Zoekresultaten 1881-1890 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 545460 NT 13-46 B

    4.5 Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel, te weten of het hanteren van een uniform uurtarief voor alle medewerkers van het notariskantoor billijk is, overweegt de kamer als volgt. Ingevolge artikel 54 lid 1 Wna worden bij algemene maatregel van bestuur voor het verrichten van ambtelijke werkzaamheden tarieven dan wel regels vastgesteld ter bepaling van het honorarium dat de notaris de cliënt in rekening brengt, voor zover zulks kennelijk noodzakelijk is om de continuïteit van een toegankelijke notariële dienstverlening te waarborgen. Uit de NNV, 23 706, nr. 12, p. 8, blijkt dat van belang is dat de notaris over zijn tarieven – voorafgaande aan de dienstverlening – duidelijke informatie geeft, zodat deze kenbaar zijn voor de (potentiële) cliënten. Desgevraagd verklaarde de notaris ter zitting van 17 december 2013 dat door hem altijd een uniform uurtarief voor alle notariële medewerkers op zijn kantoor wordt gehanteerd. Ter zitting heeft de notaris zijn standpunt herhaald dat deze wijze van hanteren van een uniform uurtarief geoorloofd is aangezien hij als notaris vrij is in het bepalen van de hoogte van het te hanteren uurtarief. Klager heeft echter eerst achteraf, na ontvangst van betreffende declaraties van de notaris, kennis genomen van de door de notaris gehanteerde uurtarieven. Zulks is niet weersproken door de notaris. De notaris heeft derhalve de geldende regelgeving niet in acht genomen. De kamer acht deze handelwijze onzorgvuldig en in strijd met hetgeen een behoorlijk notaris betaamt en concludeert dat ook dit klachtonderdeel gegrond is. 4.6 De kamer komt, zoals hiervoor onder 4.4 en 4.5 overwogen, tot het oordeel dat de notaris, door het niet opvolgen van de uitspraak van de ringvoorzitter en door de onder 4.5 genoemde wijze van declareren, zijn zorgplicht in ernstige mate heeft geschonden. De notaris heeft geen blijk gegeven van inzicht in de toepasselijke regelgeving, noch heeft hij na de uitspraak van de ringvoorzitter, waarbij door de voorzitter specifieke aanwijzingen ten aanzien van een nieuw op te maken declaratie zijn gegeven, een nieuwe nota opgemaakt en de overige aanwijzingen daarin opgevolgd. Deze handelwijze van de notaris acht de kamer daarom zodanig verwijtbaar dat de maatregel van berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 542705/NT 13-38 P

    5.3 De tweede vraag die thans beantwoord dient te worden, is of in het onderhavig geval de oud-notaris verwijtbaar heeft gehandeld door genoemd onderzoek naar een eventuele achterstand in de betalingen van de erfpachtcanon en de opstalretributie na te laten. Van belang is dat in het onderhavige geval het erfpachtrecht waarvan het PWC gebouw deel uitmaakte, verticaal was gesplitst in vijf afzonderlijke beperkt zakelijke rechten, met als gevolg dat door de gemeente [naam] nog geen nota was vastgesteld met betrekking tot het gedeelte van het perceel dat aan klaagster was verkocht. De hoogte van de canon en de retributie waren derhalve nog niet definitief vastgesteld door de gemeente. Daarbij is voorts van belang dat partijen een uitgebreide specifieke regeling betreffende deze te verrekenen bedragen in de akte houdende verticale splitsing van het betreffende perceel waren overeengekomen en dat zij in het gehele proces zijn bijgestaan door professionele adviseurs. Gelet op deze omstandigheden concludeert de kamer dat de oud-notaris er in dit geval van uit mocht gaan dat die controle reeds door de professionele adviseurs van partijen was uitgevoerd en dat hij dus niet zelf behoefde te controleren of de te verrekenen canon en retributie door Westgate waren voldaan. Dit klachtonderdeel en het daarmee samenhangende klachtonderdeel over de zorgplicht dienaangaande, wordt door de kamer derhalve ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 541683 / NT 13-34 B

    4.2 Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel overweegt de kamer als volgt. Ingevolge artikel 11 lid 1 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 stelt de notaris bij de levering van registergoederen en bij de vestiging en levering van beperkte rechten op die registergoederen een zodanig onderzoek in dat over de rechtstoestand van het registergoed zo min mogelijk onzekerheid bestaat. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat zij in deze zaak volgens de geldende KNB-richtlijnen heeft gerechercheerd en wel twee maal, eenmaal nadat de koopakte op 15 augustus 2012 door partijen was ondertekend en eenmaal kort vóór het op 19 december 2012 geplande transport, waarna bleek dat het registergoed inmiddels door klaagster was belast met een tweede hypothecaire inschrijving, het overbruggingskrediet. Ingevolge artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst tussen partijen is klaagster als verkopende partij verplicht tijdig mededeling te doen aan de notaris van haar voornemen tot vestiging van een overbruggingshypotheek. Desgevraagd heeft klaagster ter zitting van 17 december 2013 verklaard de notaris niet te hebben geïnformeerd over het door haar afgesloten overbruggingskrediet. De stelling van klaagster dat notaris [naam notaris] de notaris op de hoogte had gesteld van het overbruggingskrediet, wordt door de notaris betwist. Nu de stelling van klaagster dienaangaande geen steun vindt in de stukken van het dossier, acht de kamer dit onvoldoende aannemelijk. De kamer komt dan ook op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden tot het oordeel dat de notaris op juiste wijze aan haar rechercheplicht heeft voldaan en het op de weg van juist klaagster had gelegen om van het gevestigde overbruggingskrediet mededeling te doen aan de notaris, zodat de kamer dit klachtonderdeel ongegrond acht.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 554044/NT 13-79 P

    4.2 Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel, het opmaken van een onjuiste akte van levering met betrekking tot de toedeling van de garage, overweegt de kamer het volgende. Klaagster heeft, via haar makelaar, op 8 juli 2013 het notariskantoor opdracht gegeven tot het opmaken van een notariële akte tot toedeling van de garage aan de broer. Een medewerker van de notaris (de notaris zelf was op vakantie tot eind juli 2013) heeft op 11 juli 2013 de conceptakte aan klaagster en de broer toegezonden. In deze notariële akte was ten onrechte een bepaling opgenomen dat overdrachtsbelasting verschuldigd was. Nadat klaagster had bemerkt dat deze bepaling onjuist was, en zij daarover een e-mail naar het notariskantoor had gestuurd, heeft een kandidaat-notaris van het kantoor dit telefonisch besproken met klaagster en is aan klaagster op 12 juli 2013 een correcte akte van verdeling toegezonden. De kamer overweegt dat het maken van een voor herstel vatbare fout in een concept-akte als hier aan de orde niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Nu deze fout tijdig door het kantoor is hersteld door het toezenden van een correcte concept-akte acht de kamer deze fout niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Derhalve oordeelt de kamer dit klachtonderdeel ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:5 Kamer voor het notariaat Amsterdam 535038/NT 13-7 B

    4.14 Klager verwijt de notaris ten twaalfde niet met hem te hebben besproken de verrekeningsafspraak die de notaris met [de broer] had gemaakt. De kamer overweegt het volgende. Uit het dossier blijkt niet dat klager van tevoren door de notaris terzake is geïnformeerd. Wel blijkt dat de notaris, na het verzoek van klager daartoe, klager achteraf heeft geïnformeerd met betrekking tot de verrekeningsafspraak tussen de broer en de notaris. Door de notaris is in zijn verweer uitgelegd dat [de broer] als gevolg van liquiditeitsproblemen teneinde de aanslag erfbelasting te betalen, op zijn woning aan [adres] een maximale hypothecaire financiering heeft afgesloten. Betaling vond deels plaats door verrekening met het erfdeel van [de broer] en deels door betaling van de door [de broer] verschuldigde successiebelasting. Gezien de gespannen relatie tussen de broers had de notaris wellicht klager beter vooraf op de hoogte van de verrekeningsafspraak kunnen stellen, doch gezien het moeizame contact met klager en zijn hoedanigheid van executeur acht de kamer deze handelwijze van de notaris niet onbegrijpelijk en derhalve in casu niet verwijtbaar en mitsdien dit klachtonderdeel ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2014:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 549877/NT 13-62 Th

    Nadat de conceptakte tot verdeling reeds naar de erfgenamen was verzonden heeft [de echtgenoot van klaagster] op 10 mei 2012 een lijst van vorderingen aan de notaris overgelegd. Het stond klaagster vrij om vervolgens al dan niet tot ondertekening van betreffende akte over te gaan. De notaris heeft in zijn verweer aangevoerd dat hij, nadat hij de conceptakte aan partijen had verzonden terwijl de familie op snelle afwikkeling van de nalatenschap had aangedrongen, zowel in 2012 als in 2013 contact met het juridisch bureau van de KNB had opgenomen, teneinde duidelijkheid te verkrijgen wat nu exact onder de door partijen overeengekomen finale kwijting viel met betrekking tot de schikking van 8 februari 2012, waarna hij klaagster heeft geadviseerd opnieuw naar de rechter te gaan of een schikking via de wederzijdse advocaten te bereiken. Nadat uiteindelijk op 8 maart 2013 ten kantore van de notaris een voorstel is besproken voor de algehele afwikkeling van de nalatenschappen heeft klaagster op 28 maart 2013 met dat voorstel ingestemd. De stelling van klaagster dat sprake zou zijn geweest van ‘handjeklap’ tussen de notaris en de beide raadslieden van partijen acht de kamer niet aannemelijk nu ook de raadsman van klaagster zelf daarbij aanwezig was. Van enige partijdigheid van de zijde van de notaris daarbij is de kamer niet gebleken. 5.3 Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden oordeelt de kamer dat van enige schending van zorgvuldigheid door de notaris bij het opstellen en versturen van de concept akte van verdeling van 27 april 2012 geen sprake is. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat met het versturen van het concept aan partijen bij de akte nu juist nog de mogelijkheid wordt geboden om zo nodig de tekst van de akte te corrigeren. Anders dan klaagster kennelijk meent, had de notaris met de verzending van de conceptakte niet behoeven te wachten totdat [de echtgenoot van klaagster] schriftelijk opgave had gedaan van de schuifposten. Uit de gehele gang van zaken volgt dat de notaris zich voldoende heeft ingespannen voor klaagster. Het betoog van klaagster dat de notaris als autoriteit had dienen op te treden, zodat haar broers en zuster zich niet tegen de verrekening van de schuifposten en tegen de vergoeding voor [de echtgenoot van klaagster] zouden hebben verzet, gaat voorbij aan de onpartijdigheid van de notaris. Dit geldt te meer nu de erfgenamen van mening verschilden over de reikwijdte van de schikking van 8 februari 2012 en het niet aan de notaris was om dat geschil zonder daartoe strekkend verzoek van alle betrokkenen te beslechten. Dit klachtonderdeel zal daarom ongegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/77

    Verklaring van erfrecht pas na 3,5 jaar afgegeven. Ten tijde van overlijden waren er 6 erfgenamen. Na daaropvolgend overlijden van in buitenland woonachtige mede-erfgename waren er vervolgens 15 erfgenamen gerechtigd in de nalatenschap. Vanuit kostenoogpunt hebben klagers veel zelf willen doen; communicatie over inhoud opdracht onvoldoende duidelijk. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/92

    Mag een notaris buiten de eigen vestigingsplaats een bijkantoor openen, waarin een partner van de notaris werkzaam is op het gebied van fiscaal advies en estate planning, evenals een kandidaat-notaris die onder verantwoordelijkheid van de notaris werkt en die eveneens werkzaamheden verricht als estate planner? Het kantoorpand van de notaris is gevestigd direct naast het kantoorpand van een andere notaris, die al vele jaren in de betreffende gemeente als notaris gevestigd is. Gezien de wijze waarop de notaris het “bijkantoor” heeft vormgegeven en in de markt heeft geplaatst, is de kamer van oordeel dat daardoor bij het grote publiek ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat binnen die vestiging eveneens een aan het kantoor verbonden notaris werkzaam is. Klacht gegrond, waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:8 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/90

    Geschil tussen notaris(kantoor) en kandidaat-notaris. Notaris klaagt over handelwijze van kandidaat-notaris, die in overleg met kantoor goedkeuring had verkregen voor een ondernemingsplan met betrekking tot een nieuwe vestiging van het notariskantoor, maar daar na de nodige voorbereidingen alsnog vanaf ziet. Klacht over wijze van beëindiging samenwerking ongegrond. Ook klacht over betaling in natura; onder meer kosteloos verzorgen van drukwerk tegenover kosteloos verlijden van testamenten. Dat deel van de klacht gegrond, zonder opleggen van een maatregel. Klacht over ambtsmisbruik tijdens waarneming protocol ongegrond. Klacht over schending van geheimhoudingsplicht door kandidaat-notaris, door in kader van verweer tegen verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst kantoorcultuur te schetsen, eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2014:2 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2013/80

    Beoordeling wilsbekwaamheid testatrice; door notaris onder meer advies ingewonnen bij huisarts, gespecialiseerd in ouderengeneeskunde, op basis van informatie uit het zorgdossier van klaagster. Voldoende zorgvuldigheid betracht. Klacht ongegrond, ook ten aanzien van de wijze van weergave van haar identiteitsbewijs in de akte en het in rekening brengen van zijn werkzaamheden.