Zoekresultaten 9081-9090 van de 48384 resultaten

  • Klager was vennoot van een vof met twee vennoten. Hij is van mening dat zijn medevennoot, die de administratie van de vof voerde, fraude heeft gepleegd en zichzelf ten nadele van klager heeft bevoordeeld. Volgens klager hadden de accountants, die de jaarrekeningen van de vof hebben samengesteld, dat moeten zien. De accountants hebben hem over de fraude niet behoorlijk te woord gestaan en zijn vragen over hun declaraties niet naar behoren beantwoord. Zij hebben in de ontstane wrijving tussen de vennoten geen bedreiging gezien. Wie de vof mocht vertegenwoordigen hebben zij niet vastgesteld. Aan de ex-vennoot zijn ten onrechte de LOR 2015, met een valse handtekening van klager, en de LOR 2016, bestaande uit twee A4’tjes die niet bij elkaar horen, afgegeven. De klachten zijn ongegrond. De klachten zijn niet of onvoldoende toegelicht en onderbouwd en missen een grondslag in de feiten. Klager heeft de door hem overgelegde stukken niet toegelicht. Betrokkenen hebben de klachten gemotiveerd tegengesproken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4383

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut onder meer het maken van ongepaste opmerkingen, het doen van ongewenste aanrakingen en het onzorgvuldig afhandelen van het evaluatiegesprek aan het einde van de behandelperiode. Over het maken van ongepaste opmerkingen en het doen van ongewenste aanrakingen lopen de lezingen van partijen uiteen. Het college kan daarom niet vaststellen dat de fysiotherapeut op die punten tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit het geluidsfragment van het evaluatiegesprek blijkt dat de fysiotherapeut het gesprek op zorgvuldige wijze heeft gevoerd en, toen bleek dat het gesprek stagneerde en partijen niet verder kwamen, heeft afgerond. Het was beter geweest als de fysiotherapeut zelf initiatief had genomen om nogmaals het gesprek met klaagster aan te gaan of haar naar de klachtenfunctionaris te verwijzen. Dat hij hierin geen initiatief heeft getoond en heeft afgewacht, verdient geen schoonheidsprijs, maar acht het college niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:44 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-1012/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond vanwege gebrek aan concretisering en onderbouwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2023:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/85

    Dierenarts wordt verweten koeien van klager stelselmatig op een onjuiste wijze, te weten lateraal in de bil, te hebben gevaccineerd met Bovalis Rotavec Corona. In de visie van klager heeft deze onjuiste toedieningswijze tot plekken en ontstekingen aan de zijkant van de bil van de betreffende koeien geleid en tot ernstige aandoeningen en het gedwongen moeten afvoeren en euthanaseren van dieren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-553/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4180

    Klacht tegen orthopedisch chirurg is van onvoldoende gewicht. De gebruikelijke werkwijze van de orthopedisch chirurg is dat binnen één week de verwijzer, in dit geval de huisarts, een brief wordt gestuurd met een samenvatting van het consult. In deze situatie heeft de second opinion heeft geen nieuwe relevante informatie opgeleverd en de continuïteit van de zorg aan klaagster is niet in geding geweest. De huisarts hoefde ook niet na de second opinion een deel van de behandeling op zich te nemen. Beklaagde en klaagster hebben afgesproken dat klaagster opnieuw contact op zou nemen als zij verder onderzoek wenste. Gelet op het voorgaande acht het college dit klachtonderdeel kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:58 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2022/15

    Dierenarts wordt verweten, in hoofdzaak, dat hij ten onrechte heeft geconcludeerd dat de hond van klaagster een TIA had, dat hij vervolgens onnodig tot euthanasie heeft geadviseerd en dat de hond is behandeld in een periode waarin hij als dierenarts was geschorst. Op basis van de ingediende stukken en hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft het college niet met zekerheid kunnen vaststellen dat beklaagde degene is geweest die de hond heeft behandeld. Klacht niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:43 Raad van Discipline Amsterdam 22-843/A/NH

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft zich ten opzichte van klager niet heeft gedragen zoals een behoorlijk en zorgvuldig handelende advocaat betaamt. Indien verweerder meende eerst een uitdrukkelijke akkoordverklaring te moeten hebben alvorens verdere werkzaamheden te verrichten, dan had de inhoud van elk van voormelde e-mails meer dan genoeg aanleiding voor verweerder moeten zijn geweest om klager erop te attenderen dat hij nog in afwachting was van de getekende akkoordverklaring van klager en voordien geen werkzaamheden voor hem zou verrichten. Uit deze e-mails komt duidelijk naar voren dat klager ervan uitging dat verweerder zijn zaken in behandeling had genomen en voor hem aan de slag was gegaan. Door hier niet op te reageren, heeft verweerder deze onduidelijkheid laten ontstaan en bestaan. Klacht in beide onderdelen gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken en matiging proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2023:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4046

    Klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ingeschakeld naar aanleiding van de ziekmelding van klaagster. Er hebben twee telefonische consulten plaatsgevonden en er is e-mailcontact geweest tussen klaagster en beklaagde over de belastbaarheid van klaagster. Daarnaast heeft de bedrijfsarts een belastbaarheidsprofiel laten opstellen door een verzekeringsarts. Op basis hiervan heeft de bedrijfsarts geconcludeerd dat er geen sprake is van ziekte/gebrek op grond waarvan beperkingen ten aanzien van werk geduid moeten worden. De bedrijfsarts heeft een tijdgebonden opbouw van werk en werkzaamheden geadviseerd om klaagster te laten terugkeren in haar eigen werk. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onder meer dat hij tijdens het eerste telefonische consult al een diagnose heeft gesteld, dat hij zonder met klaagster te overleggen heeft besloten tot het laten verrichten van een belastbaarheidsprofiel door een derde, dat hij geen professionele houding heeft aangenomen en dat hij zich vooringenomen heeft opgesteld. Het college verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:37 Raad van Discipline Amsterdam 23-040/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht wordt niet ontvankelijk verklaard gelet op het ne bis in idem-beginsel.