Zoekresultaten 1511-1520 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:37 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden 301344 KL RK 16-43

    Nalatenschapskwestie. Aan de kandidaat-notaris wordt het verwijt gemaakt in gebreke te zijn gebleven bij de afwikkeling van de nalatenschap van de ouders van klaagster. De kandidaat-notaris zou geen onderzoek hebben ingesteld nadat klaagster haar had meegedeeld dat het vermogen en het bedrijf van de ouders door een van haar broers was verduisterd. Ook is er volgens klaagster geen boedelbeschrijving opgemaakt door de kandidaat-notaris. Verder heeft de kandidaat-notaris naar de mening van klaagster haar onheus bejegend. Toen klaagster op het notariskantoor verscheen om de bewijsstukken van de verduistering af te geven zou de kandidaat-notaris boos zijn geworden en klaagster hebben meegedeeld dat zij er niets mee ging doen. De kamer stelt vast dat er onenigheid bestaat tussen klaagster en haar mede-erfgenamen. Deze heeft geleid tot gerechtelijke procedures en beslissingen. De kandidaat-notaris is gehouden die beslissingen in acht te nemen. Als klaagster van mening is dat in het verleden sprake is geweest van verduistering door een van de erfgenamen, dan dient zij dat door de rechter te laten vaststellen. Het is niet de taak van de kandidaat-notaris een oordeel te geven over de juistheid van de beschuldiging van klaagster. De kandidaat-notaris heeft in voldoende mate voldaan aan haar verplichting tot het opstellen van een boedelbeschrijving. Niet gebleken is dat de kandidaat-notaris de grenzen van het betamelijke heeft overschreden bij haar contact met klaagster. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/147

    De kamer is van oordeel dat het - door de notaris erkende - feit dat zij heeft nagelaten de bankgarantie onmiddellijk na ontvangst te controleren, en de onjuistheid daarvan tijdig bij klaagster te signaleren, de notaris tuchtrechtelijk te verwijten valt. De omstandigheden dat de afspraken over de bankgarantie deels al gemaakt werden voordat de notaris bij de zaak betrokken raakte en dat klaagster voor wat betreft de levering strikt genomen geen opdrachtgeefster was nemen immers niet weg dat - toen de notaris eenmaal ingegaan was op het verzoek om de levering te verzorgen - het op de weg van de notaris lag de bankgarantie na ontvangst te controleren. Juist vanwege het feit dat klaagster in haar e-mail de notaris nog om extra aandacht heeft gevraagd voor de kwaliteit van de bankgarantie maakte dat op dit punt voor de notaris extra zorgvuldigheid geboden was. (…) De notaris heeft geen - althans geen zichtbare of overtuigende - stappen ondernomen om tot een afstemming te komen op het voorstel de koper te veranderen. De akten van non-comparitie zijn opgesteld zonder voorafgaande instemming van en/of toezending van een concept aan klaagster en kunnen daarom ook niet als zodanig worden aangemerkt. Door in die akten feiten te noemen waarmee klaagster niet heeft ingestemd kan onduidelijkheid in het rechtsverkeer ontstaan, hetgeen de notaris te verwijten valt. (…) De kamer overweegt dat niet aanstonds als vaststaand aangenomen kan worden dat de bankgarantie hier onder de geheimhoudingsplicht van de notaris valt. Daarbij is het naar het oordeel van de kamer van belang dat het verzoek om inzage wordt gedaan niet door een willekeurige derde, maar door klaagster als rechtstreeks belanghebbende bij de ten behoeve van haar verstrekte bankgarantie en dat die derde afhankelijk blijft van de notaris voor controle op de nakoming van door de wederpartij van klaagster aangegane verplichtingen wanneer de notaris haar geen inzage geeft.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:47 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/41

    Uit de stukken volgt dat de notaris eerst vanaf december 2014 op de hier bedoelde vragen van klager gereageerd heeft. Een gegronde reden voor dit trage reageren heeft de notaris niet gesteld en daarvan is ook niet gebleken. Daarbij komt dat het, mocht het de notaris niet duidelijk zijn geweest welke informatie klager wenste, op de weg van de notaris had gelegen, daar navraag naar te doen. Ook daarvan is niet gebleken. De informatieverstrekking aan klager was daardoor niet alleen traag, maar aanvankelijk ook onvolledig. Dit klachtonderdeel wordt daarom gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/143

    De kamer is van oordeel dat klaagster zich terecht op het standpunt stelt dat de notaris haar vragen niet, althans onvoldoende heeft beantwoord. De vragen van klaagster waren bovendien relevant voor de afwikkeling van de zaak. Het niet althans onvoldoende beantwoorden daarvan, althans niet adequaat reageren daarop is daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar. (…) De notaris heeft geen helder antwoord gegeven op de vraag of zij, toen haar duidelijk werd dat de lijfrente daadwerkelijk in rechte opgeëist zou gaan worden, klaagster (en haar broer) hiervan in kennis heeft gesteld en/of overleg met hen heeft gevoerd over een nadere standpuntbepaling op dit punt. De kamer is op grond van het voorgaande van oordeel dat klaagster zich terecht op het standpunt stelt dat de notaris heeft nagelaten haar te informeren over relevante feiten en omstandigheden.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/48 en 49

    Over het klachtonderdeel, dat er een verklaring van erfrecht is opgesteld zonder medeweten van klagers, overweegt de kamer als volgt. In de opgestelde verklaring van erfrecht wordt geconstateerd dat door erflater een (ouderlijke boedel)verdeling is gemaakt en dat, ingevolge die verdeling, aan de weduwe van erflater de aanwezige goederen zijn toegedeeld onder de verplichting alle schulden voor haar rekening te nemen en als eigen schulden te voldoen en aan de andere erfgenamen schuldig te erkennen een bedrag in contanten gelijk aan ieders aandeel in de nalatenschap. Met deze verklaring van erfrecht wordt te kennen gegeven dat er sprake is van een verdeling tussen de erfgenamen. Voorwaarde voor zo’n verdeling is echter wel, dat van te voren zekerheid wordt verkregen dat de langstlevende en - in dit geval - ten minste één kind van erflater de nalatenschap ook hebben aanvaard. De notarissen hebben klagers evenwel niet benaderd om dit te verifiëren. De verklaring van erfrecht is geheel buiten klagers om opgesteld. Daarmee hebben de notarissen onzorgvuldig gehandeld. Het klachtonderdeel is dus gegrond. (…) Verder stellen klagers de vraag aan de orde of de notarissen verplicht waren klagers te informeren dat de notaris zich in het boedelregister heeft laten inschrijven als een bij de nalatenschap betrokken notaris. De kamer beantwoordt die vraag, met de notarissen, ontkennend. Er bestaat daartoe noch een wettelijke verplichting, noch een betamelijkheidsverplichting.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/98

    Het niet kunnen beschikken over de erfdelen is geen gevolg van de beslaglegging op de onverdeeld nalatenschap maar van het feit dat de omvang van de erfdelen niet op een bepaald bedrag kan worden vastgesteld omdat de erfgenamen het niet eens zijn. Een en ander brengt de kamer tot de conclusie dat de notaris in redelijkheid geen tuchtrechtelijk verwijt te maken valt van de omstandigheid dat het beslag vooralsnog op de onverdeelde nalatenschap rust en derhalve evenmin van het feit dat klagers vooralsnog niet de beschikking hebben verkregen over hun aandeel in de nalatenschap. De klacht wordt daarom op dit punt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:49 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/100

    Klagers verwijten de notaris dat hij toen de deels door kopers betaalde waarborgsom - tot zekerheid van de nakoming van de met klagers gesloten koopovereenkomst - aan kopers heeft terugbetaald, toen, eveneens tot zekerheid van de hier bedoelde nakoming, door kopers ten behoeve van klagers een vierde hypotheekrecht op hun woning werd gevestigd. Klagers verwijten de notaris tevens dat hij hen niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat bedoeld vierde hypotheekrecht geen verhaal zou blijken te bieden. De klacht wordt op beide onderdelen niet - ontvankelijk verklaard omdat deze is ingediend buiten de termijn van drie jaar, die is beginnen te lopen de dag na de datum waarop de klagers bekend waren met het feit dat de waarborgsom werd terugbetaald c.q. dat het recht van vierde hypotheek (met alle bij klagers bekend te veronderstellen risico’s van dien) gevestigd werd.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/117, 118 en 119

    N u de koopovereenkomst met de heer [D] is gesloten na ondertekening van de akte van cessie, was geen sprake van een ten tijde van de ondertekening van de akte van cessie opeisbare vordering, waardoor de akte van cessie op de koopovereenkomst met de heer [D] niet van toepassing is. De (kandidaat-) notarissen hebben derhalve terecht de gehele verkoopopbrengst aan [B] uitbetaald. Dit neemt niet weg dat de (kandidaat-) notarissen door de inhoud van hun e-mail bij klaagster zonder meer het vertrouwen hebben gewekt dat de akte van cessie zou worden nageleefd. De kamer acht het onzorgvuldig dat de (kandidaat-) notarissen het feit dat zij niet aan het gestelde in de akte van cessie konden voldoen, niet aan klaagster hebben bericht op het tijdstip dat zij - op zich zelf terecht - tot het oordeel kwamen dat zij de koopsom niet aan klaagster zouden doorbetalen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:31 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/121

    De klacht ten dele buiten de vervaltermijn van artikel 99 lid 15 Wna ingediend. Door de notaris is niet klachtwaardig gehandeld ter zake van de gegeven adviezen en het moment waarop dat is gedaan. Het advies aan klager om het bedrag ad € 76.402,= als lening te beschouwen hield geen nadeel voor klager in. Over de gesprekken met erflaatster heeft de notaris heeft terecht opgemerkt dat zijn geheimhoudingsplicht niet toelaat dat hij hierover mededelingen doet aan derden, waaronder klager.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/169

    De lange termijn van de afwikkeling van de nalatenschap is niet veroorzaakt door klachtwaardig handelen van de kandidaat-notaris. Het voorstel was wellicht niet het meest gunstige voor klaagster, maar vanuit de achtergrond dat klaagster in het huis blijft waren de keuzes wel verdedigbaar. In het kader van hem gegeven opdracht mocht de kandidaat-notaris de verzekeringsmaatschappijen vragen de uit de polissen vrijgekomen gelden over te boeken naar de derdengeldenrekening.