Zoekresultaten 10321-10330 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-467/DB/OB
- Datum publicatie: 04-08-2022
- Datum uitspraak: 02-08-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:111
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Klager kan niet klagen over de vermelding van de adresgegevens van klagers ex-echtgenote in het exploit, omdat niet is gebleken dat klager door die vermelding rechtstreeks in zijn eigen belang is getroffen. In zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover de klacht ziet op de vermelding in het exploit van klagers eigen adresgegevens kan hij wel worden ontvangen. Verweerder kan echter geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van het feit dat in eerste instantie verkeerde adresgegevens in het exploit waren vermeld omdat de correcte betekening van exploiten tot het domein van de deurwaarder behoort. Verweerder heeft bij het doen betekenen van de dagvaarding gehandeld conform geldende wet- en regelgeving en hetgeen in de rechtspraktijk gebruikelijk is, terwijl evenmin is gebleken dat klager in zijn belangen is, nu enkel klager zelf een afschrift van dat gecorrigeerde exploit heeft ontvangen en de geheime adres gegevens noch aan de opdrachtgever, noch aan gedaagden de heer O en mevrouw B zijn medegedeeld. In zoverre kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-067/AL/NN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 27-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:160
Klagers klagen over verweerders optreden als advocaat van hun wederpartij in het kader van een arbitrageprocedure. Verweerder zou een regeling in der minne hebben gefrustreerd. Ook zou hij niet doelmatig zijn opgetreden en onvoldoende in het oog hebben gehad dat er geen onnodige kosten door zijn wederpartij zouden worden gemaakt. Klagers verwijten verweerder ook dat hij zich zonder mededeling of zonder toestemming diverse malen tot het scheidsgerecht heeft gewend. Klagers verwijten verweerder voorts dat hij “naar alle waarschijnlijkheid” getuigen heeft trachten te beïnvloeden. Andere verwijten zijn dat verweerder onbetamelijk heeft gehandeld door een klacht in te dienen tegen klagers gemachtigde. Verweerder zou ook in strijd met het arbitrale procesreglement hebben gehandeld. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard omdat ze onvoldoende onderbouwd waren dan wel van onvoldoende gewicht of geen tuchtrechtelijk verwijt inhielden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-513/DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 02-08-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:106
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de rechter heeft misleid, noch dat hij heeft samengespannen met de notaris. Ter zake de vermeende intimidatie van de deurwaarder komt klager geen klachtrecht toe. Op het moment dat verweerder klaagster rechtstreeks benaderde werd zij niet meer bijgestaan door een advocaat, dus dit stond hem vrij. Deels kennelijk ongegrond, deels niet ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-949/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:154
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door op 24 december 2019 om 12:40 uur rechtstreeks per e-mail de partner van de cliënt van klaagster te benaderen, een e-mail die niet in cc naar klaagster is gestuurd. Gedragsregel 25 lid 2 formuleert de uitzondering op de hoofdregel dat correspondentie tussen advocaten moet plaatsvinden opzettelijk beperkt: alleen mededelingen met aanzegging van een rechtsgevolg en mogen rechtstreeks aan de wederpartij worden gezonden en dan nog uitsluitend indien een kopie van die aanzegging rechtstreeks aan de advocaat van de wederpartij wordt gestuurd. Door het versturen van zijn e-mail naar de partner van de cliënt van klaagster heeft verweerder dan ook op een onfatsoenlijke wijze druk proberen uit te oefenen op de wederpartij van zijn cliënten. Dat is ten opzichte van die wederpartij klachtwaardig, maar ook absoluut niet welwillend en dus eveneens klachtwaardig ten opzichte van klaagster. Klacht gegrond. Voorwaardelijke schorsing van drie weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-225/AL/NN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 11-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:161
Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met artikel 21 Rv en de op grond daarvan geldende Beslagsyllabus, in het verzoek tot het mogen leggen van beslag niet heeft vermeld dat er tussen partijen een vonnis in kort geding was gewezen. In dat vonnis was een verbod tot tenuitvoerlegging van een tussen klager en verweerders cliënten gewezen arbitrale uitspraak afgewezen. Door het leggen van beslag werd het vonnis in het kort geding de facto ondermijnd. De raad is van oordeel dat verweerder door de inhoud van het vonnis niet in het verzoek tot het mogen leggen van beslag te vermelden, tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder heeft ter zitting erkend dat het beslagrekest niet correct is opgesteld. Het openbaar belang bij een goede rechtspleging verzet zich ertegen dat een advocaat een rechter verstoken laat van informatie waarvan de advocaat weet of moet weten dat deze wezenlijk is voor de oordeelsvorming van de rechter. De klacht is daarom gegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-085/DB/LI
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:107
Klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Optreden advocaat als (potentieel) mentor. Klachten niet aannemelijk gemaakt. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-791/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:155
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het waarschuwen van klager voor een mogelijke overtreding van gedragsregels, in dit geval de gedragsregels 25 en 27, zoals verweerster in haar e-mail heeft gedaan, is niet klachtwaardig. Niet gebleken dat verweerster haar dreiging met een klacht als pressiemiddel heeft gebruikt in de faillissementsprocedure. Van een tardief ingediende klacht is geen sprake. Dat klager dat wel zo ervaart, betekent niet dat sprake is van klachtwaardig handelen. Het is, ondanks de op de zitting gegeven toelichting door klager, niet duidelijk wat klager bedoelt met zijn stelling dat de door verweerster ingediende klacht opportuun en ‘mobbing’ is. De raad heeft daarom ook niet kunnen vaststellen of daarvan sprake is, laat staan of een dergelijk handelen klachtwaardig is. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-226/AL/NN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 11-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:162
Klager verwijt verweerster dat zij in strijd met de voorschriften op grond van artikel 21 Rv en de Beslagsyllabus verzuimd heeft in een ingediend verzoekschrift tot het leggen van beslag te vermelden dat de voorzieningenrechter in kort geding de vordering van verweersters cliënten om klager te verbieden het tussen klagers cliënt en verweersters cliënten gewezen arbitraal vonnis ten uitvoer te leggen, had afgewezen. Hoewel het rekest ingediend werd op naam van een kantoorgenoot van verweerster, is verweerster volgens klager verantwoordelijk voor deze omissie. De raad is van oordeel dat klagers verwijt terecht is. Verweerster was de behandelaar in het zeer omvangrijke en gecompliceerde dossier. Vaststaat dat zij haar kantoorgenoot heeft gevraagd een concept-beslagrekest op te stellen. Zij heeft diverse versies van het rekest beoordeeld. Die versies stonden telkens op haar naam. Naar het oordeel van de raad is enkel al (het opdracht geven tot het verzoeken om toestemming tot) het leggen van beslag onbetamelijk. Uit de uitspraak van de rechtbank waarbij de beslagen werden opgeheven blijkt dat de rechter - als hij op de hoogte was geweest van bedoelde uitspraak - niet zonder meer verlof zou hebben verleend tot het leggen van beslag. Het openbaar belang bij een goede rechtspleging verzet zich ertegen dat een advocaat een rechter verstoken laat van informatie waarvan de advocaat weet of moet weten dat deze wezenlijk is voor de oordeelsvorming van de rechter. Door dit niet te (laten) doen heeft zij Gedragsregel 8 geschonden. De klacht wordt gegrond verklaard. Verweerster krijgt een berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-132/DB/ZWB
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:108
Klacht tegen advocaten als bestuurders van advocatenkantoor. In de specifieke omstandigheden was het beroep van verweerders op het relatiebeding van een voormalig kantoorgenoot jegens klager een gedraging die een behoorlijk advocaat niet betaamt en door desondanks zo te handelen heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur ondermijnd. Gegrond met waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-761/AL/MN
- Datum publicatie: 03-08-2022
- Datum uitspraak: 25-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:156
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken dat verweerster onjuiste informatie naar klaagster heeft gemaild en dat de andere verwachtingen die klaagster blijkbaar had op de een of andere manier door verweerster bij haar zijn gewekt. Niet gebleken van bewuste actie van verweerster door op zitting te zeggen dat de advocaat van klaagster niet op een e-mail heeft gereageerd. Het stond verweerster vrij om in het belang van haar cliënt een executiegeschil te starten; geen strijd met de goede procesorde. Tot slot heeft verweerster erkend dat zij op zitting, achteraf ten onrechte, heeft gezegd dat zij een akte met producties niet heeft ontvangen. Dit is tijdens die zitting opgelost. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1032
- Pagina: 1033
- Pagina: 1034
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten