Zoekresultaten 10141-10150 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-215/DB/OB

    Advocaat heeft in mediation tussen partijen opgesteld concept-ouderschapsplan, waarover partijen geen overeenstemming hadden bereikt, in een gerechtelijke procedure betreffende het gezag en omgang aan de rechtbank overgelegd. Voor het welslagen van een mediation is de tussen partijen gelden geheimhoudingsplicht van groot belang. Advocaat/mediator mag hiermee bekend worden verondersteld en dient daarnaar te handelen. Verweerster heeft desalniettemin welbewust het tijdens de mediation tussen haar cliënt en klaagster opgesteld concept ouderschapsplan, , als productie aan het verzoekschrift gehecht. Advocaat heeft ook toen zij op de hoogte was van de over haar ingediende klacht geen aanleiding gezien om de rechtbank te verzoeken het door haar als productie overlegde concept ouderschapsplan als niet ingediend te beschouwen.Klacht gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-093/DH/RO

    Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan een beroepsfout die voorkomen of hersteld had kunnen worden. Verweerder heeft door zakelijke en privébelangen te vermengen zijn onafhankelijkheid en integriteit op het spel gezet. Verweerder heeft zich onbeschoft uitgelaten tegen klager en hij heeft zonder grond volhard in zijn weigering om het dossier van klaagster aan de opvolgend advocaat te verstrekken. Dit alles is onbetamelijk en vergt dat een zware maatregel wordt opgelegd aan verweerder. Verweerder heeft in strijd met meerdere kernwaarden gehandeld (onafhankelijkheid, integriteit, deskundigheid). Verweerder heeft antecedenten op het vlak van kwaliteit van dienstverlening en financiële integriteit; hij heeft in dat verband al meerdere maatregelen opgelegd gekregen die in zwaarte opliepen. Naar het oordeel van de raad is gelet op het voorgaande de maatregel van schrapping van het tableau passend.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2022:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 712693 / NT 22-2

    De notaris heeft in zijn verweerschrift en ook ter zitting erkend dat hij met [de advocaat] over klaagster heeft gesproken. Het ging daarbij volgens de notaris over ‘het patroon bij klaagster van het indienen van tuchtklachten’.Vast staat dat de echtscheidingsprocedure tussen klaagster en haar ex-echtgenoot niet is afgewikkeld en dat in verband daarmee nog een depotbedrag op de derdenrekening van de notaris staat. Dit bedrag moet nog tussen klaagster en haar ex-echtgenoot worden verdeeld. Klaagster heeft ter zitting verklaard dat [de advocaat] in de echtscheidingsprocedure aanvankelijk mede namens haar en vervolgens alleen voor haar ex-echtgenoot optreedt. Wat verder ook zij van de inhoud van het gesprek tussen de notaris en [de advocaat], deze omstandigheid had de notaris ervan moeten weerhouden zich tegenover [de advocaat] over klaagster uit te laten. De notaris heeft daarom niet gehandeld zoals het een behoorlijk notaris betaamt. In zoverre is de klacht gegrond. De notaris heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot een ander oordeel leiden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:74 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/390896 / KL RK 21 - 118

    De kamer overweegt dat ook een rechtzoekende met een indirect of afgeleid belang bij de klacht, als belanghebbende aangemerkt kan worden. Dit neemt echter niet weg dat het moet gaan om een eigen belang van de rechtzoekende. Daarvan is in het geval van klager geen sprake. Het gaat klager immers om de tijd en moeite die hij heeft besteed aan de behartiging van het eigen belang van klaagster. Ook voelt klager zich samen met zijn echtgenote persoonlijk verbonden met de geschiedenis van klaagster. Deze omstandigheden maken echter niet dat het belang van klaagster in deze klachtprocedure tevens zou hebben te gelden als een eigen belang van klager bij deze klachtprocedure. Klager is daarom terecht niet in zijn klacht ontvangen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:75 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/ 356395 KL RK 19 - 98

    De voorzitter overweegt dat de door (de gemachtigde van) klaagster overgelegde getuigenverhoren uitsluitend zien op feiten en omstandigheden die ten tijde van de indiening van de oorspronkelijke klacht van klaagster reeds bekend waren en deze feiten en omstandigheden zijn ook aan de oorspronkelijke klacht ten grondslag gelegd en bij de beoordeling daarvan meegenomen.Het enkele gegeven dat bedoelde feiten en omstandigheden nadien door de getuigenverhoren nader zijn ingekleurd brengt in het voorgaande in beginsel geen verandering. Bedoelde feiten en omstandigheden waren bovendien bij (de gemachtigde van) klaagster en de tuchtrechter bekend voorafgaand aan en ten tijde van de uitspraak. Er is dus geen grond om aan te nemen dat de tuchtrechter op grond van de door de getuigenverhoren nader ingekleurde feiten en omstandigheden tot een andere uitspraak zou zijn gekomen. Geen grond daarom voor herzieningsverzoek en vanwege ne-bis-in-idem beginsel ook niet voor indiening nieuwe klacht. Voorzitter verklaart klager niet-ontvankelijk althans klacht /herzieningsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:133 Hof van Discipline 's Gravenhage 210354D

    Dekenbezwaar, ambtshalve voortgezet om redenen van algemeen belang. De deken heeft bezwaar tegen het door verweerder toepassen van een boetebeding. Het hof is van oordeel dat de afspraak over het boetebeding onduidelijk is. Verweerder heeft dus niet voldaan aan de eis dat hij (voldoende) duidelijk was over de financiële afspraken en is daarmee tekortgeschoten in zijn informatieplicht aan de betreffende cliënt over de financiële consequenties bij het tussentijds beëindigen van de zaak. Behalve op de zorgvuldigheid van de door verweerder gemaakte afspraken, ziet de klacht op de meer fundamentele vraag of het boetebeding in tuchtrechtelijke zin toelaatbaar is. Het hof overweegt hiertoe dat ook als het boetebeding voldoende duidelijk in de opdrachtbevestiging zou zijn opgenomen, een dergelijk beding in tuchtrechtelijke zin niet geoorloofd is. Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van de raad. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-361/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond. Onvoldoende aangetoond door klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 210350

    Artikel 13 beklag. Klager vindt dat hij de vrijheid moet hebben om bij de deken van zijn keuze een aanwijzingsverzoek in te dienen. Wat er van de stellingen van klager ook zij, de uitleg die hij voorstaat vindt geen steun in de wet. Het hof is met de deken van oordeel dat de deken niet bevoegd is om een advocaat aan te wijzen voor een procedure in een ander arrondissement dan waar hij deken is. De zaak waarvoor klager bijstand nodig heeft dient bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Dit betekent dat de deken Midden-Nederland dus niet bevoegd is. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-362/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat die alleen geregistreerd stond als advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van feitelijke werkzaamheden of optreden tegen klager. Geen voldoende rechtstreeks belang, daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 210351

    Klacht over advocaat wederpartij. Klagers zijn schuldeiser van de cliënt van verweerder. Vanwege een groot risico op faillissement van de cliënt heeft verweerder zowel klagers als de cliënt geadviseerd voor zover de belangen parallel liepen (het voorkomen van een faillissement). De verwijten zien op de communicatie naar beide partijen, het optreden naar buiten, het opstellen van een sleutelovereenkomst en het declareren bij klagers voor werkzaamheden. Verweerder heeft in zijn optreden de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid en integriteit ernstig geschonden. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad, op een enkel klachtonderdeel en de maatregel na. Verweerder heeft inzicht getoond in de ernst van zijn handelen een blanco TV. Het hof vernietigt daarom het onvoorwaardelijke deel van de schorsing. 6 weken voorwaardelijk.