Zoekresultaten 1631-1640 van de 3040 resultaten
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:33 Kamer voor het notariaat Amsterdam 588039/NT 15-27
- Datum publicatie: 16-12-2015
- Datum uitspraak: 05-11-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:33
De kamer oordeelt dat ondanks de omstandigheid dat zij op 26 of 27 december 2012 het notariskantoor had medegedeeld dat zij voornemens was te defungeren, het op dat moment haar verantwoordelijkheid als notaris was, dat het testament van erflater in het CTR direct werd ingeschreven, hetgeen zij heeft nagelaten. De kandidaat-notaris heeft dit ook erkend. De kamer acht dit klachtonderdeel derhalve gegrond maar zal gegeven de hiervoor geschetste omstandigheden - mede gezien de inspanningen van de kandidaat-notaris nadat zij hiervan op de hoogte was gesteld - de kandidaat-notaris geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:34 Kamer voor het notariaat Amsterdam 587235/NT15-24 B
- Datum publicatie: 16-12-2015
- Datum uitspraak: 26-11-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:34
Anderzijds is komen vast te staan dat in onderhavig geval de notaris de concept akte en (concept-)volmacht aan de raadsman van klaagster heeft toegezonden maar nadien geen werkzaamheden (anders dan het aanpassen van de concepten) meer heeft verricht. Nu de notaris genoemde stukken in concept aan de raadsman van klaagster heeft toegezonden, kan dit naar het oordeel van de kamer worden beschouwd als een verzoek om instemming van klaagster met de inhoud daarvan. Daar komt bij dat klaagster, indien zij zich met de inhoud van genoemde stukken niet kon verenigen voldoende gelegenheid heeft gehad om de notaris te laten weten dat er bezwaren waren tegen de notaris, hetgeen zij niet eerder dan op 1 maart 2015 heeft gedaan. In plaats daarvan heeft de gemachtigde van klaagster in de hierboven genoemde e-mailberichten van vóór die datum alleen gerept over de taal waarin de concepten waren opgesteld en het wel of niet bij volmacht verschijnen. Klaagster heeft echter pas na vier maanden kenbaar gemaakt dat zij de voorkeur gaf aan een geheel andere notaris. Vervolgens heeft de notaris geen werkzaamheden meer verricht in verband met de aandelenoverdracht. Hierdoor acht de kamer het handelen van de notaris niet klachtwaardig, zodat de klacht ongegrond wordt geacht.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2013:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 0000
- Datum publicatie: 11-12-2015
- Datum uitspraak: 18-12-2013
- ECLI:NL:TNORDHA:2013:10
Bekrachtiging van de schorsing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2014:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/72
- Datum publicatie: 09-12-2015
- Datum uitspraak: 09-07-2014
- ECLI:NL:TNORARL:2014:55
De Kamer is niet gebleken van enige aanwijzing dat de notaris niet onafhankelijk en onpartijdig zou zijn geweest. Aan de verwijten van klaagster lijkt een onjuist beeld van de rol en de taak van de notaris bij het opstellen en passeren van testamenten ten grondslag te liggen. Een notaris legt in een testament de laatste wil van een testateur vast. Het is niet zijn taak om de door de testateur aangeleverde informatie op waarheid te onderzoeken. Evenmin is het zijn taak om de belangen te behartigen van de in het testament vermelde personen. Een notaris dient slechts de wensen van de testateur in een juridisch juiste vorm in een testament te verwoorden. Het is dus niet aan hem om de inhoud ervan te beoordelen. Slechts wanneer de inhoud van een testament zou ingaan tegen de goede zeden of de openbare orde kan de notaris weigeren daaraan zijn medewerking te verlenen.
-
ECLI:NL:TNORARL:2014:56 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL//2013/73
- Datum publicatie: 09-12-2015
- Datum uitspraak: 29-07-2014
- ECLI:NL:TNORARL:2014:56
Ten aanzien van het verwijt van klaagster dat de notaris de erfdelen uit de nalatenschap van moeder heeft uitgekeerd zonder dat zij daarvoor toestemming had gegeven, overweegt de Kamer als volgt. Vooropgesteld zij dat de boedelnotaris in opdracht van de executeur heeft gehandeld. De executeur had de bevoegdheid om de erfdelen uit de nalatenschap van moeder uit te keren. Hoewel de notaris in opdracht handelde, is hij niet onverhoeds te werk gegaan. Hij heeft de door klaagster gestelde verduistering door broer Jan uitgebreid onderzocht. Ondanks dat hij klaagster meerdere malen heeft uitgenodigd om haar stellingen inzake de verduistering te onderbouwen, bleven de bewijzen daarvan uit. De notaris is derhalve niet gebleken dat er gronden waren voor de verdenking van verduistering. Er bestond tussen klaagster en haar beide broers geen discussie over de opeisbaarheid en de hoogte van de vorderingen. Ondanks de aankondigingen van de notaris dat hij zou overgaan tot uitkering van de erfdelen, heeft klaagster geen kort gedingprocedure aangespannen om dit te voorkomen. De Kamer acht het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris onder deze omstandigheden is overgegaan tot uitkering van de erfdelen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:30 Kamer voor het notariaat Amsterdam 587252/NT 15-25 Th
- Datum publicatie: 03-12-2015
- Datum uitspraak: 13-10-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:30
De kamer is van oordeel dat de notaris bij de inschrijving van het adres van de vennootschap in het handelsregister op de getoonde huurovereenkomst mocht afgaan en dat artikel 4 van het Handelsregisterbesluit de notaris geen (verdergaande) onderzoeksverplichting oplegt. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:31 Kamer voor het notariaat Amsterdam 590662/NT 15-37 OJ 590663/NT 15-38 OJ 590664/NT 15-39 OJ
- Datum publicatie: 03-12-2015
- Datum uitspraak: 17-11-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:31
Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:32 Kamer voor het notariaat Amsterdam 585523/NT 15-21 SP
- Datum publicatie: 03-12-2015
- Datum uitspraak: 29-10-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:32
Vast staat dat de notaris in strijd met het Autorisatiebesluit heeft gehandeld. Zij heeft immers, naar zij heeft erkend, acht keer zelf een verzoek om inzage gedaan dat niet gericht was op het verkrijgen van gegevens noodzakelijk voor het verlijden van een authentieke akte, maar uitsluitend bedoeld voor het (op snelle wijze) achterhalen van het (haar onbekende) adres van klager, die volgens haar niet reageerde op hem toegezonden stukken. Willens en wetens heeft zij misbruik gemaakt van haar bevoegdheid en daarmee het vertrouwen in het notariaat beschaamd. De kamer acht het opleggen van een berisping daarom passend en geboden.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:29 Kamer voor het notariaat Amsterdam 586238/NT 15-22 Th
- Datum publicatie: 03-12-2015
- Datum uitspraak: 13-10-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:29
De kamer stelt vast dat de communicatie van de notaris met klaagster beter had gekund en dat zowel de notaris als klaagster daarbij een rol hebben gespeeld. Voor wat betreft de afwikkeling van de nalatenschap is de kamer van oordeel dat deze op onderdelen voortvarender had kunnen zijn, maar als geheel niet onredelijk lang heeft geduurd. Dit brengt de kamer tot het oordeel dat geen sprake is van klachtwaardig handelen van de notaris.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2015:28 Kamer voor het notariaat Amsterdam 573945/NT 14-60 OJ
- Datum publicatie: 01-12-2015
- Datum uitspraak: 29-10-2015
- ECLI:NL:TNORAMS:2015:28
Klager stelt dat hij pas op of kort na 23 januari 2013 – via de door de oud-notaris op die datum overgelegde conclusie van antwoord in de hierboven onder 2.aa./ad./af. bedoelde procedure – voor het eerst kennis heeft genomen van het feit dat de nalatenschap van erflaatster ten gevolge van de beneficiaire aanvaarding diende te worden vereffend. Op zichzelf is niet uitgesloten dat in geval van een verweten nalaten, de klaagtermijn van drie jaar op een later tijdstip gaat lopen dan het moment waarop de nalatigheid is begaan of is kennis genomen van het stuk dat de verweten omissie bevat. Klager werd echter reeds - in het kader van de afwikkeling van het ontbonden partnerschap - vóór en ten tijde van het overlijden bijgestaan door een advocaat, mr. J.A. Bezema, die ook bij de bespreking van 23 juni 2005 aanwezig was. De nalatigheid van de oud-notaris waarover klager klaagt, namelijk dat hij toen en daarna op geen enkele wijze klager (met zoveel woorden) ervan in kennis heeft gesteld dat de (in casu verplichte) beneficiaire aanvaarding verplichte vereffening meebracht en wie de vereffenaar was, betreft voorts zaken c.q. (rechts)gevolgen die duidelijk in de wet staan vermeld. Zo op deze gronden al niet kan worden gezegd dat als gevolg van de toerekening aan klager van de (veronderstelde) wetskennis van diens advocaat het klager onmiddellijk moet zijn opgevallen dat de oud-notaris niet meedeelde wat hij volgens klager wel had behoren mee te delen en de klachttermijn dus reeds op 23 juni 2005 is gaan lopen, heeft het volgende te gelden. De (huidige) raadsman van klager heeft op 28 april 2008 een verweerschrift op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar bij de rechtbank Den Haag ingediend, waarin is gesteld dat klager kennis heeft genomen van het door de bewindvoerder ingediende verzoekschrift. (...) Dit betekent, dat klager uiterlijk op 28 april 2008 geacht moet worden kennis te hebben genomen van het feit dat hij reeds aanstonds vanaf het overlijden als wettelijk vertegenwoordiger van de vereffenaar in beginsel diens bevoegdheden had kunnen uitoefenen en dus ook van het door hem verweten nalaten van de oud-notaris, zodat de klachttermijn dan uiterlijk op 28 april 2008 is gaan lopen en de klacht dus te laat is ingediend. Klager is dus ten aanzien van de klachtonderdelen 1, 3, 4 en 5 niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 163
- Pagina: 164
- Pagina: 165
- ...
- Pagina: 304
- Volgende pagina zoekresultaten