Zoekresultaten 10601-10610 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:122 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.290
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:122
Klacht tegen SEH-arts. Klager kwam met krampende pijn in zijn voet, enkel en onderbeen naar de spoedeisende hulp (SEH). De arts-assistent van de SEH heeft een echo van de lies en het been aangevraagd. Een radioloog heeft de echo gemaakt en geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor een diep veneuze trombose. De arts-assistent heeft vervolgens overlegd met de SEH-arts, die die avond zijn supervisor was. Nadien is klager na telefonisch overleg met de internist naar huis gestuurd. Enkele dagen later bleek dat sprake was arteriële trombose. Klager verwijt de SEH-arts dat hij als supervisor heeft nagelaten om aan de radioloog opdracht te geven om met behulp van een CT‑angiografie onderzoek te doen naar een mogelijke arteriële oorzaak van zijn klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 alsnog gegrond en legt aan de SEH-arts een berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.288
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:123
Klacht tegen huisarts, destijds huisarts in opleiding (HAIOS). Klager kwam met krampende pijn in zijn voet, enkel en onderbeen naar de spoedeisende hulp. De HAIOS heeft een echo van de lies en het been aangevraagd.Een radioloog heeft de echo gemaakt en geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor een diep veneuze trombose. De HAIOS heeft hierna met de spoedeisende hulp-arts en de internist overlegd. Daarna is klager naar huis gestuurd.Enkele dagen later bleek dat sprake was arteriële trombose. Klager verwijt de HAIOS dat zij heeft nagelaten om aan de radioloog opdracht te geven om met behulp van een CT-angiografie onderzoek te doen naar een mogelijke arteriële oorzaak van de klachten van klager.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en opnieuw rechtdoende verklaart de klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel met publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1060
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 13-06-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:124
Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is na een traumatische seksuele gebeurtenis door haar huisarts naar verweerster verwezen in verband met de overtuiging van klaagster dat ze tijdens dit seksuele contact is verminkt. Klaagster verwijt verweerster in de kern dat zij haar klachten niet heeft erkend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/53
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 24-06-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:87
Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Hij verwijt de psychiater dat deze ten aanzien van klager zou hebben geadviseerd hem dwangmedicatie te geven. Het college is van oordeel dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3053
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 24-06-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:88
Klacht tegen bedrijfsarts. Klager is eenmaal bij de betreffende bedrijfsarts op consult geweest. Over beklaagdes handelen met betrekking tot dit consult heeft klager eerder een klacht ingediend bij het regionaal tuchtcollege. Deze klacht is ongegrond verklaard, waarna klager beroep heeft ingesteld. Hangende deze beroepsprocedure heeft hij bij het regionaal tuchtcollege opnieuw een klacht ingediend. Vanwege de verwevenheid van beide procedures heeft het tuchtcollege de behandeling van de nieuwe klacht aangehouden in afwachting van de beslissing van het CTG in de lopende beroepsprocedure. Het CTG heeft vervolgens beslist en in de beoordeling ook het nieuwe klachtonderdeel betrokken. Naar het oordeel van het college betreft de onderhavige klacht hetzelfde handelen als het handelen waarover het CTG onherroepelijk heeft beslist. Klacht niet-ontvankelijk wegens ne bis in idem.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:121 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.289
- Datum publicatie: 27-06-2022
- Datum uitspraak: 22-06-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:121
Klacht tegen internist. Klager kwam met krampende pijn in zijn voet, enkel en onderbeen naar de spoedeisende hulp (SEH). De arts-assistent van de SEH heeft een echo van de lies en het been aangevraagd. Een radioloog heeft de echo gemaakt en geconcludeerd dat er geen aanwijzingen waren voor een diep veneuze trombose. De arts-assistent heeft hierna telefonisch met de internist overlegd. Deze had geen duidelijke verklaring voor de klachten en heeft de arts-assistent geadviseerd om de klachten te vervolgen en klager aan te raden bij alarmsymptomen direct terug te komen. Daarna is klager naar huis gestuurd. Enkele dagen later bleek dat sprake was arteriële trombose. Klager verwijt de internist dat hij heeft nagelaten om aan de radioloog opdracht te geven om met behulp van een CT-angiografie onderzoek te doen naar een mogelijke arteriële oorzaak van de klachten van klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3662
- Datum publicatie: 24-06-2022
- Datum uitspraak: 24-06-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:85
Klacht tegen een radioloog. Klaagster verwijt verweerder dat hij de van klaagster gemaakte CT-scan niet direct ‘s nachts beoordeeld heeft en dat hij niet een ter zake kundige collega heeft geraadpleegd. In het ziekenhuis waar verweerder werkzaam is, is het gebruikelijk dat een radioloog alleen ‘s nachts door de neuroloog gebeld wordt bij spoed of onduidelijkheden. Verweerder is niet door de neuroloog gebeld die nacht, daarom acht het college dit klachtonderdeel ongegrond. Wel merkt het college op dat het deze afspraken niet juist vindt. Wat betreft het tweede klachtonderdeel was er naar het oordeel van het college geen reden voor verweerder om een ter zake kundige collega te raadplegen over de CT-scan van klaagster. Klacht ongegrond. Publicatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2022:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 210284
- Datum publicatie: 24-06-2022
- Datum uitspraak: 10-06-2022
- ECLI:NL:TAHVD:2022:120
Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klager geadviseerd over een vaststellingsovereenkomst en klager in dat verband niet hebben geinformeerd over het bovenwettelijke karakter van de hierin opgenomen alimentatieverplichting jegens zijn kinderen. Het hof gaat ervan uit dat klager na ontvangst van het vonnis van de voorzieningenrechter van 13 mei 2019 er redelijkerwijs mee bekend was of had kunnen zijn dat het beding bovenwettelijk van aard is, zodat geldt dat zijn klacht niet binnen de éénjaarstermijn als bedoeld in artikel 46g, tweede lid van de Advocatenwet is ingediend. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verklaart de klacht alsnog niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2020/55
- Datum publicatie: 24-06-2022
- Datum uitspraak: 21-06-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:83
Klacht tegen een psychiater. Klager verblijft al langere tijd in opeenvolgende tbs-klinieken. De psychiater is betrokken geweest bij zijn behandeling in een van de klinieken. Klager verwijt de psychiater dat hij onwaarheden over klager heeft verteld, dat hij zich jegens klager agressief heeft opgesteld en dat hij bij klager een onjuiste diagnose heeft gesteld. Deze klachtonderdelen zijn ook al behandeld in een eerdere tuchtzaak (G2020/55) van klager tegen deze psychiater. In de beslissing in die zaak – die nog niet onherroepelijk is ten tijde van deze beslissing – zijn de verwijten kennelijk ongegrond verklaard. Dat oordeel wordt hier als ingelast beschouwd, wat betekent dat ook deze klacht kennelijk ongegrond wordt verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3575
- Datum publicatie: 24-06-2022
- Datum uitspraak: 24-06-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:86
Klacht tegen een neuroloog. Klaagster verwijt verweerster dat zij de van klaagster gemaakte CT-scan geheel zelfstandig heeft beoordeeld zonder tussenkomst van een ter zake gekwalificeerd medisch specialist (een dienstdoende radioloog) en ten onrechte niet ook een lumbaalpunctie heeft verricht. Het college is van oordeel dat verweerster op zich niet verweten kan worden dat zij bij het beoordelen van de CT-scan van klaagster de diagnose subarachnoïdale bloeding heeft gemist. Wel had verweerster naar het oordeel van het college defensiever moeten handelen en een uitgebreidere differentiaaldiagnose moeten overwegen. Zij had de beoordeling van de CT-scan door de radioloog moeten afwachten, voordat zij klaagster naar huis liet gaan. Wat betreft het tweede klachtonderdeel het volgende. In haar diagnose ging verweerster uit van een negatieve CT-scan, die binnen 6 uur na het begin van de klachten van klaagster was gemaakt en is bevestigd door de radioloog. Verweerster heeft hiermee gehandeld volgens protocol; dit klachtonderdeel is ongegrond. Geen maatregel. Publicatie.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1060
- Pagina: 1061
- Pagina: 1062
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten