Zoekresultaten 10711-10720 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3872
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 31-05-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:76
Klacht tegen een AIOS neurologie. Klager verwijt verweerder dat hij bij het stellen van de diagnose epilepsie onzorgvuldig en ondeskundig heeft gehandeld. Daarnaast was de nazorg en de communicatie na de diagnose zeer matig. Volgens het college mocht verweerder, op basis van het door hem uitgevoerde onderzoek, in redelijkheid tot de diagnose focale epilepsie komen. Daarbij komt dat hij zijn anamnese, neurologisch onderzoek, conclusie en beleid met zijn supervisor heeft besproken en deze hier achter stond. Dat de arts die een second opinion uitvoerde tot een andere diagnose kwam, betekent niet dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Wat betreft de nazorg en de communicatie komt het college tot de conclusie dat verweerder niks te verwijten valt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-091/DH/DH/D
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 20-06-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:93
Dekenbezwaar. Verweerster heeft niet gehandeld zoals een advocaat betaamt. Verweerster reageert stelselmatig niet op berichten en verzoeken van de deken ten aanzien van verschillende aangelegenheden. Verweerster belemmert de deken in haar toezichthoudende taak. Verweerster reageert ook niet op verzoeken van cliënten en collegae/confrères, waardoor cliëntenbelangen in het geding komen. Inmiddels lijkt het zich een herhalend patroon van onbereikbaarheid te zijn geworden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:100 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-263/DH/DH
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:100
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen op optreden van een advocaat in hoedanigheid van arbiter kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:141 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/685198 / DW RK 20/280 C/13/687305 / DW RK 20/378
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 21-09-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:141
Executoriale verkoop. Oneigenlijke druk. De gerechtsdeurwaarder heeft beslag op roerende zaken (inventaris) gehandhaafd en openbare verkoop aangezegd. Marginale toetsing van de titel had echter tot de conclusie moeten leiden dat deze titel niet voldoende grond biedt voor het gelegde beslag, omdat de beslagen goederen niet aan beslagenen toebehoren, maar aan een v.o.f..Daarnaast is niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder voldoende invulling heeft gegeven aan zijn verantwoordelijkheid om te onderzoeken of executoriale verkoop zou leiden tot enig verhaal voor zijn opdrachtgever, mede gelet op de omstandigheid dat de inventaris was verpand aan een derde.Verder heeft de gerechtsdeurwaarder ter beeindiging van de openbare verkoop een afspraak gemaakt met partijen. Vaststaat dat de gerechtsdeurwaarder deze afspraak niet juist in het opgemaakte proces-verbaal heeft weergegeven. Daarna heeft de gerechtsdeurwaarder de onduidelijkheid die hierdoor is ontstaan nodeloos laten voortbestaan. Voorts oordeelt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder in strijd heeft gehandeld met artikel 7 van de Verordening Normen voor Kwaliteit.Maatregel: schorsing voor twee weken. *****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2440.[ Het hof:- vernietigt de bestreden beslissing, met uitzondering van de kostenveroordeling;en, in zoverre opnieuw beslissende:- verklaart klachtonderdeel c gegrond; - legt aan de toegevoegd gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op; - verklaart alle overige klachtonderdelen ongegrond ] *****
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3865
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:83
Klacht van de IGJ tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige dat zij langdurig en in ernstige mate in strijd heeft gehandeld met de professionele grenzen door een persoonlijke en seksuele relatie aan te gaan met een cliënt. Het college overweegt dat vast staat dat de verpleegkundige de relatie is aangegaan terwijl de cliënt nog ambulante zorg ontving van de instelling. De relatie is bovendien gestart vóór er een vol jaar was verstreken na de beëindiging van de persoonlijke behandelrelatie. De verpleegkundige heeft dus geen toereikende afkoelingsperiode in acht genomen. Zij heeft, in strijd met de gedragsregels, van de relatie ook geen melding gemaakt bij de instelling. Wat betreft de maatregel overweegt het college dat voor de veiligheid en het welzijn van cliënten/patiënten het noodzakelijk is dat een zorgverlener de professionele grenzen van de beroepsgroep respecteert en in acht neemt. Dit geldt in het bijzonder voor een verpleegkundige die werkzaam is in de geestelijke gezondheidszorg – en in dit geval in een forensisch-psychiatrische instelling –, vanwege de verhoogde kwetsbaarheid van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten. De ernst van de verweten gedragingen rechtvaardigt als uitgangspunt, vanwege het gevaar voor cliënten en de nadelige gevolgen voor de cliënt in dit concrete geval, een maatregel die een beroepsbeperking meebrengt, zoals een schorsing. Door de cliënt zelf is ook een tuchtklacht ingediend tegen de verpleegkundige over het aangaan van de relatie met hem. Deze zaak (met nummer A2021/3794) is op dezelfde zitting afzonderlijk behandeld en daarin wordt vandaag ook uitspraak gedaan. Omdat het om hetzelfde feitencomplex gaat, zal het college in deze zaak – evenals in die andere zaak – de helft van de genoemde duur van de schorsing opleggen.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:135 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682670 / DW RK 20/171
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 04-10-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:135
Beslissing op verzet, ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3537
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 21-06-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:77
Klager was gedetineerd en heeft een klacht ingediend tegen een psychiater werkzaam in de instelling. Klager verwijt de psychiater dat zij ten onrechte het geneesmiddel haloperidol aan hem heeft voorgeschreven, bovendien zonder enige uitleg en voorlichting omtrent de bijwerkingen. Verder beklaagt klager zich erover dat hij de psychiater weinig heeft gezien of gesproken. De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft aan klager voorgesteld om haloperidol voor te schrijven in verband met zijn achterdocht en agitatie. Klager is het middel enkele dagen later gaan gebruiken. De psychiater heeft verklaard dat zij wel uitleg heeft gegeven over de werking en de meest voorkomende bijwerkingen van het middel. Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Het college acht het voldoende aannemelijk dat de psychiater klager heeft voorgelicht over haloperidol. De psychiater heeft het middel in een gebruikelijke dosering voorgeschreven. Bovendien is uit de voortgangsrapportage gebleken dat zij zich heeft bekommerd om het optreden van bijwerkingen. Verder is uit de voortgangsrapportage gebleken dat de psychiater en klager elkaar geregeld hebben gesproken. Het college concludeert dat de psychiater geen (tuchtrechtelijk) verwijt kan worden gemaakt en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-123/DH/DH
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 20-06-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:94
Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft een belangrijke afspraak niet schriftelijk vastgesteld en is daarmee niet zorgvuldig geweest. De raad is echter van oordeel dat deze onzorgvuldigheid van onvoldoende gewicht is om verweerster daarvan ook een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:120 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.216
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:120
Klacht tegen radioloog. Klager kwam met krampende pijn in zijn voet, enkel en onderbeen naar de spoedeisende hulp (SEH). De arts-assistent van de SEH heeft een echo van de lies en het been aangevraagd. De radioloog heeft de echo gemaakt en geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor een diep veneuze trombose. Daarna is klager naar huis gestuurd. Enkele dagen later bleek dat sprake was arteriële trombose. Klager verwijt de radioloog dat hij hem niet adequaat en niet volgens de geldende richtlijnen heeft behandeld en ten onrechte alleen onderzoek heeft verricht naar veneuze trombose en niet ook naar arteriële trombose. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGDKG:2021:142 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/684154 / DW RK 20/238
- Datum publicatie: 22-06-2022
- Datum uitspraak: 21-09-2021
- ECLI:NL:TGDKG:2021:142
Beslissing op verzet. Verbintenis onder opschortende voorwaarde. Marginale toetsing. Onzorgvuldig gehandeld. Verzet gegrond. *****UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2345, [ Het hof verklaart de gerechtsdeurwaarder niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 21 september 2021 ]*****
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1071
- Pagina: 1072
- Pagina: 1073
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten