Zoekresultaten 1531-1540 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/184

    De notaris heeft afdoende toegelicht hoe hij tot de slotsom is gekomen dat hij geen reden had om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid en de vrije wil van erflaatster op het moment van opmaken en verlijden van het testament. De notaris was niet gehouden om tot verder onderzoek over te gaan

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:25 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/156

    Toen een definitieve beslissing was genomen over de vraag hoe de in depot gehouden gelden onder de ex-echtelieden moeten worden verdeeld, had de notaris naar het oordeel van de kamer klager moeten berichten dat hij conform deze beslissing ging uitkeren uit het depot aan de ex-echtgenote, voordat hij daadwerkelijk tot uitbetaling overging. Door de uitkering pas achteraf aan klager te melden, is klager namelijk de mogelijkheid ontnomen om rechtsmaatregelen tegen de voorgenomen uitbetaling te treffen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/161

    Voor zover de door de kamer op 12 november 2015 ontvangen klacht ziet op de akte van 3 juli 2007 is de klacht te laat ingediend. Met betrekking tot de communicatie had op de weg van notaris gelegen om klager tussentijds mee te delen dat hij geen antwoord kon geven binnen de toegezegde termijn. De opmerkingen over de interpunctie en het lettertype van de door de notaris naar klager gezonden brieven, zijn onvoldoende om aan te nemen dat de brieven niet in 2007 zijn opgemaakt en verzonden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:21 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/170

    Als de verklaring niet door klaagster is ondertekend, dan zou sprake zijn van valsheid in geschrift. Uit de brief van de gemachtigde van klaagster blijkt niet dat [A] heimelijk heeft gehandeld, maar nog meer van belang is dat het gaat om een verklaring die door de notaris aan een leveringsakte is gehecht of daarbij is gevoegd. Niet alleen die akte is opgesteld door de notaris, maar ook de verklaring. Dat brengt met zich dat in een dergelijke situatie het op zijn minst genomen aan klaagster is om door middel van onderzoek of (grafologische) verklaringen aannemelijk te maken dat de verklaring niet door haar is ondertekend. Daar is klaagster niet in geslaagd omdat het enkele meedelen dat het niet haar handtekening is, niet afdoende is.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:20 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden KL RK 16-43

    Klaagster verwijt de kandidaat-notaris in gebreke te zijn gebleven bij de afwikkeling van de nalatenschap van haar ouders. Ook zou de kandidaat-notaris klaagster onheus hebben bejegend. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris onder de gegeven omstandigheden in voldoende mate heeft voldaan aan haar verplichtingen. Verder is niet gebleken dat de kandidaat-notaris jegens klaagster de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:19 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2016/16

    Een (niet geoorloofd) samenwerkingsverband tussen de bemiddelaar en de notaris is niet aannemelijk gemaakt en ook overigens niet gebleken. Het stond klager vrij om geen bemiddelaar in te schakelen en om niet mee te gaan in het advies van zijn bemiddelaar. Van enige invloed van de zijde van de notaris op deze keuze is niet gebleken. Ook van de zijde van de Bank is geen bezwaar gemaakt tegen de keuze voor deze notaris. Met betrekking tot de afrekening en de uitbetaling conform de afrekening is naar het oordeel van de kamer niet gebleken van onjuist handelen door de notaris. Het was niet de keuze van de notaris maar van klager om gebruik te maken van de diensten van de bemiddelaar tegen het door hem in rekening gebrachte bedrag van € 3.000,=.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2015/91

    Testament. Beoordeling wilsbekwaamheid. Hoewel de notaris meerdere gesprekken met moeder heeft gevoerd en hij de akten heeft gepasseerd in het bijzijn van twee getuigen, is de kamer van oordeel dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de vraag of de wijziging van de uiterste wilsbeschikking daadwerkelijk overeenstemde met de wil van moeder. Daarbij neemt de kamer in aanmerking dat de notaris ermee bekend was dat een van de andere dochters van mening was dat moeder, die inmiddels 82 jaar was en verbleef in een zorginstelling, niet meer voldoende in staat was om haar wil te bepalen. Dit gegeven had de notaris aanleiding moeten geven tot nader onderzoek, bijvoorbeeld door navraag te doen naar het indicatiebesluit dat heeft geleid tot plaatsing van moeder in een woonzorgcentrum, te meer omdat de (beoogde) wijziging van het testament naar eigen zeggen van de notaris een ingrijpende wijziging zou inhouden ten opzichte van de voorheen bestaande situatie. De kamer betrekt daarbij dat de notaris tijdens de behandeling heeft bevestigd niet te weten of moeder dan wel de oudste dochter het initiatief heeft genomen voor het verzoek tot dienstverlening van de notaris. In elk geval had het op de weg van de notaris gelegen om te bewerkstelligen dat hij moeder onder vier ogen kon spreken, niet alleen om zich op die manier een zo goed mogelijk oordeel te vormen over haar wilsbekwaamheid, maar ook om na te gaan of geen sprake was van beïnvloeding door derden. Vast staat echter dat de oudste dochter telkens en voortdurend bij de gesprekken met de notaris aanwezig is geweest, terwijl zij juist zelf zou worden bevoordeeld door de wijziging van het testament. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2015/97

    Testament. Beoordeling wilsbekwaamheid. Gezien de vergevorderde leeftijd van moeder (87) en het feit dat het initiatief tot dienstverlening van de oudste dochter afkomstig was, terwijl deze oudste dochter werd bevoordeeld als gevolg van de beoogde wijziging van het testament, bestond er voor de notaris zeker aanleiding om (extra) alert te zijn op de vraag of moeder in staat was zich een rechtens relevante wil te vormen en of daarbij geen sprake was van beïnvloeding door derden. Op basis van de mededelingen van de notaris gaat de kamer ervan uit dat hij moeder in een tijdsbestek van bijna drie maanden driemaal persoonlijk heeft gesproken, voor welke gesprekken hij telkens ruim de tijd heeft genomen. Tweemaal hebben deze gesprekken in de eigen woonomgeving van moeder plaatsgevonden en de notaris heeft moeder in elk geval tweemaal onder vier ogen gesproken. Hij is dus niet “over één nacht ijs gegaan”. In de gegeven omstandigheden is de kamer van oordeel dat de notaris, die immers niet bekend was met de eerdere diagnose en derhalve volledig was aangewezen op zijn eigen waarneming op basis van de inhoud van de gesprekken die hij met moeder heeft gevoerd en de wijze waarop zij zich daarbij heeft gepresenteerd, voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van haar wilsbekwaamheid. Nu hij tijdens de herhaalde contacten met moeder op geen enkel moment aanleiding heeft gezien om te twijfelen aan haar wilsbekwaamheid, waarbij hem overigens een redelijke mate van beoordelingsvrijheid toekomt, wordt het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht dat hij met toepassing van het Stappenplan geen arts heeft geraadpleegd om de geestesgesteldheid van moeder nader te onderzoeken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2016:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2015/63

    Klagers kopen mobiel chalet op vakantiepark tegen “inruil” van hun woning. De notaris is niet bij de totstandkoming van die overeenkomst betrokken geweest. De koper van de woning geeft de notaris vervolgens opdracht zorg te dragen voor de eigendomsoverdracht van de woning. Klagers stellen dat zij dachten dat zij ook de ondergrond van het chalet in eigendom zouden verkrijgen en zij verwijten de notaris dat hij hen niet juist heeft geadviseerd en geïnformeerd als gevolg waarvan nadien een geschil is ontstaan over de eigendom van de grond. De kamer is van oordeel dat de notaris er niet van op de hoogte was, en er ook niet van op de hoogte behoefde te zijn, dat klagers een andere voorstelling van zaken hadden. Dat zij uit de door de notaris gehanteerde omschrijving van het chalet in het schriftelijke koopcontract met betrekking tot de woning hebben afgeleid dat zij ook de ondergrond in eigendom verkregen, kan de notaris dan ook niet worden aangerekend. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2016/30

    Nu de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld dient de klacht dat de notaris ten onrechte, te weten zonder schriftelijke depotovereenkomst, een bedrag van € 8.000,00 op zijn derdengeldenrekening achterhoudt en daardoor partijdig is, ongegrond te worden verklaard.