Zoekresultaten 10151-10160 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-079/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft herhaalde verzoeken van de advocaat van klager om geïnformeerd te worden over de status van de aangekondigde aangifte tegen klager genegeerd. Onbehoorlijk dat zij niet heeft gereageerd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 210306D

    Dekenbezwaar. De raad heeft het dekenbezwaar deels gegrond verklaard. Ontvankelijkheid dekenbezwaar. Gedragingen van verweerder hebben zich niet louter in de privésfeer afgespeeld althans zijn zodanig met diens hoedanigheid van advocaat verweven dat vol getoetst moet worden aan artikel 46 Advocatenwet. Vrijheid van meningsuiting. Bijzondere aard van het beroep van advocaat brengt met zich dat hun optreden in het openbaar discreet, eerlijk en waardig dient te zijn. De door een advocaat gebruikte bewoordingen vinden hun begrenzing in de betamelijkheid. Verweerder heeft de waardigheid en integriteit van de beroepsgroep in het geding gebracht. Verweerder heeft in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Het hof verwerpt het beroep tegen het oordeel van de raad. Bekrachtiging. Voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-078/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft te snel naar een te zwaar middel gegrepen door in reactie op de dreiging van klager met het indienen van een tuchtklacht tegen haar cliënt, aan te kondigen aangifte tegen klager te doen. Daarmee heeft zij de onderlinge verhoudingen onnodig op scherp gezet. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-077/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft in reactie op de dreiging van een tuchtklacht tegen hem, met zijn advocaat ervoor gekozen een zwaar middel in te zetten door aan te kondigen dat hij aangifte jegens klager zou doen. Niet proportioneel. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-729/DH/DH

    Verzet deels gegrond, omdat de voorzitter een verkeerde maatstaf heeft gebruikt. Klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-108/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:172 Raad van Discipline Amsterdam 22-316/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerster is EU-advocaat en heeft niet voldaan aan de herhaalde verzoeken van de deken tot het doen van de CCV-opgave over het jaar 2021 en evenmin aan de verzoeken tot het aanleveren van de financiële kengetallen over 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019). Op verweerster rust de betamelijkheidsverplichting de CCV-opgave tijdig te doen (zie ook beslissing van de raad van 28 oktober 2016, ECLI:NL:TADRAMS:2016:216). Daarnaast staat met de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) verweersters verplichting de kengetallen aan te leveren vast. De raad komt tot de slotsom dat verweerster door niet te voldoen aan de CCV-opgave en evenmin aan de uitvraag van de kengetallen in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29 heeft gehandeld. De raad ziet echter in dit geval geen aanleiding om een maatregel op te leggen. Verweerster heeft slechts een korte periode als EU-advocaat op het Nederlandse tableau ingeschreven gestaan en is inmiddels uitgeschreven. Bovendien heeft zij erkend dat zij de regels niet heeft nageleefd en hiervoor haar verontschuldigingen aangeboden. Nu van verkeerde intenties van de kant van verweerster geen sprake lijkt te zijn, maar het niet-naleven van de regels veeleer verband lijkt te houden met een taalbarrière en onbekendheid met de geldende regels en verplichtingen, dient oplegging van een maatregel in dit geval geen redelijk (tuchtrechtelijk) doel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1142

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. De zoon van klager heeft zich voor behandeling bij de praktijk waar beklaagde werkzaam is aangemeld. Enkele weken na het eerste intakegesprek heeft beklaagde in verband met zijn vakantie de zorg overgedragen aan een collega-psycholoog. Kort voordat het tweede gesprek met deze collega zou plaatsvinden is de zoon door suïcide overleden. De verwijten van klager betreffen de behandeling van de zoon, de overdracht aan de collega voor de waarneming tijdens vakantie, het niet informeren van de nabestaanden over het onderzoek naar het incident, het niet voldoen aan de KNMG-richtlijn over inzagerecht nabestaanden en de aan de nabestaanden geboden nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de geboden nazorg gegrond, legt aan de beklaagde een berisping op en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Het incidenteel beroep van beklaagde wordt wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:173 Raad van Discipline Amsterdam 22-572/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers gegevens uit de registers van het kadaster in te brengen. Van een (onrechtmatige) schending van de privacy van klager is geen sprake. Dat verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan doxing heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1134

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een klacht ingediend over de Pro Justitia rapportage die over hem is opgesteld in het kader van een strafzaak. Klager heeft een tuchtklacht ingediend tegen de gz-psycholoog die volgens klager in de conceptfase van het Pro Justitia rapport aan de rapporterende psycholoog feedback heeft gegeven op de rapportage, maar klager heeft deze gz-psycholoog niet bij naam (kunnen) noemen. Het NIPF heeft de naam van de gz-psycholoog feedbackgever niet willen vrijgeven, omdat de feedback uitsluitend bedoeld is voor intern overleg en beraad. Deze klacht is door het Regionaal Tuchtcollege behandeld met vermelding van de beklaagde gz-psycholoog als N.N. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing overwogen dat het standpunt van het NIFP correct is, dat de klacht geen kans van slagen heeft en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard met publicatie in geanonimiseerde vorm. In beroep heeft klager de beklaagde gz-psycholoog voor het eerst gekoppeld aan een met naam genoemde gz-psycholoog verbonden aan het NIFP. Het Centraal Tuchtcollege gaat ervan uit dat klager in beroep de verkeerde persoon als beklaagde heeft aangewezen, doet de zaak in beroep zelf af en verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht omdat het klaagschrift niet aan de eisen voldoet.