Zoekresultaten 20421-20430 van de 22426 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1981 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3532/10.162

    De advocaat heeft klager bijgestaan in meerdere geschillen, waaronder een zakelijk geschil met een BV. De advocaat heeft dagvaardingen geconcipieerd in een bodemprocedure en een kort geding. Deze procedures zijn niet aangespannen, de advocaat heeft weliswaar niet schriftelijk aan klager en zijn gemachtigde bevestigd dat zij niet tot dagvaarding overging, maar in meerdere gesprekken met klager en zijn gemachtigde op kantoor is dit besproken. Klager was daardoor voldoende geïnformeerd. Het door klager betaalde voorschot is terugbetaald nadat duidelijk werd dat aan de zaak geen vervolg werd gegeven. Van tekortschieten in de belangenbehartiging of informatieverstrekking is niet gebleken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1994 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3751/11.153

    Noch uit de stukken, noch anderszins is gebleken dat de advocaat kennelijk onjuist is opgetreden en heeft geadviseerd, als gevolg waarvan de belangen van klager zijn geschaad of hadden kunnen worden geschaad. Evenmin is gebleken dat de advocaat klager niet naar behoren heeft bijgestaan dan wel niet heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem als zorgvuldig handelend advocaat mocht worden verwacht. De advocaat heeft in de bevestiging van de opdracht duidelijk aan klager aangegeven dat bij een negatief cassatieadvies geen cassatie zal worden ingesteld door de advocaat. De advocaat heeft klager vervolgens op de mogelijkheid gewezen ter zake een second opinion te vragen. Op basis van de stellingen over en weer is niet gebleken dat de advocaat tekort is geschoten. Daarbij komt dat een cassatieprocedure niet op feitelijke gronden, maar uitsluitend in specifieke gevallen ter beoordeling van een cassatieadvocaat kan worden ingesteld. Het stond de advocaat vrij bij de behandeling van deze zaak van de expertise van zijn kantoorgenoot gebruik te maken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1975 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3593/10.223

    Het verzet is gegrond voor zover het betreft de door de voorzitter in diens beslissing ten grondslag gelegde feiten. Voor het overige is het verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2003 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3779/11.181

    Vaststaat dat de advocaat klaagster heeft gewezen op de mogelijkheid van een toevoeging en dat klaagster ermee heeft ingestemd dat de advocaat haar op betalende basis terzake zou bijstaan De tuchtrechter heeft niet de bevoegdheid declaratiegeschillen te beslechten, doch waakt slechts tegen excessief declareren. Dit laatste kan op basis van de stukken niet worden vastgesteld. De advocaat heeft aangegeven na de klachtprocedure een begrotingsprocedure aanhangig te zullen maken. De tuchtrechter is niet bevoegd te oordelen over een vordering tot vergoeding van schade. Een dergelijke vordering kan alleen aanhangig worden gemaakt bij de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1988 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3689/11.91

    De beoordeling van een civiele vordering is voorbehouden aan de civiele rechter. Ook los van civiele aspecten rust op verweerder een verplichting tot terugbetaling van de door hem naar het oordeel van het Hof van Discipline ten onrechte aan klager in rekening gebrachte kosten voor rechtsbijstand. Klacht gegrond. Tuchtrechtelijk verleden. Schorsing twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1967 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 253 - 2010

    Het advocatentuchtrecht geldt voor een advocaat in diens hoedanigheid van penningmeester van een Raad van Toezicht alleen indien hij zich in die hoedanigheid zodanig misdraagt dat het vertrouwen in de advocatuur daardoor is geschaad. Het staat een penningmeester van de Raad van Toezicht vrij om betaling van de ordebijdrage en boetes te vorderen en namens de deken mede te delen dat bij uitblijven van betaling een dekenbezwaar zou worden ingediend. Beroep op verrekening betreft een civielrechtelijke kwestie. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1982 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3583/10.213

    Klaagster verwijt de advocaat dat deze tegen haar is opgetreden als advocaat van haar werkgever, een stichting, alsmede als advocaat van de directeur van de stichting. Volgens klaagster diende de advocaat daarmee een tegenstrijdig belang. De klacht behelst voorts dat de advocaat niet is ingegaan op vragen van klaagster in een brief waarin zij om opheldering verzocht over de positie van de advocaat. De bepalingen van gedragsregel 7 strekken slechts ter bescherming van de cliënten van de betrokken advocaat. Een wederpartij van die cliënten kan zich daarop niet beroepen. De (tweede) brief van klaagster met vragen over het optreden van de advocaat is beantwoord met een verwijzing naar het bestuur van de stichting, daar de opdracht aan de advocaat was ingetrokken. De advocaat heeft niet onzorgvuldig jegens de klaagster gehandeld. Beide klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1995 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3764/11.166

    Vooropgesteld wordt dat de advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een (processuele) wederpartij worden beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. De advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en hij mag in het algemeen afgaan op de juistheid van die informatie. Verificatie door de advocaat van de hem door de cliënt verstrekte informatie is slechts dan geboden, indien er aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is. De advocaat dient zich uiteraard te allen tijde te gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt en hij mag bij het optreden namens zijn cliënt niet over de schreef gaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1976 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3570/10.200b

    Het verzet is gegrond voor zover het betreft in de voorzittersbeslissing een klachtonderdeel niet is meegenomen. Dat klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Het verzet is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA2004 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3752/11.154

    Klager kan de deken niet verwijten dat hij heeft nagelaten een tuchtmaatregel aan een advocaat op te leggen, nu de deken daartoe niet bevoegd is. Het opleggen van bedoelde maatregelen is uitsluitend voorbehouden aan de Raad van Discipline. De deken heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de door klager genoemde stukken (30 volgens klager cruciale ontlastende verklaringen en processtukken) niet aan het klachtdossier toe te voegen. Het betreffende dekenonderzoek was immers inmiddels gesloten.