Zoekresultaten 10241-10250 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:155 Raad van Discipline Amsterdam 22-319/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft niet voldaan aan de herhaalde verzoeken van de deken tot het doen van de CCV-opgave over het jaar 2021 en het eveneens niet te voldoen aan de verzoeken tot het aanleveren van de financiële kengetallen over 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019). Op verweerder rust de betamelijkheidsverplichting de CCV-opgave tijdig te doen (zie ook beslissing van de raad van 28 oktober 2016, ECLI:NL:TADRAMS:2016:216). Daarnaast staat met de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) verweerders verplichting de kengetallen aan te leveren vast. De raad komt tot de slotsom dat verweerder door niet te voldoen aan de CCV-opgave en aan de uitvraag van de kengetallen in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29 heeft gehandeld. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding verweerder een voorwaardelijke boete op te leggen van € 2.500,- en daarbij te bepalen dat deze boete verschuldigd is indien hij niet uiterlijk vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt. Daarnaast ziet de raad aanleiding verweerder een onvoorwaardelijke maatregel op te leggen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn antecedentenlijst, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1042

    Klacht van tandarts tegen collega-tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij:1. een patiënt opzettelijk in de waan heeft gebracht of gelaten dat de mondhygiënist van klager een verkeerde diagnose had gesteld en verzuimd heeft een status te maken;2. daarmee bedrog heeft gepleegd door deze patiënt een valse verklaring te laten opstellen;3. deze verklaring in tuchtrechtelijke procedures tegen klager heeft ingebracht en daarmee voordeel geniet uit oneerlijke mededingen;4. geen berouw of zelfinzicht heeft getoond;5. een gewoonte maakt van het mislieden van patiënten voor parodontologie.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1, 4 en 5 en verklaart klachtonderdelen 2 en 3 kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:162 Raad van Discipline Amsterdam 22-329/A/A

    Gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het bedrag dat hij ten behoeve van klaagster in depot had aan de wederpartij van klaagster te retourneren, waardoor klaagster schade heeft geleden. Hiermee heeft verweerder de kernwaarde financiële integriteit geschonden. Verweerder heeft geen enkel inzicht getoond in zijn eigen handelen. Dit baart de raad zorgen. De raad acht een berisping daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 220110

    Artikel 13 beklag. Klager wenst bijstand van een advocaat voor twee bestuursrechtelijke kwesties. De deken heeft in dat verband terecht aangevoerd dat in beide gevallen geen sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Het hof merkt daarbij op dat artikel 13 Advocatenwet een vangnetvoorziening is. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:156 Raad van Discipline Amsterdam 22-281/A/A/D

    Dekenbezwaar in beide onderdelen gegrond. Verweerder heeft niet voldaan aan het verzoek van de deken om de financiële kengetallen over het boekjaar 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019) aan te leveren. Evenmin heeft verweerder over het boekjaar 2020 een jaarrekening vastgesteld. Op grond van de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) zijn advocaten gehouden medewerking te verlenen aan het in de vorm van preventief toezicht door de deken collectief uitvragen van de financiële kengetallen. Tevens rust op advocaten gelet op de administratieplicht uit artikel 2:10 en 3:15i BW en artikel 6.5, lid 1, onder b, van de Voda de plicht binnen zes maanden na afloop van een boekjaar een jaarrekening of balans en staat van baten en lasten vast te stellen. Door hier niet aan te voldoen heeft verweerder gehandeld in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding verweerder een voorwaardelijke boete op te leggen van € 2.500,- en daarbij te bepalen dat deze boete verschuldigd is indien hij niet uiterlijk vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt. Daarnaast ziet de raad aanleiding verweerder een onvoorwaardelijke maatregel op te leggen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn antecedentenlijst, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3736

    Klacht tegen een internist-intensivist. Klager is de partner van een overleden patiënte. Klager verwijt verweerster dat zij nalatig is geweest in het onderzoek en in de behandeling van de patiënte. Verweerster heeft volgens klager het ziektebeeld niet serieus onderzocht, heeft de patiënte met medicatie in slaap gebracht en heeft verder geen actie ondernomen. Het college overweegt dat het behandelbeleid van verweerster adequaat was. Dat verweerster bij de behandeling van de patiënte nalatig of te afwachtend zou zijn geweest, is het college niet gebleken. Het is juist dat verweerster de patiënte met medicatie in slaap heeft gebracht. Het college begrijpt dat dit erg aangrijpend is geweest voor klager. Dit is echter gebruikelijk bij een intubatie en dit kan verweerster dan ook niet worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.068

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is door haar huisarts naar verweerster doorverwezen voor behandeling in verband met angst- en dwangklachten. Bij deze behandeling was een psychiater als regiebehandelaar betrokken. De klacht heeft betrekking op de behandeling, doorverwijzing en dossiervoering door verweerster. Klaagster verwijt verweerster verder dat zij klaagsters privacy heeft geschonden en invloed heeft uitgeoefend op andere hulpverleners. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:163 Raad van Discipline Amsterdam 22-584/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder onredelijke procestechnieken toepast of badinerende opmerkingen over klager heeft gemaakt. Evenmin is gebleken dat verweerder in strijd handelt met wat van een advocaat, in het bijzonder een Vfas-advocaat, mag worden verwacht noch dat de zoon van klager en de vrouw het slachtoffer is van slimme trucs van verweerder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:157 Raad van Discipline Amsterdam 22-280/A/A/D

    Dekenbezwaar in beide onderdelen gegrond. Verweerder heeft niet voldaan aan het verzoek van de deken om de financiële kengetallen over het boekjaar 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019) aan te leveren. Evenmin heeft verweerder over het boekjaar 2020 een jaarrekening vastgesteld. Op grond van de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) zijn advocaten gehouden medewerking te verlenen aan het in de vorm van preventief toezicht door de deken collectief uitvragen van de financiële kengetallen. Tevens rust op advocaten gelet op de administratieplicht uit artikel 2:10 en 3:15i BW en artikel 6.5, lid 1, onder b, van de Voda de plicht binnen zes maanden na afloop van een boekjaar een jaarrekening of balans en staat van baten en lasten vast te stellen. Door hier niet aan te voldoen heeft verweerder gehandeld in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding verweerder een voorwaardelijke boete op te leggen van € 2.500,- en daarbij te bepalen dat deze boete verschuldigd is indien hij niet uiterlijk vier weken na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan de deken de gevraagde informatie heeft verstrekt. Daarnaast ziet de raad aanleiding verweerder een onvoorwaardelijke maatregel op te leggen. Gelet op de ernst van de aan verweerder gemaakte verwijten en zijn antecedentenlijst, acht de raad de maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3572

    Longarts. Kleincellige longkanker. Klacht: Tijdens telefonisch consult verzoek om second opinion afgewezen. Als toch second opinion, zou arts behandeling staken en zouden de gevolgen voor patiënt zijn. Andere klachtonderdelen ingetrokken.College: geen weigering mee te werken aan second opinion. Longarts mocht second opinion afraden (geen andere behandeling in Nederland, noodzaak snel starten behandeling en fysieke toestand). Gedurende second opinion niet starten chemotherapie niet verwijtbaar. Arts heeft ter zitting goede uitleg gegeven. Dit had toen beter gekund, maar dat is niet het tuchtrechtelijk toetsingskader. Ongegrond. Geen voortzetting in algemeen belang andere klachtonderdelen.