Zoekresultaten 10251-10260 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 220113

    Artikel 13 beklag en misbruik van klachtrecht. Uit de stukken leidt het hof af dat klaagster voor dezelfde kwestie als in zaaknummer 210073 heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat. Het hof is van oordeel dat klaagster wederom niet heeft aangetoond dat sprake is van een procedure waarbij bijstand van een advocaat is voorgeschreven. Beklag ongegrond. Klaagster moet er rekening mee houden dat het hof een volgend beklag tegen de afwijzing van enig (aanwijzings)verzoek door de deken in het arrondissement Limburg, wegens misbruik van recht, buiten behandeling zal stellen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:164 Raad van Discipline Amsterdam 22-538/A/A

    Voorzittersbeslissing. kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:158 Raad van Discipline Amsterdam 22-178/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:131 Hof van Discipline 's Gravenhage 210252

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster is een psychiatrische instelling. Verweerster is de curator van haar broer die in een instelling van klaagster is opgenomen. Verweerster zou onduidelijk zijn geweest over haar hoedanigheid, zich onnodig grievend hebben uitgelaten en ten onrechte niet hebben gereageerd op een uitnodiging voor een bemiddelingsgesprek. Naar het oordeel van het hof is verweerster onvoldoende duidelijk geweest tegenover klaagster over de hoedanigheid waarin zij optrad. Zij heeft aan klaagster een aantal kritische e-mails vanuit haar kantoor-e-mailadres geschreven, waarin zij onder meer met het indienen van (tucht)klachten dreigt. In die e-mails noemt zij enerzijds haar hoedanigheid als curator, maar vermeldt zij anderzijds in de handtekening eronder dat ze advocaat is. Bovendien heeft verweerster op een gegeven moment – zonder melding te maken van een wijziging van de hoedanigheid waarin zij optrad – een kort geding aan klaagster aangezegd en heeft zij onder de dreiging van dat kort geding haar correspondentie met klaagster over curandus voortgezet, opnieuw vanuit haar kantoor-e-mailadres. Gelet hierop acht het hof dit klachtonderdeel gegrond. Overige klachtonderdelen ongegrond. Gedeeltelijke vernietiging raadsbeslissing. Bekrachtiging waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 220102

    Termijnoverschrijding instellen hoger beroep. Bijzondere omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de te late postbezorging een gevolg is van overmacht of andere omstandigheden die meebrengen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zijn niet gebleken. De enkele stelling dat door kennelijk een besmetting met het Covid-virus het opstellen en inzenden van een beroepschrift is vertraagd, levert niet zo’n bijzondere omstandigheid op. Klaagster had immers ook een derde kunnen vragen voor haar een beroepschrift in te dienen. Dat (de gemachtigde van) klaagster het beroepschrift pas op 28 maart 2022 (per post) heeft verstuurd is voor eigen rekening en risico. Het hof verklaart het beroep van klaagster niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:165 Raad van Discipline Amsterdam 22-540/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klager onder druk heeft gezet om te schikken of anderszins in strijd met de kernwaarden van de advocatuur heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:159 Raad van Discipline Amsterdam 22-083/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 220104

    Artikel 13 beklag. Klager heeft zijn aanwijzingsverzoek pas bij de deken ingediend nadat de termijn voor instellen van cassatie was verstreken en nog enkel een termijn resteerde voor herstel van een gebrek aan het door hem zelf ingediende cassatieberoep. Van klager had echter verwacht mogen worden dat hij onverwijld nadat hem was gebleken dat hij zelf geen advocaat kon vinden om namens hem cassatieberoep in te stellen, de deken had benaderd met het verzoek om aanwijzing van een advocaat en (daarmee) dat hij de cassatietermijn niet ongebruikt had laten verlopen. Uit deze gang van zaken volgt dat klager door zijn eigen handelwijze een situatie heeft gecreëerd dat van de deken in redelijkheid niet kan worden verlangd in deze fase gebruik te maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid. Het hof verklaart het beklag van klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:34 Accountantskamer Zwolle 20/1961 Wtra AK

    Klacht AFM naar aanleiding van twee wettelijke controles. Klacht grotendeels gegrond; strijd met fundamenteel beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; oplegging maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van drie maanden. Betrokkene is bij beide wettelijke controles onvoldoende professioneel-kritisch geweest en hij is op meerdere punten tekortgeschoten in het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie. Ook rekent de Accountantskamer het betrokkene aan dat hij een van beide controledossiers inhoudelijk heeft gewijzigd zonder daarbij de toepasselijke regelgeving volledig en strikt na te leven.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-970/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat.Verweerder heeft informatieplicht geschonden. (Gedeeltelijk) gegrond, geen maatregel.