Zoekresultaten 1501-1510 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601083/NT 16-8 B

    De kamer is met partijen van oordeel dat de notaris een aantal maal te lang heeft gewacht met het beantwoorden van klaagster. Die klacht is dus gegrond. Voor het opleggen van een maatregel bestaat echter geen aanleiding, nu de notaris enerzijds heeft erkend dat zij (mede als gevolg van ziekte) klaagster niet altijd terstond heeft geantwoord en anderzijds gebleken is dat de notaris zich juist zeer heeft ingespannen om de afwikkeling van de nalatenschap ondanks slechte communicatie tussen klaagster en de executeur tot een (goed) einde te brengen.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601319/NT 16-9 Th 601321/NT 16-10 Th

    Klacht deels gegrond verklaard, geen maatregel opgelegd. Naar zeggen van de notarissen hebben zij het aan klaagster gemelde voornemen om het depot geheel uit te keren aan de kopende partij als bericht van klaagster zou uitblijven slechts opgenomen om beweging in de zaak te krijgen, maar zouden zij het voornemen nooit hebben uitgevoerd. De kamer is van oordeel dat het een notaris niet past om op deze wijze, in strijd met zijn onafhankelijke positie te handelen, maar houdt rekening met het feit dat de notarissen bij de uitkering van het depot wel juist hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 604464/NT 16-24 Th

    De kamer is van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van het passeren van de akten alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van de testatrice en dat hij geen aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 601474/NT 16-11 OJ

    De kamer is van oordeel dat de notaris genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten tijde van het passeren van de testamenten alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van erflater en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Bij het oordeel van de kamer, die daar eveneens vanuit gaat, is de verklaring van de notaris van belang, dat het testament inhoudelijk niet ingrijpend is gewijzigd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 602446/NT 16-18 OJ

    Gelet op haar verantwoordelijkheid voor de kantoororganisatie, kandidaat-notarissen en medewerkers stelt da kamer vast dat de notaris niet de regie, zeggenschap en het toezicht had over de te verrichten dossierwerkzaamheden en de invulling van de notariële verplichtingen. Mede gelet op de reeks van akten en de hoeveelheid van akten over een periode van twee maanden had het op de weg gelegen van de notaris om nader onderzoek te (laten) verrichten. De klacht is dus gegrond. De kamer ziet reden om aan de notaris de maatregel van berisping op te leggen, mede omdat de kamer niet gebleken is van haar inzicht (ook niet achteraf) in de laakbaarheid van de handelingen ten aanzien van de op haar kantoor gepasseerde akten.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2016:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 602447/NT 16-19OJ

    De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris geen genoegen mocht nemen met de enkele verklaring van Uw Advies BV en de schuldenaar dat het bedrag dat in de "vaststellingsovereenkomst" werd opgenomen juist was. Zij had moeten nagaan of de akte(n) een ongeoorloofd doel dienden, op grond waarvan zij haar ministerie had dienen te weigeren. In het bijzonder de uitdrukkelijke instemming van de particuliere wederpartij en Uw Advies BV met het in de akte genoemde bedrag had geen aanleiding mogen zijn geen verdere vragen te stellen. Een (kandidaat-)notaris behoort immers erop bedacht te zijn dat hij of zij kan worden gebruikt voor een opzetje. Bij de opzet als de onderhavige had de particuliere wederpartij geen belang het bedrag in twijfel te trekken. Het is pas “misgegaan” toen een van deze particulieren zich blijkbaar realiseerde dat hij door te tekenen voor het genoemde bedrag ook instemde met een in werkelijkheid niet bestaande schuld aan een derde, naast de schulden die hij al had. De klacht is gegrond, de kamer legt de kandidaat-notaris een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:39 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/300060 KLRR 16-33 en C/05/300066 KLRR 16-34

    Met de opmerking van de notaris dat alleen wijzigingen kunnen worden opgenomen waar beide partijen het over eens zijn, heeft de notaris op juiste wijze zijn positie weergegeven. Met de akte wordt geleverd en gehandeld conform hetgeen in de koopovereenkomst is overeengekomen. Indien een partij daar eenzijdig van wil afwijken of daar een uitleg bij wil opgenomen zien die niet is opgenomen in de koopovereenkomst moet daarover consensus bestaan.

  • ECLI:NL:TNORARL:2016:38 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/299320 KL RK 16/28

    Deskundigheid en ervaring op een bepaald terrein geen reden is om de notaris een monopoliepositie te verwijten. Met betrekking tot de positie van een adviesbureau en het inschakelen van dit adviesbureau is geen sprake van handelen waarvan de notaris tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:50 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/59

    De kamer beschouwt – in het kader van een tuchtrechtelijke behandeling – het niet tot haar taak een inhoudelijk oordeel te geven over de kwaliteit van het door de notaris uitgebrachte advies. Dit zou anders zijn, indien de kamer aanstonds zou blijken dat het advies als kennelijk onjuist of kennelijk onredelijk moet worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:51 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2015/79

    Afwikkeling nalatenschap. De notaris als executeur heeft voldoende zorgvuldig gehandeld. Het streven van de notaris de nodige beslissingen toch zo veel mogelijk met instemming van beide erfgenamen te nemen is naar het oordeel van de kamer juist en prudent geweest. Van partijdigheid van de notaris is niet gebleken. De notaris heeft de broer van klaagster meermalen gesommeerd het voorbarig toe-eigenen van roerende zaken uit de nalatenschap te staken. Niet kan worden gezegd dat de notaris hier het belang van de broer zou hebben laten prevaleren boven dat van klaagster. Het enkele feit dat de notaris het voor wat betreft de verdeling van de roerende zaken niet op een procedure heeft laten aankomen, doet aan het voorgaande niet af. Een dergelijke procedure is over het algemeen immers schadelijk voor alle betrokkenen en zou de belangen van klaagster geschaad kunnen hebben. Onheuse bejegening van klaagster door de notaris niet komen vast te staan.