Zoekresultaten 8731-8740 van de 48407 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:87 Raad van Discipline Amsterdam 22-845/A/A

    Ongegrond verzet. De klacht is op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard wegens het overschrijden van de vervaltermijn. Herhalingen van het handelen van verweerder waarover klager te laat heeft geklaagd (uitlatingen van verweerder) kunnen leiden tot tijdigheid van de klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-016/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een advocaat over een andere advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:81 Raad van Discipline Amsterdam 22-886/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder in klachtonderdeel a) dat verweerder de zaak niet op toevoeging heeft behandeld, zoals wel was afgesproken. In klachtonderdeel b) verwijt klaagster verweerder dat door hem geen declaratie is ingediend. De raad is van oordeel dat beide klachtonderdelen ongegrond zijn. Het getuigt niet van zorgvuldigheid om eerst een toezegging te doen dat om een toevoeging wordt gevraagd, en hiertoe vervolgens niet over te gaan, maar hiermee is de grens van klachtwaardig handelen nog niet overschreden, ook al omdat verweerder de gevolgen zelf snel heeft hersteld. Verweerder heeft overtuigend uitgelegd dat sprake is geweest van een fout. Het in rekening gebrachte bedrag is aan verweerder gecrediteerd en klaagster heeft dan ook geen nadeel ondervonden van het door verweerder niet aanvragen van de toevoeging. Ook blijkt uit het voorgaande dat verweerder de declaratie aan klaagster heeft gestuurd en dat klaagster deze declaratie ook heeft ontvangen. In klachtonderdeel c) verwijt klaagster verweerder dat hij het dossier toen er onvrede was over de behandeling, zelf heeft gesloten en er verder niet meer met klaagster over heeft gesproken. De raad is van oordeel dat klachtonderdeel c) ook ongegrond is. Verweerder heeft voldoende duidelijk gemaakt wat het plan van aanpak behelsde. Verweerder heeft daarbij meteen aangegeven dat het inwinnen van advies van een medisch adviseur essentieel was voor de procedure. Op dit punt ontstond echter verschil van inzicht tussen klaagster en verweerder. Verweerder heeft hierop per brief aan klaagster aangegeven dat hij zich terugtrok en hij heeft in deze brief ook een uitleg aan klaagster gegeven over de door klaagster te volgen stappen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4574

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Klaagster was vrijwillig opgenomen in een kliniek. De opname werd na enkele dagen omgezet via een inbewaringstelling naar een verplichte opname. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist onder andere dat hij geen behandelplan en/of behandeldoelen heeft opgesteld in de tijd dat zij in de kliniek verbleef en dat hij onjuiste en onveilige zorg heeft verleend. Het college stelt vast dat het verblijf van klaagster in de kliniek relatief kort was en het karakter van een gastplaatsing had, totdat er plaats zou zijn in een geschiktere kliniek. Het komt het college niet onlogisch voor dat in een dergelijk korte periode (nog) geen volledig behandelplan wordt opgesteld, maar slechts behandeldoelen worden benoemd en opgevolgd. Verder overweegt het college dat het invoelbaar is dat klaagster haar verblijf op de acute-opname-afdeling als onveilig heeft ervaren. De aard van en de situatie op de afdeling zijn omstandigheden waar de verpleegkundig specialist echter geen invloed op heeft, net zomin als op de bezetting in en de wachtlijst voor een andere afdeling of kliniek. Naar het oordeel van het college heeft de verpleegkundig specialist verder voldoende duidelijk gemaakt dat hij oog had voor de door klaagster ervaren onveiligheid. Er is niet gebleken wat de verpleegkundig specialist anders had moeten doen om klaagster een veiliger gevoel te geven op het moment dat er geen plaats was op een andere afdeling. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:88 Raad van Discipline Amsterdam 22-462/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-983/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat verweerder de belangen van klaagsters op ontoelaatbare wijze heeft geschaad en daarmee de kernwaarde integriteit heeft geschonden. De raad neemt dat verweerder bijzonder kwalijk. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat hij zijn onjuiste handelen heeft erkend en (uiteindelijk) ook heeft hersteld. Ten slotte wordt er rekening mee gehouden dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad acht rekening houdend met alle omstandigheden het opleggen van een berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:82 Raad van Discipline Amsterdam 22-887/A/A

    Verzetzaak. Klaagster stelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door zelf grote vertragingen te veroorzaken. Klaagster stelt tevens dat verweerder expliciet heeft geweigerd voldoende informatie aan klager te verstrekken over de door hem behandelde zaken. Ook stelt klaagster dat verweerder achteraf een urendeclaratie in het geding heeft gebracht waar klager niets van weet. De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4632

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was vrijwillig opgenomen in een kliniek. De opname werd na enkele dagen omgezet via een inbewaringstelling naar een verplichte opname. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder andere dat zij geen behandelplan en/of behandeldoelen heeft opgesteld in de tijd dat zij in de kliniek verbleef en dat zij onjuiste en onveilige zorg heeft verleend. Het college overweegt dat de verantwoordelijkheid van het behandelplan en de behandeldoelen niet bij de verpleegkundige lag, en dat haar op dit punt dan ook niets te verwijten valt. Verder overweegt het college dat het invoelbaar is dat klaagster haar verblijf op de acute-opname-afdeling als onveilig heeft ervaren. Naar de aard van de afdeling worden hier (verwarde) cliënten in crisistoestand opgenomen, waardoor er op een dergelijke afdeling doorgaans veel rumoer is. De aard van en de situatie op de afdeling zijn omstandigheden waar de verpleegkundige echter geen invloed op heeft, net zomin als op de bezetting in en de wachtlijst voor een andere afdeling of kliniek. Er is niet gebleken wat de verpleegkundige anders had moeten doen om klaagster een veiliger gevoel te geven op het moment dat er geen plaats was op een andere afdeling. Klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-582/AL/NN

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder te lang heeft gewacht met het opmaken en het versturen van een conceptdagvaarding aan zijn cliënt. Ook heeft hij zijn cliënt onvoldoende geïnformeerd over hoe de procedure zou verlopen en heeft hij de bijbehorende proces- en financiële risico’s onvoldoende onder de aandacht van zijn cliënt gebracht. Verweerder heeft hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In het nadeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder al meermaals door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op alle feiten en omstandigheden is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is. De raad is van oordeel dat verweerder voor de beperkte dienstverlening (en in het bijzonder het feit dat klager de conceptdagvaarding niet van verweerder heeft ontvangen) een aanzienlijk bedrag bij klager in rekening gebracht. Gelet daarop zal aan verweerder ook een voorwaardelijke geldboete van € 2.000,- worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een bedrag van € 1.000,- aan klager betaalt. Indien verweerder dat bedrag niet, of niet tijdig, aan klager heeft betaald, dan zal verweerder alsnog de geldboete moeten betalen. De raad gaat ervan uit dat verweerder het zover niet laat komen en zijn verantwoordelijkheid richting klager neemt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:83 Raad van Discipline Amsterdam 22-934/A/A

    Raadsbeslissing; Gedeeltelijk gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 5 onvoldoende te trachten via de minnelijke weg tot een oplossing te komen met klager en diens advocaat. Daarnaast heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met gedragsregel 6 lid 1 en 2 een onvoldoende doelmatige behandeling van de zaak na te streven (lid 1) en door klager niet van zijn voornemen hem te dagvaarden op de hoogte te stellen en hem in dat verband om zijn verhinderdata te vragen (lid 2). Verweerders opstelling strookt niet met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt, temeer niet nu het een familiezaak betreft. Nu verweerder evenwel een blanco tuchtrechtelijk verleden heeft en niet is gebleken dat verweerder welbewust klager heeft willen benadelen, acht de raad de maatregel van een waarschuwing met kostenveroordeling passend en geboden.