Zoekresultaten 10511-10520 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:378 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-314/AL/NN

    Naar het oordeel van de voorzitter bevatten de thans te beoordelen klachtonderdelen dezelfde verwijten aan verweerder als de klachten waarop de raad in de zaken met nummers 17-213/AL/NN en 18-498/AL/NN al een onherroepelijke beslissing heeft genomen. Dit betekent dat de klacht strandt op het hiervoor weergegeven ne bis in idem-beginsel. De stelling van klagers dat de raad in de eerdere beslissingen niet alle feiten heeft benoemd, doet hieraan niet af. Op grond van het voorgaande zal de voorzitter de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:379 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-003/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De klacht is gericht tegen het advocatenkantoor waar de advocaat die klaagsters zaak heeft behandeld, werkzaam is. De voorzitter stelt voorop dat het tuchtrecht voor advocaten ziet op klachten over het handelen van een individuele advocaat. Enkel indien het gedrag waarover wordt geklaagd alle leden van een maatschap of alle bestuurders van een vennootschap kan worden aangerekend, kan de klacht volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline worden ontvangen als gericht tegen de individuele leden van de maatschap of bestuurders van die vennootschap. Slechts in bepaalde gevallen kan een klacht tegen het kantoor ontvankelijk zijn, namelijk wanneer de klacht te maken heeft met de organisatie van het advocatenkantoor als zodanig. Dit laatste is de voorzitter op basis van de stukken niet gebleken. De klacht van klaagster ziet niet op de organisatie van het advocatenkantoor maar op het handelen en nalaten van mr. Van der W. Niet valt in te zien in welke zin daarvan tevens aan verweerster als organisatie een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt; daartoe is door klaagster onvoldoende gesteld. Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken door klaagster. Klaagster zal dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in haar klacht. Aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht komt de voorzitter niet meer toe.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-914/AL/NN

    Verzetbeslissing. De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3007

    Beklaagde, chirurg, heeft een low anterior resectie uitgevoerd bij klager. Zes maanden na deze operatie is geconstateerd dat bij deze operatie waarschijnlijk ureterletsel is ontstaan. De klacht gaat in de kern over de vraag of klager (als regiebehandelaar) kan worden verweten dat dit niet eerder is ontdekt. De dag na de operatie bleek de nierfunctie fors gedaald. Interne geneeskunde werd in consult geroepen. Deze ging uit van een prerenale oorzaak van ondervulling waarop het infuusbeleid werd aangepast. In de opvolgende dagen werd een geringe verbetering van de nierfunctie geconstateerd en geïnterpreteerd als een goede reactie op de ingestelde therapie. De internist adviseerde om de nog niet geheel herstelde nierfunctie door de huisarts te laten controleren. Het kan beklaagde niet worden verweten dat hij de conclusies en aanbevelingen van de internist heeft gevolgd en dat hij klager met ontslag heeft laten gaan zonder nader onderzoek in de vorm van - bijvoorbeeld - een echo. Beklaagde heeft echter vervolgens onvoldoende uitvoering gegeven aan de op zich genomen monitoring van de nierfunctie. Klacht gegrond zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-788/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:380 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-607/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-712/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3363

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Het staat vast dat er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag door een seksuele relatie aan te gaan met een voormalig patiënte in de periode direct na de behandeling. De verpleegkundige heeft inzicht in zijn handelen getoond en het college acht de kans op herhaling gering. Klacht gegrond, voorwaardelijke schorsing van een jaar, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3449

    Klacht tegen een longarts. De inmiddels overleden man van klaagster was in behandeling bij de longarts vanwege een longcarcinoom. Klaagster verwijt de longarts (1) dat hij op basis van een twijfelachtige diagnose is gaan behandelen en dat hij patiënt hierover niet geïnformeerd heeft en (2) dat hij de patiënt heeft laten deelnemen aan een studie, terwijl hij daarvoor niet in aanmerking kwam en waarover zij niet goed zijn geïnformeerd. Het college acht het juist en verdedigbaar dat de longarts op basis van de toen bekende klinische gegevens heeft gekozen voor deze behandeling. Het college oordeelt wat betreft het tweede klachtonderdeel dat de patiënt in aanmerking kwam voor de studie. Ook was de longarts niet gehouden om het risico van hyperprogressie te bespreken met patiënt en klaagster. Aan de informatieplicht is voldaan. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:375 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-731/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.