Zoekresultaten 10261-10270 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-971/DB/ZWB
- Datum publicatie: 15-08-2022
- Datum uitspraak: 08-08-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:127
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft informatieplicht geschonden. (Gedeeltelijk) gegrond, zonder maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-972/DB/ZWB
- Datum publicatie: 15-08-2022
- Datum uitspraak: 08-08-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:128
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft informatieplicht geschonden en heeft zich niet gehouden aan de financiële regels. (Gedeeltelijk) gegrond met berisping.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.278
- Datum publicatie: 15-08-2022
- Datum uitspraak: 15-08-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:144
Klacht tegen een revalidatiearts. Klager lijdt aan scoliose. In 2014 is klager verwezen naar een revalidatiecentrum. De revalidatiearts was betrokken bij de multidisciplinaire behandeling van klager, naast andere specialismen. Klager de beklaagde revalidatiearts dat hij had moeten zien dat de Cobbse hoeken bij zijn scoliose groter waren dat in het dossier vermeld was, dat hij verkeerde informatie over klagers scoliose heeft geleverd aan het UWV, dat hij op basis van de informatie van de podoloog had moeten weten dat klagers stand verslechterd was, en dat hij de mogelijkheid om geopereerd te worden niet heeft benoemd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de informatieverstrekking aan het UWV gegrond en legt daarvoor een waarschuwing op, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. De revalidatiearts is in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog in het geheel ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1166
- Datum publicatie: 15-08-2022
- Datum uitspraak: 15-08-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:145
Klacht tegen psychiater. Klager is ambtenaar en heeft bezwaar gemaakt tegen zijn ontslag. De bezwaarcommissie heeft klager in het gelijk gesteld en, omdat klager op grond van het toen geldende ambtenarenrecht niet ontslagen had mogen worden zonder onderzoek te verrichten naar de vraag of de ongeschiktheid een medische oorzaak had. De aangeklaagde psychiater heeft in opdracht van de werkgever een psychiatrische expertiserapportage opgesteld. Klager verwijt de psychiater in dat verband onder meer dat de rapportage op onvolledige en op onjuiste informatie is gebaseerd (klachtonderdeel 3), dat de psychiater heeft nagelaten klager te wijzen op het blokkeringsrecht (klachtonderdeel 4) en dat de psychiater de opmerkingen van klager op de conceptrapportage niet heeft verwerkt in/als bijlage heeft gehecht aan de definitieve rapportage (klachtonderdeel 5). Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 3 gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. De psychiater heeft beroep ingesteld tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 3 en de opgelegde maatregel. Klager heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 4 en 5. Het Centraal Tuchtcollege komt net als het Regionaal Tuchtcollege tot gegrondverklaring van klachtonderdeel 3 en ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 4 en 5. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg voor zover daarin de maatregel van berisping is opgelegd, en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1177
- Datum publicatie: 15-08-2022
- Datum uitspraak: 15-08-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:146
Klacht tegen een revalidatiearts, als medisch adviseur werkzaam voor een zorgverzekeraar. Klagers behandelaar heeft bij verzekeraar toestemming gevraagd om klager in aanmerking te laten komen MSR-therapie. De revalidatiearts is werkzaam als medisch adviseur voor de verzekeraar. Tussen de behandelaar en de revalidatiearts is over en weer correspondentie gevoerd over nadere informatie die nodig was om de aanvraag te beoordelen. De revalidatiearts heeft op enig moment het dossier van klager definitief gesloten met als reden dat de behandelaar heeft geweigerd de gevraagde informatie aan te leveren. Klager verwijt de revalidatiearts dat hij 1. bij zijn handelen ten onrechte geen onderscheid heeft gemaakt tussen zijn rol als onafhankelijk medisch adviseur en de beslissingen van de verzekeraar; 2. heeft geweigerd vragen van klager en zijn behandelaar te beantwoorden; 3. de grenzen van zijn beroepsuitoefening niet in acht heeft genomen; 4. geen dossier heeft gevormd dat voldoet aan de eisen; 5. medische gegevens heeft opgevraagd zonder de noodzakelijkheid daarvan te onderbouwen; en 6. dat hij zijn advies niet heeft opgesteld aan de hand van de toepasselijke kwaliteitscriteria. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdelen 2, 3 en 5 gegrond en legt aan de revalidatiearts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal beroep van de revalidatiearts en verklaart het incidenteel beroep van klager ten aanzien van klachtonderdeel 6 gegrond en verklaart dit klachtonderdeel alsnog gegrond. Het Centraal Tuchtcollege houdt de maatregel van waarschuwing in stand.
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-919/AL/NN
- Datum publicatie: 11-08-2022
- Datum uitspraak: 18-07-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:173
De raad verklaart een klacht over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022-3713
- Datum publicatie: 11-08-2022
- Datum uitspraak: 11-08-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:44
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat zij zonder fysiek onderzoek een FML heeft opgesteld en niet heeft gereageerd op een e-mail van klaagster waarin zij ingaat op de onjuistheden die er volgens haar in de FML staan. De bedrijfsarts heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zonder fysiek onderzoek een FML op te stellen, aangezien zij over voldoende informatie beschikte. De bedrijfsarts is niet inhoudelijk ingegaan op de opmerkingen van klaagster op de FML. Van haar mag echter worden verwacht dat zij e-mails adequaat en tijdig beantwoordt of op andere wijze zorgdraagt voor een passende reactie. Deels gegrond, zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022-3060
- Datum publicatie: 11-08-2022
- Datum uitspraak: 11-08-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:45
Bedrijfsarts wordt verweten dat zij voor het geven van haar adviezen onvoldoende informatie bij klagers behandelaren heeft ingewonnen, daarbij alleen op haar eigen indruk is afgegaan en dat zij het deskundigenoordeel van het UWV heeft genegeerd. Op grond van de STECR Werkwijzer Arbeidsconflicten mag de bedrijfsarts op haar professionele oordeel afgaan en is zij niet gehouden om advies van behandelaren in te winnen. De indicaties voor het inwinnen van informatie in de Standaard “Communicatie met behandelaars” van het Lisv gelden niet wanneer het gaat over het vermogen van de werknemer om een gesprek met de werkgever te voeren. Wachten met het uitbrengen van een advies op het deskundigenoordeel valt niet zonder meer onder de professionele normen die de bedrijfsarts in acht moet nemen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2022:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3816
- Datum publicatie: 11-08-2022
- Datum uitspraak: 11-08-2022
- ECLI:NL:TGZREIN:2022:46
Internist wordt verweten dat zij de klachten van patiënt heeft gebagatelliseerd, niet heeft geluisterd naar patiënt en zijn naasten en tekortgeschoten is in de zorg aan patiënt waardoor syndroom van Dressler is gemist; het medisch dossier onzorgvuldig heeft bijgehouden door gesprek op IC niet te vermelden en later is teruggekomen op haar uitspraak dat zij een fout heeft gemaakt. Geen sprake van bagatelliseren klachten patiënt. Internist heeft patiënt adequaat behandeld en hoefde zo laat na CABG niet meer attent te zijn op de mogelijkheid van tamponade. Medisch dossier zorgvuldig bijgehouden door gesprek IC op te nemen, verder niet gebleken dat dat internist aansprakelijkheid heeft erkend of dat zij daarop zou zijn teruggekomen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-569/DB/OB
- Datum publicatie: 10-08-2022
- Datum uitspraak: 09-08-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:125
Betreft advocaat van de wederpartij. Advocaat heeft in twee kwesties opgetreden als advocaat van de wederpartij van klager en daarbij steeds de belangen van de wederpartij van klager behartigd. De gedragsregels 12 en 15 staan hieraan niet in de weg. Klager is nooit cliënt van verweerster geweest. Niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt verweerster hiervan valt te maken. Gedragsregel 23 is evenmin van toepassing. Gedragsregel 23 ziet op het vervullen van een functie bij een college dat met geschillenbeslechting is belast. Hiervan is in deze geen sprake.Klacht kennelijk ongegrond
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1026
- Pagina: 1027
- Pagina: 1028
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten