Zoekresultaten 10331-10340 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-133/DB/ZWB

    Klacht tegen advocaten als bestuurders van advocatenkantoor. In de specifieke omstandigheden was het beroep van verweerders op het relatiebeding van een voormalig kantoorgenoot jegens klager een gedraging die een behoorlijk advocaat niet betaamt en door desondanks zo te handelen heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur ondermijnd. Gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-889/AL/NN/D

    Dit dekenbezwaar betreft de vraag of verweerder de artikelen 10a lid 1 c en d en 46 Advocatenwet heeft geschonden, in het bijzonder door niet deskundig en integer de belangen van een cliënt te behartigen. Voorts is de vraag aan de orde of verweerder zich heeft gehouden aan de regels die gelden voor de beroepsuitoefening van advocaten in het algemeen. Verweerder erkent de bezwaren van de deken en wijt dit aan zijn ziekte. De raad heeft begrip voor de situatie maar acht het dekenbezwaar gegrond omdat verweerder naliet hulp in te schakelen toen hij heeft moeten kunnen vaststellen dat het niet meer goed ging met zijn praktijkuitoefening. Daarmee liep het belang van zijn cliënten groot gevaar. Ook het niet tijdig invullen van de CCV en het niet betalen van de hoofdelijke omslag is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het dekenbezwaar is gegrond. Verweerder krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-888/AL/NN

    Klaagster klaagt over de wijze van dienstverlening door verweerder. Door de erkenning van verweerder is komen vast te staan dat verweerder niet gehandeld heeft zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Hij is niet professioneel opgetreden door enerzijds aan te bieden een procedure te beginnen en anderzijds veel te laat aan klaagster kenbaar te maken dat hij de zaak onhaalbaar achtte. Bovendien is hij verre van doortastend opgetreden en heeft hij niet de vereiste voortvarendheid ten toon gespreid. Nadat klaagster de zaak in 2019 bij hem in behandeling had gegeven heeft hij slechts begin 2020 enig contact met klaagster gehad. Pas nadat klaagster in januari 2021 een klacht tegen verweerder heeft ingediend, heeft hij in maart 2021 weer contact met haar opgenomen. Hij heeft de zaak veel te lang laten liggen. De klacht is gegrond en verweerder krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-473/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Verweerder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat hij, onder verwijzing naar de inhoud van die depotovereenkomst, afwijzend heeft gereageerd op klagers verzoek om uitbetaling van het depot. Niet is gebleken dat zijdens verweerder sprake is van belangenverstrengeling en dat hij met nieuwe eisen kwam. Dat verweerder op grond van de depotovereenkomst gehouden was tot verstrekking van een bankafschrift blijkt voorts niet uit de overgelegde stukken, terwijl uit de gedragsregels evenmin een dergelijk verplichting voortvloeit. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-231/AL/NN

    De klachten hebben betrekking op het handelen van de advocaat van de wederpartij van klager. Er speelt een arbitrageprocedure tussen klager en familieleden over een nalatenschap. Klager verwijt verweerster zich onbetamelijk te gedragen door zich niet aan afspraken te houden. Voorts heeft verweerster niet de voorkeur gegeven aan een minnelijke regeling boven een (arbitrage)proces. Ook stelt klager dat verweerster grossiert in incidenten en procedures. Bovendien heeft verweerster zich onnodig grievend over klager uitgelaten. Ook heeft zij informatie verstrekt waarvan zij wist, althans behoorde te weten dat die onjuist is en heeft zij zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Tot slot heeft verweerster zich zonder mededeling aan de wederpartij of zonder toestemming van de wederpartij diverse malen tot het scheidsgerecht hebben gewend. De raad heeft het merendeel van de klachten ongegrond of niet-ontvankelijk verklaard. Wel is het verwijt terecht dat verweerster niet die doelmatige behandeling van de zaak heeft nagestreefd die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Zij heeft de gerechtvaardigde belangen van haar cliënten en haar wederpartij uit het oog verloren. Haar verantwoordelijkheid als advocaat in het algemeen brengt met zich mee dat zij optreedt met een zekere mate van beleid, tact, professionele distantie en waar nodig terughoudendheid waar het verdedigen van belangen van de cliënten raakt aan de positie en rechten van anderen. Dit geldt in het bijzonder in familie gerelateerde zaken. De maatregel die wordt opgelegd is een berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:131 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/705647 / DW RK 21/352 LV/WdJ

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft geen onnodige kosten gemaakt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-948/AL/MN

    Raadsbeslissing. Hoewel klaagster formeel geen partij is bij het geschil tussen klager en de cliënten van verweerder heeft zij een eigen rechtstreeks belang bij het indienen van haar klacht, omdat de klacht gaat over de e-mail die verweerder op 24 december 2019 naar klaagster heeft verstuurd. Het was verweerder duidelijk dat klager de wederpartij van zijn cliënten was en niet klaagster. Dat zij de partner van de wederpartij is en advocaat maakt niet dat gedragsregel 25 ten opzichte van haar niet geldt. Door het versturen van zijn e-mail naar klaagster, op de dag voor kerst en zonder deze ook in cc naar klagers advocaat te sturen, heeft verweerder op een onfatsoenlijke en klachtwaardige wijze druk proberen uit te oefenen op de wederpartij van zijn cliënten. De behandeling van de klacht van klager, die is overleden, zal worden gestaakt, omdat de raad geen redenen aan het algemeen belang ontleend ziet om de klacht van klager voort te zetten. Klacht deels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-419/DB/LI

    Artikel 46 g lid 1 sub a Advocatenwet. Klacht heeft betrekking op gedragingen van advocaat in 2010. Klaagster heeft geen redenen aangevoerd, waarom zij zich pas in 2022 met een klacht over de advocaat tot de deken heeft gewend. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verschoonbaar zou kunnen zijn dat de klacht buiten de termijn is ingediend.Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-856/DB/ZWB

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verzet ongegrond, omdat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-483/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van bindend adviseur. Niet gebleken dat verweerder zich bij de vervulling van zijn taak als bindend adviseur zodanig heeft gedragen dan wel misdragen of zijn taak als bindend adviseur zodanig heeft verwaarloosd dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.