Zoekresultaten 1621-1630 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:40 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-05

    Klager verwijt de notaris dat hij de belangen van klager (en andere belanghebbenden) heeft veronachtzaamd door op 4 augustus 2014, zonder klager (en andere belanghebbenden) daarvan op de hoogte te stellen, de door [B] gehouden aandelen in [A] over te dragen aan een vennootschap van de heren [H] en [G]. Het directe gevolg hiervan is dat het door klager gehouden (indirect) belang van 15% waardeloos werd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:41 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-11

    Klager verwijt de notaris dat hij ernstig tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht bij het verpanden van de huurrechten door [T] aan schuldeiser.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:42 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-15

    Klager verwijt de notaris dat hij niet c.q. onvoldoende invulling geeft en ook logistiek onvoldoende invulling kan geven aan zijn belehrungsplicht. Verder verwijt klager de notaris dat hij handelt in strijd met de Beleidsregel integere beroepsuitoefening, op grond waarvan het een notaris of de onderneming waarin deze zijn ambt uitoefent niet is toegestaan om samen te werken met personen die “als gevolg van een tuchtrechtelijke of gerechtelijke uitspraak, het ambt van notaris niet meer mogen bekleden of niet meer als toegevoegd of waarnemend notaris mogen optreden”. De kandidaat-notaris werkt immers samen met mr. [Y] die voor onbepaalde tijd is geschorst om waar te nemen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:43 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-28

    Klager verwijt de notaris herhaaldelijk ernstig onzorgvuldig handelen. De notaris heeft alle medewerking tot het creëren van een oplossing voor het conflict, geweigerd. De notaris heeft de veiling niet willen opschorten. Klager heeft daardoor aanzienlijke schade geleden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:44 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-38, 15-39 en 15-40

    Klager verwijt de notarissen dat erflaatster ten tijde van het passeren van het testament in 2007 niet in staat was haar wil te bepalen. Het testament dient nietig te worden verklaard. De notarissen hebben niet de zorg betracht die van hen verwacht mocht worden. Zij hadden in ieder geval vermoedens moeten hebben met betrekking tot erflaatsters wilsonbekwaamheid.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:36 Kamer voor het notariaat Amsterdam 589970/NT 15-33 P, 5889973/NT 15-34 P, 589977/NT 15-35 P

    5.3 Naar het oordeel van de kamer behoefden de notarissen, nu zij zijdens klaagster niet waren gewezen op het feit dat klaagster aan de gemeente om geheimhouding van haar adresgegevens had verzocht, of op de daaraan ten grondslag liggende redenen, er niet vanuit te gaan dat deze gegevens niet aan de stiefkinderen mochten worden verstrekt. Vanuit de gemeente (de BRP) dienen deze gegevens verstrekt te worden aan de notaris, wanneer hij deze gegevens (zoals in het onderhavige geval) in het kader van zijn beroepsuitoefening nodig heeft. Waar klaagster de notarissen er niet op heeft gewezen dat zij (met reden) niet wilde dat haar adres bij de stiefkinderen bekend werd, hebben de notarissen daar ook niet naar kunnen handelen. Het enkele feit dat door klaagster om geheimhouding van haar adresgegevens was gevraagd (hetgeen de notarissen bij raadpleging van de BRP hadden kunnen weten), maakt nog niet zonder meer dat het notariskantoor, dat was verzocht het transport van de mede aan klaagster in eigendom toebehorende woning ter hand te nemen, deze adresgegevens niet aan haar deelgenoten bekend had mogen maken.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:35 Kamer voor het notariaat Amsterdam 590716/NT 15-40 Th

    5.5 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de notaris voor wat betreft het eerste en derde klachtonderdeel tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De inhoud van het verweerschrift en het feit dat de notaris niet op de zitting is verschenen geven geen blijk van inzicht van de notaris in zijn minst genomen onhandige optreden. Anderzijds heeft de notaris de aan hem opgedragen zaken op inhoudelijk juiste wijze afgehandeld en heeft hij de nodige inspanningen betracht om de afwikkeling van de nalatenschap van erflater tot een goed einde te brengen en de verhouding met klagers te herstellen. Met name ook heeft de notaris, (- evenals zijn kantoorgenoot -), klagers herhaaldelijk uitgenodigd voor een bespreking op het notariskantoor, hetgeen klagers kennelijk steeds hebben afgeslagen. Gegeven deze omstandigheden zal de kamer geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/34

    Met de conclusie van notaris dat klager geestelijk in orde was, is niet gezegd of gebleken dat klager, die reeds op leeftijd was, deze niet alledaagse constructie kon overzien. In ieder geval was dit niet alledaags voor klager en het had op de weg van de notaris gelegen om de daardoor bestaande onevenwichtigheid tussen klager en de andere partijen te compenseren. Ook hadden de inhoud van de koopovereenkomst en de leveringsakte, alsmede de gehele constructie, de notaris reden moeten geven om hierover intensief met klager te spreken. Dat is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/95

    De kamer is met het BFT van oordeel dat de notaris dusdanig veel geld op de kwaliteitsrekening beschikbaar moet hebben dat hij op elk moment aan een cliënt zowel de hoofdsom als de rente kan uitkeren. Van belang is derhalve niet de wetenschap dat binnenkort voldoende geld wordt bijgeschreven, maar de zekerheid dat er altijd een buffer van voldoende liquide middelen aanwezig is om ook de rentevordering direct te kunnen inlossen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/106

    Klaagster maakt het verwijt dat de kandidaat-notaris in de begeleidende brief bij de verklaring van erfrecht geen melding heeft gemaakt van het bestaan van een samenlevingscontract met een verblijvingsbeding. De kamer overweegt vooraf dat, hoewel klaagster de bedoelde brief niet in het geding heeft gebracht, voldoende aannemelijk is geworden dat die brief geen verwijzing inhoudt naar het verblijvingsbeding. De kamer is vervolgens van oordeel dat de kandidaat-notaris niet gehouden was in de begeleidende brief aan klaagster bij de verklaring van erfrecht mededeling te doen van de aanwezigheid van een samenlevingscontract met verblijvingsbeding. Een wettelijke verplichting daartoe bestond in ieder geval niet en ook uit een oogpunt van zorgvuldigheid was de noodzaak daarvoor niet aanwezig. De kandidaat-notaris had klaagster namelijk al mondeling uitgebreid voorgelicht en hij wist niet dat klaagster met de brief ook derden wilde benaderen en hoefde dit ook niet te verwachten. De kamer verklaart de klacht ongegrond.