Zoekresultaten 1191-1200 van de 3036 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:55 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/319582 KL RK 17-48

    Hoewel gebruikelijk dat een akte van levering letterlijk vermeldt welke erfdienstbaarheden gelden, bestaat daartoe geen verplichting. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om zeer uitgebreid geformuleerde erfdienstbaarheden. Overnemen van de desbetreffende teksten kan bezwaarlijk zijn uit een oogpunt van kostenbeheersing dan wel kan de kans op fouten bij het overnemen doen toenemen. In dat geval kan met een duidelijke verwijzing naar de originele tekst(en) volstaan worden en dienen bedoelde erfdienstbaarheden voor de betrokken partijen kenbaar te zijn door middel van een aan de akte aangehechte kopie.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:3 Kamer voor het notariaat Amsterdam 635653/NT 17-65

    Klaagster verwijt de notaris dat hij niet enkele dagen na ontvangst van het depot-testament van 12 mei 2016 is overgegaan tot het ‘belehren’ van erflaatster door van haar een verklaring te verlangen dat zijzelf het stuk had geschreven en vervolgens een akte van bewaargeving op te maken waarmee het depot-testament voldeed aan de wettelijke vereisten. Verder heeft de notaris geen uitvoering heeft aan de herroeping door erflaatster, bij brief van 12 mei 2016, van de aan de neef van erflaatster gegeven volmacht, maar hem juist meegedeeld dat hij deze kon blijven gebruiken. De kamer acht aannemelijk en begrijpelijk, gelet op de hoeveelheid van de door de notaris van klaagster ontvangen brieven en de strekking daarvan, dat het de notaris niet is opgevallen dat de brief van 12 mei 2016 een holografisch testament van erflaatster bevatte, in welk geval een spoedige (re)actie noodzakelijk was. Dat de notaris pas reageerde na rappel van de broer van erflaatster bij brief van 5 juni 2016, is naar het oordeel van de kamer dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Nu de schriftelijke intrekking van de volmacht aan neef [R] bij dezelfde brief van 12 mei 2016 is gedaan, acht de kamer ook aannemelijk en begrijpelijk dat deze intrekking de notaris in eerste instantie niet is opgevallen. De notaris hoefde er echter niet zonder meer van uit te gaan dat erflaatster de volmacht daadwerkelijk wenste in te trekken, nu erflaatster hem in een bespreking op 4 april 2016 immers nog had bevestigd dat de volmacht onverkort moest doorlopen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-44

    Herzieningsverzoek van wrakingsbeslissing

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-59

    Vanwege het feit dat de notaris zich (kennelijk pas maanden na het transport) op het standpunt gesteld heeft dat er sprake was van ernstige onregelmatigheden en/of frauduleuze handelingen, had hij de koopsom van het appartementsrecht in depot dienen te houden. De notaris heeft slechts een bedrag van € 2.857,20 ingehouden. Nu de notaris tot uitbetaling van de koopsom aan verkoper is overgegaan en geen deugdelijke grond heeft voor zijn beweringen heeft hij zijn zorgplicht geschonden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-55 en 17-56

    Klager verwijt de notarissen dat hij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het passeren van de akten op 17 november 2016.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-47

    Klagers verwijten de notaris het volgende: 1. het niet goed uitvoeren van het financieel niet verstandige testament van erflater, dat het notariskantoor zelf heeft opgesteld. Een andere notaris, notaris [R] heeft ontdekt dat er fouten zaten in de aangifte erfbelasting van erflater. Er was € 50.000,- teveel belasting betaald; 2. de opmerking tegen [G] dat hij een voorschot op zijn erfenis kan krijgen van € 200.000,-, zonder overleg met de echtgenote, terwijl de notaris volledig op de hoogte was van de problemen met [G] en zijn ouders over geld wat tot bedreigingen en geweld aan toe leidde. De notaris had zelf het testament opgesteld en wist dat het vermogen van [G] onder bewind zou komen te staan; 3. tijdens een bespreking vlak na het overlijden van [G] vertelde de notaris [I] tussen neus en lippen door dat zij zal moeten verhuizen om de erfbelasting te kunnen betalen; 4. boos en geïrriteerd reageren tegen [O] en notaris [R]. [O] is zeer onfatsoenlijk behandeld en te woord gestaan. Op aandringen van notaris [R] dat de notaris iets moest ondernemen richting de echtgenote of [A] is niets vernomen. Pas nadat de klacht was ingediend heeft de notaris de echtgenote een brief geschreven.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:2 Kamer voor het notariaat Amsterdam 635643/NT 17-63 636401/NT 17-67

    Klachten: de notaris had niet in de akte mogen opnemen dat toestemming voor bewoning van het appartement, gelegen onder het appartement van klager; de notaris heeft misleidende informatie daarover verschaft en zich naar klager intimiderend gedragen. De kamer is van oordeel dat de notaris zorgvuldig heeft gehandeld: hij mocht afgaan op de verklaring van de (enige) andere appartementseigenaar/verkoper (tevens bestuurder van de VvE) dat toestemming voor bewoning door koper was geregeld. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/326468 KLRK 17-140

    De broer van klager is overleden. De broer had één dochter. Die dochter is een dag na haar vader overleden. De broer had geen testament opgemaakt. De notaris heeft een verklaring van erfrecht opgemaakt waarin staat dat de moeder van de dochter van de broer gerechtigd is tot de nalatenschap van de broer. Klager is van mening dat de notaris een onjuiste verklaring van erfrecht heeft afgegeven. Klager stelt dat zijn vader en moeder de erfgenamen van de broer zijn. De Belastingdienst zou dezelfde mening zijn toegedaan. Klager is van mening dat er sprake is van fraude. De kamer heeft klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht en daartoe het volgende overwogen. Omdat de broer geen testament had, is het wettelijk erfrecht van toepassing. Klager is op grond van het wettelijk erfrecht geen erfgenaam van de broer en evenmin van de dochter van de broer. Klager is dus geen direct belanghebbende. Ook de vader en moeder van klager zijn geen wettelijk erfgenaam van de broer noch van de dochter van de broer. Klager kan dus ook niet als indirect belanghebbende worden aangemerkt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325152 KL RK 17-112

    Klager heeft zijn lidmaatschapsrecht in een vereniging verkocht. De akte van levering is ten overstaan van de notaris gepasseerd. Voor de overdracht was de toestemming van de vereniging vereist. De vereniging heeft de inhouding van een waarborgsom als voorwaarde gesteld. Klager stelt dat de notaris zich onbeschoft heeft gedragen. In het licht van deze onheuse bejegening heeft klager een aantal punten aangevoerd, waarvan hij vindt dat de notaris kwalitatief slecht werk heeft geleverd. Voorts is klager van mening dat er geen grondslag is voor de waarborgsom en dat de notaris door het inhouden van de waarborgsom medeplichtig is aan het plegen van een onrechtmatige daad. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard en daartoe het volgende overwogen. Uit hetgeen over en weer door partijen is aangevoerd, blijkt dat partijen de overdracht elk heel anders hebben ervaren. Dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld is niet komen vast te staan. Wel overweegt de kamer dat de notaris, bijvoorbeeld door het geven van een nadere toelichting, meer begrip voor zijn handelwijze kunnen kweken bij klager, waardoor klager de communicatie anders zou hebben ervaren. Ten aanzien van de inhouding van de waarborgsom heeft de kamer als volgt overwogen. Nu op grond van de statuten voor de overdracht de toestemming van de vereniging was vereist en de vereniging de bevoegdheid had om voorwaarden aan de overdracht te verbinden, heeft de notaris met het inhouden van de waarborgsom niet klachtwaardig gehandeld

  • ECLI:NL:TNORARL:2017:54 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/322974 / KL RK 17-89

    Ten aanzien van de erfstelling van mevrouw [H] stelt de kamer vast dat artikel 19 lid 1 Wna geen beletsel voor de notaris vormde, aangezien de notaris niet met zijn partner gehuwd is. Uit het verweer van de notaris blijkt dat hij zich heeft afgevraagd of het desondanks beter was om gelet op de familierelatie tussen zijn vriendin en mevrouw [H] van de opdracht af te zien. De notaris heeft besloten toch zijn medewerking te verlenen omdat erflaatster heel duidelijk was in haar wens om haar laatste wil te laten vastleggen, niet lang meer te leven had, haar eigen notaris niet beschikbaar was en er geen tijd meer was om een andere notaris te zoeken. De kamer acht deze beslissing gelet op bovengenoemde omstandigheden niet onzorgvuldig.