Zoekresultaten 10781-10790 van de 48285 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2022:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/396789 / KL RK 21-179

    Klacht gedeeltelijk gegrond. De notaris had actief de nalatenschap moeten afwikkelen. Hij heeft nu vanaf 2013 als bank gefungeerd door het geld van de nalatenschap onder zich te houden. De notaris had zelf actief de erfgenamen moeten benaderen voor de afwikkeling van de nalatenschap. De schijn van belangenverstrengeling is gewekt doordat het vermogen van de moeder van klaagster onder bewind is gesteld van de stichting waarvan de notaris bestuurslid was.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:372 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-389/AL/MN

    Raadsbeslissing. Samenhang met de zaken 21-471/AL/MN/D en 21-390/AL/MN. Verweerder heeft zonder geldige reden en terwijl hij wist dat daar beslag op was gelegd door de wederpartij van klager, een groot geldbedrag van zijn derdengeldrekening naar zijn privérekening overgemaakt. Vervolgens heeft verweerder een aanzienlijk deel van dat geld opgemaakt. Verweerder heeft daarmee zowel zijn (voormalige) cliënt als de wederpartij ernstig benadeeld. Op vragen over dat geld van zijn klager en de wederpartij heeft verweerder niet gereageerd; hij heeft zich volkomen onbereikbaar gehouden. Ook heeft verweerder geweigerd om het dossier aan klager af te geven. De raad acht de gedragingen van verweerder bijzonder kwalijk en verwerpelijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en deskundigheid die van een advocaat wordt verlangd. Met dit alles heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet; zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van de feiten acht de raad de oplegging van een zware maatregel in beginsel passend. Gelet echter op de beslissing van heden in het samenhangende dekenbezwaar tegen verweerder (met nummer 21-471/AL/MN/D), die grotendeels ziet op hetzelfde klachtwaardige handelen als in deze zaak en waarin verweerder een schrapping van het tableau opgelegd heeft gekregen, zal de raad in deze zaak geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-390/AL/MN

    Raadsbeslissing. Samenhang met zaak 21-471/AL/MN/D. Verweerder heeft ter zitting van de raad verklaard dat hij een groot geldbedrag van zijn derdenrekening naar zijn privérekening heeft overgemaakt en vervolgens een deel daarvan heeft opgemaakt. De raad acht de gedragingen van verweerder bijzonder kwalijk en verwerpelijk. Verweerder heeft hiermee belangrijke regels overtreden en in strijd gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en deskundigheid die van een advocaat wordt verlangd. Verweerder heeft niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en zijn handelen heeft het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Gelet op de ernst van de feiten acht de raad de oplegging van een zware maatregel in beginsel passend. Gelet echter op de beslissing van heden in het samenhangende dekenbezwaar tegen verweerder (met nummer 21-471/AL/MN/D), die grotendeels ziet op hetzelfde klachtwaardige handelen als in deze zaak en waarin verweerder een schrapping van het tableau opgelegd heeft gekregen, zal de raad in deze zaak geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-120/DB/DH

    Advocaat wist dat zijn cliënt K in staat van faillissement verkeerde. Dit betekent dat zijn cliënt niet bevoegd was om in de procedure ex artikel 3:251 BW te verschijnen. In geval van een faillissement is enkel de curator bevoegd om namens de failliet hier in rechte te verschijnen. Onder deze omstandigheden had het op de weg van de advocaat gelegen om zich niet namens zijn cliënt in de procedure te stellen dan wel, als hij hiertoe wel wilde overgaan, klaagster en de rechter over de onbevoegdheid van zijn cliënt wegens diens faillissement in die procedure te informeren.Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-935/DB/OB

    De voorzitter heeft de toetsingsnorm ten aanzien van de kwaliteit van de dienstverlening juist toegepast. Ook overigens is niet gebleken dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter gegrond is.Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-092/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Gelet op de algemene vrijheid van een advocaat om de behandeling van een zaak neer te leggen en de wijze waarop de heer G in zijn e-mails aan verweerder de opdracht van de verkeersschool heeft teruggetrokken, mocht verweerder daaruit concluderen dat het beter was om ook de behandeling van de zaak voor klaagster te beëindigen. De hierdoor voor verweerder met de heer G ontstane vertrouwensbreuk, die zowel contactpersoon van klaagster als van de verkeersschool was, was daartoe voldoende aanleiding. Een advocaat kan niet worden gedwongen om een zaak te (blijven) doen voor een cliënt. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder zijn onttrekking als advocaat voor klaagster op financieel correcte en op zorgvuldige wijze afgehandeld. Niet is gebleken dat sprake is geweest van een ontijdige onttrekking van verweerder of van de door klaagster gestelde schade. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:103 Raad van Discipline Amsterdam 22-277/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk nu klaagster over hetzelfde feitencomplex klaagt als in een eerdere klacht die al door de tuchtrechter is beoordeeld. Voor zover klaagster in die eerdere klachtprocedure niet alle klachten ten aanzien van verweerster naar voren heeft gebracht, komt dat voor haar rekening en risico.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:90 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-264/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat gedeeltelijk niet ontvankelijk in verband met de vervaltermijn en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2030-E2021/003a

    Klacht tegen een tandarts. Verweerder heeft een reeds lopende behandeling van klaagster van een plots uit de praktijk vertrokken collega overgenomen. Klaagster verwijt verweerder (1) dat verweerder zonder overleg en toestemming de behandeling heeft uitgevoerd, (2) de behandeling onzorgvuldig heeft verricht en (3) de behandeling zo heeft uitgevoerd dat het een traumatische ervaring is geweest. Het college acht het eerste klachtonderdeel gegrond. Gezien het summiere behandelplan van de collega-tandarts dat meerdere invullingen openliet, had op de weg van verweerder gelegen om de behandeling te bespreken met klaagster om te bepalen of de verwachtingen van beiden hetzelfde waren. Het college acht de overige twee klachtonderdelen ongegrond. Dat klaagster de behandeling onzorgvuldig acht, vindt zijn grondslag in het verschil van opvatting over het te bereiken resultaat. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:110 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-321/AL/NN

    Ongegrond verzet.