Zoekresultaten 8101-8110 van de 48436 resultaten

  • ECLI:NL:TNORSHE:2023:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2022/49

    Klager verwijt de notaris dat deze een testament voor erflater heeft opgesteld waarin de notaris is benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder zonder dat een derde persoon is aangesteld om toezicht op de notaris te houden. Vervolgens verwijt klager de notaris dat deze er niet op toegezien heeft dat erflater een rechtsgeldig codicil opstelde. Daarnaast heeft de notaris zonder het toegezegde overleg goederen van erflater door een veilinghuis openbaar laten verkopen en reageerde de notaris niet op terugbelverzoeken van klager. Ten slotte is klager van mening dat de notaris het legaat te laat heeft uitgekeerd en daarover niet heeft gecommuniceerd. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2023:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/5246

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft zich met rug- en beenklachten tot de huisartsenpraktijk gewend, waar hij te woord is gestaan door de huisartsassistente (hierna: de assistente). Zij heeft hem geadviseerd pijnstillers te nemen tegen de pijn. Na een week heeft klager weer gebeld met de praktijk en wederom de assistente gesproken. Zij vertelde dat de huisarts naar de rug en benen van klager zou kijken als hij naar de praktijk zou komen, waartoe klager zich niet in staat achtte. Klager stelt dat er sprake is van plichtsverzuim en klaagt ook over het feit dat de assistente hem medicijnen heeft voorgeschreven zonder dat de huisarts een diagnose heeft gesteld. De huisarts stelt primair dat klager niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat een klacht in algemene zin tegen de praktijk en haar medewerkers niet mogelijk is, subsidiair stelt hij dat de klacht moet worden afgewezen. Het college is van oordeel dat de huisarts in beginsel verantwoordelijk is voor het handelen van de assistente. In zoverre is klager dus ontvankelijk in zijn klacht, maar de klacht is kennelijk ongegrond. De assistente heeft overeenkomstig het beleid van de praktijk, dat in lijn is met de standaard van het NHG, gehandeld door een inschatting te maken van de ernst van de klachten en vervolgens eerst pijnstilling te adviseren. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 230093

    Het hof is van oordeel dat klager misbruik maakt van klachtrecht. Volgens het hof moet klager er rekening mee houden dat de deken een volgend verzoek op grond van artikel 13 niet in behandeling zal nemen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 230039

    Beklag op grond van artikel 13 ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 220314

    Beklag van klaagster niet-ontvankelijk nu i) beklagtermijn ruimschoots is verlopen en ii) geen sprake is van een afwijzende beslissing van de deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 230199

    Beklag op grond van artikel 13 Aw gegrond. De deken heeft ten onrechte geoordeeld dat klager voor de door hem gewenste procedure geen bijstand van een advocaat nodig heeft. Het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het inleidend verzoek te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 210311 210312 210313

    Optreden van drie advocaten als externe onderzoekscommissie op grond van (Nederlandse) klachtenregeling van de opdrachtgever. Klachtenregeling geldt als protocol. Kernwaarde onafhankelijkheid brengt mee dat een advocaat die met zijn opdrachtgever afspreekt dat hij voor die opdrachtgever onafhankelijk onderzoek zal verrichten, in een andere relatie tot zijn opdrachtgever komt te staan dan de klassieke advocaat-cliëntrelatie. Er ontstaat dan eenrelatie met een op zichzelf staand karakter (sui generis), waarin de kernwaarde partijdigheid in beginsel niet meer geldt. Ook de kernwaarde van de vertrouwelijkheid kan niet onverkort op de advocaat-onderzoeker van toepassing zijn, omdat die op gespannen voet staat met de plicht van een advocaat-onderzoeker om objectief en onafhankelijk onderzoek te doen. Artikel 10a betreft dus de rol van de advocaat als raadsman en – zie artikel 10a sub e – vertrouwenspersoon (de klassieke advocaat-cliëntrelatie). Als de advocaat als onderzoeker optreedt, is van die klassieke situatie geen sprake en heeft de kernwaarde van de jegens de cliënt te betrachten vertrouwelijkheid geen doorslaggevende waarde. Dit in tegenstelling tot de onafhankelijkheid, die juist voorop staat. De hoedanigheid van onderzoeker brengt ook mee dat de advocaat zich transparant, integer (objectief), onafhankelijk (zelfstandig), deskundig en zorgvuldig dient te gedragen. Die verplichting heeft hij niet alleen naar de opdrachtgever maar (juist) ook naar alle andere betrokkenen bij het onderzoek en derden. Verweerders hebben in strijd gehandeld met hun onderzoeksprotocol, de Nederlandse klachtenregeling, door (alleen) aan hun opdrachtgever een concept van hun rapportage voor te leggen en tevens door de Engelse (andersluidende) klachtenregeling ten nadele van klaagsters toe te passen en een oordeel te geven over de beschadigde werkrelatie tussen klaagsters en medewerkers in Engeland, waarmee klaagsters geen rekening hebben kunnen houden en waartegen zij zich niet hebben kunnen verweren. Door zich niet (strikt) aan de klachtenregeling te houden hebben verweerders in hun hoedanigheid van externe onderzoekscommissie het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:121 Hof van Discipline 's Gravenhage 220079

    klacht over eigen advocaat in alimentatiekwestie. Klaagster kwam in beroep tegen ongegrond verklaarde klachtonderdelen. Het hof verklaart die eveneens ongegrond. Verweerster heeft actief haar best gedaan de vertrouwensbreuk te voorkomen. Niet blijkt dat zij die heeft geforceerd of uitgelokt. Verder was het niet aan verweerster om voor de zittingsaantekeningen te zorgen, nu de rechtbank aangaf geen proces-verbaal te verstrekken. Verweerster heeft actief geprobeerd met de griffier de afspraken uit de regiezitting te reconstrueren. Verder geldt dat verweerster weliswaar onvoldoende doortastend is geweest bij de indiening van het wrakingsverzoek, maar dat dit niet zo ernstig is dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Ten slotte heeft zij niet haar geheimhoudingsplicht geschonden door de beslissingen uit de zaak van klaagster te delen met de bestuursrechter, Raad voor Rechtsbijstand en de deken. Beroep faalt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:115 Hof van Discipline 's Gravenhage 220304

    Klacht over advocaat wederpartij in beslagkwestie. Verweerder heeft zich voldoende ingespannen om de processtukken op een juiste manier aan klaagster te betekenen - hij heeft voldaan aan zijn verplichtingen in de zin van het Wetboek op Rechtsvordering. Dat verweerder geen bewijs van ontvangst door klaagster overlegt, doet daar niet aan af. Verder heeft verweerder de stukken toegezonden aan het e-mailadres waarop eerder met haar is gecorrespondeerd en via whatsapp op het nummer dat bekend was bij het kantoor. Het had netjes geweest als hij de bij hem bekende gemachtigde ook had geïnformeerd over de ondernomen stappen, maar is in de onderhavige omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voor het overige bekrachtigt het hof het oordeel van de raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:122 Hof van Discipline 's Gravenhage 220068

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Anders dan de raad verklaart het hof klager ontvankelijk. De driejaarstermijn op een later tijdstip aangevangen dan door de raad aangenomen. Ongegrond.