Zoekresultaten 10071-10080 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:35 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/126

    Dierenarts wordt verweten in algemene zin mee te werken aan de malafide hondenhandel, dat zij daarnaast met betrekking tot een pup geen volledige gezondheidscheck heeft uitgevoerd, dat zij de pup niet heeft gevaccineerd en een onvolledig ingevuld dierenpaspoort heeft afgegeven. Het college acht de klacht met betrekking tot de afgifte van het dierenpaspoort bewezen en gegrond. Volgt waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-548/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de curator in een faillissement kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:29 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/36

    Dierenarts wordt verweten niet adequaat te hebben gehandeld met betrekking tot de klachten die een paard kreeg na een behandeling in het kader van hoefbevangenheid. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 5867

    Verweerder komt in hoger beroep. De raad heeft een klacht tegen hem gegrond verklaard en een schorsing opgelegd. Het beroep van verweerder betreft formele punten, waaronder de termijn waarbinnen de klacht is ingediend, de doorgang van de zitting en de stelling dat de raad van discipline niet onpartijdig is. Het beroep op de onredelijke klachttermijn slaagt. De overige grieven falen. Verweerder wist van de zitting van de raad, dus het risico van niet-verschijnen vanwege verblijf in het buitenland blijft voor zijn rekening. Ter zake van de onpartijdigheid van de raad, overweegt het hof: - dat op de tuchtrechtspraak voor advocaten artikel 6 EVRM van toepassing is omdat de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen in het geding kan zijn; - dat de gewenste deskundigheid bij de behandeling rechtvaardigt dat de colleges ten dele zijn samengesteld uit beroepsgenoten, en dat dit onvoldoende grond is voor de veronderstelling dat dit afbreuk zou doen aan de onpartijdigheid van de colleges, - dat de wijze van benoeming (bij wet geregeld, voor een vaste termijn, voor de leden-advocaten voor ten hoogste vier jaar) en de regeling van incompatibiliteiten voldoende waarborgen biedt voor onafhankelijkheid van de leden, - dat daarnaast de samenstelling van het hof, dat in meerderheid bestaat uit met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht, nog een extra waarborg biedt voor een onafhankelijke en onpartijdige behandeling in hoger beroep. De grief dat geen sprake is van een onpartijdige behandeling van zijn zaak faalt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-603/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2003:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 3713

    In deze beslissing (uit 2003) overweegt het hof van discipline dat de tuchtprocedure niet valt onder de werking van art. 6 lid 3 EVRM valt (criminal charge). Het tuchtrecht bevat geen normen die de hele bevolking kunnen treffen en de maatregelen hebben qua aard en zwaarte geen strafrechtelijk karakter. Het beroep van verweerder tegen de beslissing van de raad, waarin een schorsing is opgelegd, faalt. Voor zover in hoger beroep aan de orde bekrachtigt het hof het oordeel van de raad: Verweerder had een vervanger moeten regelen toen hij niet kon optreden als gemachtigde ter zitting voor zijn cliënt en verweerder heeft niet meegewerkt aan het onderzoek van de deken. Schorsing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:30 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/33

    Dierenarts wordt verweten dat hij niet adequaat heeft gehandeld vanaf het moment dat de zieke kat van klaagster bij hem werd aangeboden, door geen nader onderzoek of een behandeling in te stellen en daarover aan klaagster ook geen informatie te verstrekken. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2022:31 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/38

    Dierenarts wordt verweten dat hij een paard, tegen gemaakte afspraken in, op een voor klaagster ingrijpende en ongewenste wijze, te weten middels een schietmasker, heeft geëuthanaseerd. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1101

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is eind 2019 een aantal keren bij de huisarts geweest met klachten van duizeligheid en nekklachten. Bij het laatste consult heeft de huisarts klaagster verwezen naar de neuroloog voor een beoordeling zonder delay. De neuroloog stelde een HNP C3-C4 met wortelcompressie links, C4-05 wortelcompressie beiderzijds en myelopathie rondom niveau C3-C4. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en dat hij niet adequaat heeft gehandeld. Volgens klaagster heeft de huisarts haar te laat doorverwezen naar een neuroloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1189

    Klacht tegen huisarts. Klager melde zich op de HAP omdat er iets in zijn rechteroog terecht was gekomen. De behandeling van de AIOS heeft niet tot een succesvolle verwijdering van het corpus alienum geleid. Vervolgens heeft de huisarts zelf pogingen ondernomen. Toen er ineens helder vocht vrijkwam en klager aangaf veel minder te zien, heeft de huisarts de behandeling gestaakt. Klager is diezelfde avond door een oogarts gezien en is nadien meerdere keren geopereerd. Dit heeft niet tot volledig herstel van het zicht van klagers oog geleid. De klacht houdt in dat de huisarts I) een onervaren AIOS zonder goede supervisie klagers oog niet volgens de NHG-standaard heeft laten behandelen, II) klager vervolgens zelf verwijtbaar, verkeerd en onzorgvuldig, niet volgens de NHG-standaard heeft behandeld, III) klager niet volgens de NHG-standaard direct, op zijn verzoek naar een oogarts heeft doorverwezen, IV) niet adequaat heeft gehandeld door af te gaan op het (onjuiste) advies van de telefonisch geraadpleegde oogarts, en V) klager aan zijn lot heeft overgelaten door hem zonder doorverwijzing naar huis te willen sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen I, II, III en V ongegrond verklaard, klachtonderdeel IV gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep, hetgeen meebrengt dat de dat de maatregel van waarschuwing in stand blijft.