Zoekresultaten 2851-2860 van de 4335 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754126 DW RK 24/261 MK /SM

    Klager beklaagt zich over de (hoogte van de) beslagvrije voet en de naar aanleiding daarvan ten onrechte teveel ingehouden gelden die niet worden terugbetaald door de gerechtsdeurwaarder. De hoogte van de beslagvrije voet staat niet ter beoordeling van de kamer. Voor zover er sprake van een terugbetalingsverplichting is en hoe ver terug deze moet reiken is afhankelijk van (i) relevantie informatie die het verzoek ondersteund én (ii) het moment waarop deze relevante informatie wordt aangeleverd na de vaststelling van de beslagvrije voet. Aangezien gebleken noch gesteld is dat klager onder toezending van relevantie informatie (gemotiveerd) bezwaar heeft gemaakt tegen de vastgestelde beslagvrije voet dan wel verzoek heeft gedaan tot herberekening, kan niet worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder op dit punt tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250046

    Klacht tegen advocaat in privé. Verweerder is in zijn opstelling naar klaagster in vervolg op haar aansprakelijkstelling niet duidelijk en consistent geweest. Hij heeft zich tegelijkertijd en afwisselend gepresenteerd als buurman, die wilde praten en als advocaat, die formeel en juridisch op de aansprakelijkstelling zou reageren. Daardoor heeft hij niet voldaan aan de eis dat de advocaat er duidelijk over moet zijn in welke hoedanigheid hij optreedt (gedragsregel 9). Bekrachtiging beslissing raad: gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7819

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat hij in 2024 in een één op één gesprek met klagers zoon, die toen 12 jaar oud was, de dosering van de medicatie methylfenidaat heeft verhoogd zonder overleg met klager die co-ouder is, en met gevolgen voor de geestelijke gezondheid van de zoon.Het college twijfelt er niet aan dat de huisarts de verandering van de dosering van de medicatie heeft besproken met klagers zoon in bijzijn van klagers ex-partner, en dat dit niet is gebeurd in een één op één gesprek met klagers zoon. Wat het niet inlichten van klager betreft, overweegt het college dat de huisarts niet apart instemming van beide ouders hoefde te vragen bij de geringe verhoging van de dosis van een medicijn dat al enige tijd werd gebruikt. De huisarts mocht ervan uitgaan dat de ouders elkaar hierover zouden inlichten. Dat zou anders zijn als de huisarts had geweten dat de relatie tussen klager en zijn ex-partner sterk verstoord was, maar die informatie had de huisarts niet. Bovendien had klagers zoon bij de huisarts laten weten dat hij liever afstand bewaarde tot klager. Omdat klagers zoon toen al 12 jaar oud was heeft de huisarts dat terecht zwaar laten meewegen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/754486 DW RK 24/266 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Het uitgangspunt in geval van een onderbewindstelling is dat gecorrespondeerd wordt met de bewindvoerder, omdat onderbewindgestelden om verschillende redenen tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn ten volle hun vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Door het exploot rechtstreeks aan de cliënt van klaagster te betekenen hebben de gerechtsdeurwaarders onzorgvuldig gehandeld en kan hen een tuchtrechtelijk laakbaar verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:71 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762274 / DW RK 25/5 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich onder meer over de tenuitvoerlegging van een titel. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140

    De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.