    Artikel 13-beklag. Het hof is met de deken van oordeel dat klager geen belang heeft bij toewijzing van een advocaat, gelet op de al aanhangige procedure waarin dezelfde rechtsvraag voorligt, en gelet op het feit dat klager nog niet in overleg is getreden met de Ontvanger. Reeds hierom acht het hof klagers beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:19 Hof van Discipline 's Gravenhage 220033D

    Klager verwijt verweerder dat hij ten opzichte van klager gevaarzettend heeft gehandeld door zijn naam als (mogelijke) belangenbehartiger van de kroongetuige te lekken naar de pers. De klacht is door de raad gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Verweerder wist als geen ander dat betrokkenheid als belangenbehartiger van de kroongetuige in het Marengo-proces met veiligheidsrisico’s gepaard gaat. Verweerder moet zich dan ook bewust zijn geweest van het gevaarzettend karakter van zijn handelen. Van hem had dan ook uiterste voorzichtigheid en terughoudendheid mogen worden verwacht. Door desondanks zonder redelijk belang of noodzaak in verband met de zaak van de kroongetuige mededelingen over klager te doen aan een journalist, heeft hij in strijd gehandeld met de professionele verantwoordelijkheid die behoort tot de kernwaarde integriteit.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4486

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager bezocht de huisarts in de Covid-19 pandemie. Volgens klager maakte de huisarts hem belachelijk, door een piemel op haar witte doktersjas te tekenen en daarop te tikken tijdens het consult. Klager is weggelopen. De huisarts vroeg enkele dagen na het consult om uitleg aan klager, maar die kreeg zij toen niet. Klager verwijt de huisarts dat door haar handelen klager een geestesziekte aangemeerd kreeg, er een incompleet medisch dossier over hem ontstond en zorg hem werd onthouden. De huisarts heeft verweer gevoerd. Vanwege tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder doktersjassen, had de praktijk laboratoriumjassen geleend van verschillende scholen. Op verschillende jassen stonden tekeningen. Afgaand op het verhaal van klager, begreep de huisarts pas na bijna twee jaar tijdens een gesprek met klager dat er op haar jas een geslachtsdeel stond getekend en dat hij daarom plotseling was weggelopen. Het college acht de verklaring van de huisarts, hoe het geslachtsdeel op de doktersjas is gekomen, aannemelijk. Het college is niet gebleken dat de huisarts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.