Zoekresultaten 8121-8130 van de 48436 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 220091

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in het pensioenrecht. Klaagster heeft weliswaar heel gerichte stellingen ingenomen over welke technisch inhoudelijke punten verweerder aan de orde had moeten stellen in de procedure, maar nog geen begin van een onderbouwing aangeleverd. Bij gebrek aan onderbouwing faalt ook het beroep. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 220124 220126D

    Samenvatting: Klacht en dekenbezwaar over declareren aan klager én via een toevoeging aan de RvR gegrond. Bekrachtiging beslissing raad met verzwaring van de maatregel. Klager is ontvankelijk: in het algemeen heeft een rechtzoekende belang bij de klacht dat er dubbel is gedeclareerd, niet alleen bij hemzelf maar ook op zijn naam bij de RvR. Als verweerder al met klager zou hebben besproken dat klager afstand deed van zijn recht op gefinancierde rechtsbijstand, laat dit de klacht over dubbel declareren onverlet. Vast staat dat verweerder klager declaraties heeft gezonden, dat klager in aanmerking kwam voor een toevoeging en dat verweerder op de toevoeging drie keer extra uren heeft aangevraagd, dat hij de toevoeging heeft gedeclareerd en dat deze is uitbetaald. De stelling van verweerder dat het per ongeluk is gebeurd is ongeloofwaardig. Niet gebleken dat de toevoeging (en de daarop gebaseerde vergoeding) is ingetrokken. Verweerder heeft aldus gehandeld in strijd met gedragsregel 18 lid 2 en artikel 4 lid 2 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand. Door zowel aan klager als aan de RvR te declareren heeft verweerder laakbaar gehandeld en het vertrouwen in zijn functioneren bijna onherstelbaar geschaad. Het hof legt 12 weken schorsing, waarvan zes voorwaardelijk op (raad: vier maanden voorwaardelijk), met behoud van de door de raad opgelegde bijzondere voorwaarden (vergoeding aan klager van de door klager als gevolg van de declaraties geleden schade tot de maximumhoogte van het in artikel 48b lid 1 Advocatenwet genoemde bedrag van € 5000,- door overboeking op klagers bankrekening binnen twee weken en creditering van de aan klager gestuurde declaraties voor het totaal gefactureerde bedrag, dus ook boven het bedrag van € 5000,-).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:90 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-459/DB/ZWB

    Klacht over de advocaat van wederpartij. Verweerder mocht de houding van de gemachtigde van klaagster meewegen in de welwillendheid om mee te werken aan een later uitstelverzoek van de zijde van klager. Verweerder heeft bovendien zijn excuses aangeboden. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft gegeven.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:91 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-467/DB/ZWB

    Klacht kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij de wederpartij van klager bij te staan. Niet vast te stellen is dat verweerder betaald is uit geld dat is verworven door oplichting.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-426/DB/LI

    Klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 220255D

    Bekrachtiging beslissing raad. Niet voldaan aan herhaalde verzoeken tot het doen van CCV-opgave 2021 en evenmin aan verzoeken tot aanleveren van financiële kengetallen over 2020 (en vergelijkende cijfers over 2019). Berisping en voorwaardelijke boete van € 2.500,- die verschuldigd is als verweerder binnen vier weken aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 220275D

    Bekrachtiging beslissing raad over de Uitvraag (aanleveren van de financiële kengetallen over 2020 en de vergelijkende cijfers over 2019). In de periode van de Uitvraag 2020 koos de deken de tuchtrechtelijke weg voor de handhaving en dat was een legitieme keuze. Dat de dekens gezamenlijk hebben besloten om voor de Uitvraag vanaf 2023 - in beginsel - de bestuursrechtelijke route te kiezen, doet daaraan niet af. Verweerder heeft categorisch de verzoeken van de deken genegeerd en dat is op zich al tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat verweerder nu geen advocaat meer is maakt dat niet anders. Dat betekent wel dat er geen reden meer is om de door de raad opgelegde geldboete met de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarde te handhaven.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 210264H

    Herzieningsverzoek ongegrond. Geen fundamentele rechtsbeginselen geschonden. Hof oordeelt “ex nunc” en mag bij het opleggen van een maatregel rekening houden met alle feiten en omstandigheden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:89 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-827/DB/LI

    Klacht van advocaat tegen advocaat. De raad overweegt dat het beter ware geweest als klager en verweerder iets meer professionele distantie in acht hadden genomen en elkaar met iets meer welwillendheid tegemoet hadden getreden. Het optreden van verweerder en de inhoud van de e-mails, ook in onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de raad binnen de ruime voor een advocaat geldende bandbreedte gebleven, zodat voor tuchtrechtelijk ingrijpen geen aanleiding bestaat. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5352

    Gegronde klacht van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is een vriendschappelijke relatie aangegaan met een cliënt die zij op dat moment behandelde. Niet lang na beëindiging van de behandelrelatie ontwikkelde de vriendschappelijke relatie zich tot een seksuele relatie. De Inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij professionele grenzen heeft overschreden en in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende beroepsnormen. Het college oordeelt dat de klacht gegrond is. De verpleegkundige had geen (seksuele) relatie mogen aangaan met een aan haar zorg toevertrouwde cliënt. De verpleegkundige heeft hiermee niet professioneel gehandeld en haar beroepsnormen ernstig geschonden. Het college legt de verpleegkundige hiervoor de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.