We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 41-50 van de 1565 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:15 Accountantskamer Zwolle 25/2666 Wtra AK

    Gegronde klacht. Betrokkene heeft onjuiste aangiften Inkomstenbelasting ingediend. Hij heeft namelijk rente voor de eigen woning afgetrokken voor leningen waarvan hij het bestaan niet kon aantonen. Betrokkene heeft erkend dat hij verkeerd heeft gehandeld en heeft daarom geen inhoudelijk verweer gevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit en professionaliteit heeft gehandeld en legt aan hem de maatregel van doorhaling op voor de duur van vijf jaren.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:13 Accountantskamer Zwolle 25/2062 Wtra AK

    Gegronde klacht over een kantoortoetsing. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Ook heeft betrokkene nagelaten om de monitoringsvragenlijst 2025 in te vullen en te retourneren aan klaagster. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van doorhaling op voor vijf jaren en verklaart de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:12 Accountantskamer Zwolle 24/3964 Wtra AK 25/730 Wtra AK 25/1808 Wtra AK

    Klacht over de wettelijke controle van de jaarrekening van een vermogensbeheerder. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene ten onrechte heeft nagelaten om te controleren of aan de verhoging van de managementvergoeding een rechtsgeldig besluit van de algemene vergadering ten grondslag lag. In zoverre is de klacht gegrond. Voor het overige verklaart de Accountantskamer de klacht ongegrond. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:10 Accountantskamer Zwolle 25/1557 Wtra AK

    Betrokkene heeft in een notitie een opstelling gemaakt van de elementen die partijen hebben gebruikt om te komen tot een koopsom van de aandelen. Betrokkene heeft erkend dat in die opstelling een fout is gemaakt doordat in de jaarrekening een belastinglatentie was gevormd en betrokkene in zijn berekening is uitgegaan van het eigen vermogen in de jaarrekening en ten behoeve van de berekening opnieuw een belastinglatentie heeft bepaald zonder rekening te houden met de in de jaarrekening al gevormde latentie. Dat verwijt is dan ook terecht gemaakt. De Accountantskamer geeft betrokkene een waarschuwing, omdat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Klaagster vindt ook dat betrokkene de zoons had moeten adviseren een eigen adviseur in de arm te nemen, maar dat verwijt is volgens de Accountantskamer onterecht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:11 Accountantskamer Zwolle 25/2055 Wtra AK

    Ongegronde klacht. Klaagster is er niet in geslaagd om de verwijten duidelijk en aannemelijk te maken. Zij heeft de verwijten niet duidelijk omschreven met feitelijke details, zoals wanneer een bepaalde vraag is gesteld (waarop geen reactie is gekomen) of welke facturen klaagster niet kon uploaden in een bepaald systeem. Zij heeft dat ook niet gedaan bij gelegenheid van een tweede schriftelijke ronde (repliek). De verwijten zijn evenmin onderbouwd met documenten die de stellingen van klaagster zouden kunnen aantonen. Ook weerlegt zij het verweer van betrokkene nauwelijks, anders dan door te stellen dat het verweer onjuist is. De Accountantskamer kan in zo’n geval, als een ‘gesprek tussen partijen niet gevoerd wordt’, niet anders dan oordelen dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:9 Accountantskamer Zwolle 25/1455 Wtra AK

    De Accountantskamer legt een doorhaling van vijf jaar en een geldboete van € 5.000 op aan een accountant die zich voor een kantoortoetsing onbereikbaar houdt en ook niet reageert op de daarmee verband houdende tuchtklacht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:7 Accountantskamer Zwolle 25/1787 Wtra AK

    Klager verwijt betrokkene dat hij valse facturen en dreigementen naar klager stuurt, dat hij op onprofessionele wijze met klager communiceert en dat hij hem in de jaarrekening van de stichting heeft neergezet als wanbetaler. De Accountantskamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:8 Accountantskamer Zwolle 25/1454 Wtra AK

    Kantoortoetsing, gegronde klacht. Klaagster heeft, na een eerdere kantoortoetsing, een hertoetsing uitgevoerd. Daaruit blijkt volgens klaagster dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van het accountantskantoor van betrokkene in opzet en in werking nog altijd niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van tijdelijke doorhaling op voor de duur van twaalf maanden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:6 Accountantskamer Zwolle 25/904 Wtra AK 25/911 Wtra AK

    Gegronde klacht over de controle van de jaarrekening en OKB. Betrokkene 1 heeft de controle van de posten onderhanden werk en debiteuren niet met de vereiste diepgang en professioneel-kritische instelling verricht. Mede in het licht van het significante risico op een afwijking van materieel belang ten gevolge van fraude ten aanzien van de post vooruitgefactureerde omzet, heeft betrokkene geen voldoende en geschikte controle-informatie heeft verkregen. Ten aanzien van het bestaan van de debiteuren had betrokkene 1 een significant risico geïdentificeerd wat eisen stelt aan de omvang en diepgang van de controlewerkzaamheden, waaraan betrokkene 1 niet heeft voldaan. Betrokkene 2 heeft de OKB bij deze opdracht uitgevoerd. De klacht komt inhoudelijk overeen met die tegen betrokkene 1, met dien verstande dat betrokkene 2 in zijn hoedanigheid van opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar is aangeklaagd. De Accountantskamer heeft aan betrokkene 1 de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand opgelegd en aan betrokkene 2 een berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:5 Accountantskamer Zwolle 24/3458 Wtra AK

    Vanwege een relatiebreuk heeft klaagster zich voor advies tot (de dochter van) betrokkene gewend. Klaagster verwijt betrokkene onder meer dat hij (zonder opdracht) zich als advocaat heeft voorgedaan, terwijl hij van het tableau is geschrapt, dat hij mondelinge afspraken niet is nagekomen en dat hij een contante betaling van € 20.000 heeft aangenomen waarvoor hij geen kwitantie wilde verstrekken. De klacht wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond.