Zoekresultaten 1901-1910 van de 4690 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:117
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TACAKN:2025:75 Accountantskamer Zwolle 25/55 Wtra AK
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TACAKN:2025:75
De tuchtrechtspraak is erop gericht dat in het algemeen belang een optimaal functioneren van de accountant wordt verzekerd door in individuele gevallen tegen inbreuken op wettelijke bepalingen en de beroepsethiek op te treden. In het accountantstuchtrecht geldt als uitgangspunt dat wanneer een tuchtprocedure definitief is geëindigd door een intrekking van de klacht, dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt om een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een opnieuw ingediende klacht is geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Daarvan is hier sprake.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7705
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166
Klacht tegen een huisarts ongegrond. Verweerder is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij de organisatie. Verweerder heeft de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-320/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:278
De raad heeft vastgesteld dat verweerder een belangrijk stuk niet bij de rechtbank heeft ingediend en een vonnis van de rechtbank niet onverwijld aan klager, zijn cliënt, heeft gestuurd. Terwijl dat vonnis al was gewezen, heeft hij nog dagenlang met klager gecommuniceerd over het indienen van stukken, alsof dat nog tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 en de kernwaarde deskundigheid. In het nadeel van verweerder wordt ook rekening gehouden met een tuchtrechtelijke uitspraak uit 2020 waarin een vergelijkbare klacht tegen verweerder over gebrekkige communicatie en schending van gedragsregel 16 gegrond is verklaard. De raad heeft in die beslissing overwogen dat gelet op de ernst van het handelen in beginsel de oplegging van een (voorwaardelijke) schorsing op zijn plaats is, maar vanwege een aantal (persoonlijke) omstandigheden een berisping wordt opgelegd. De raad constateert dat deze eerdere veroordeling er niet toe heeft geleid dat verweerder in de zaak van klager wel overeenkomstig de regels heeft gehandeld. Integendeel, verweerder heeft ook klager ernstig benadeeld door zijn nalaten. De raad is in deze zaak van oordeel dat gelet op aard en de ernst van het handelen van verweerder en de eerdere veroordeling, niet kan worden volstaan met een berisping. De raad is van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767103 / DW RK 25/111 MK/SM
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:118
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag te leggen op twee voertuigen waarbij de dagwaarde van de auto gelijk is aan de sloopwaarde ad € 200. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de waarde van de auto van klager. Hieruit is voor vergelijkbare auto’s waardes van € 1.490,- en € 2.300,- gekomen. Klager heeft niet aangetoond dat zijn auto slechts een (sloop)waarde van € 200,- zou hebben De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7743
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:167
Klacht tegen orthopedagoog-generalist deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de zoon van klagers, die beschermd woont bij een zorginstelling. Verweerster is bij de zorginstelling werkzaam als gedragswetenschapper en stuurt op de woonlocatie van de zoon van klagers het team aan. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van behandeling en diagnostiek en medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de integrale zorg. Klagers klagen, mede namens hun zoon, onder meer over de behandeling van hun zoon en houden verweerster verantwoordelijk voor het weinige contact met hun zoon. Ook verwijten zij haar dat zij slecht bereikbaar is voor hen. Ten aanzien van de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zoon oordeelt het college dat klagers niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft te maken met de curatele van de zoon. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:279 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-319/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:279
Raadsbeslissing. De klacht is niet tijdig ingediend. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:119 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764010 / DW RK 25/41 MK/SM
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:119
Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat samengevat over dat er sprake is van schending van de zorgplicht in de precontractuele fase. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds duidelijk met klager gecommuniceerd. Klager heeft uiteindelijk besloten een andere gerechtsdeurwaarder in te schakelen. Dat de gerechtsdeurwaarder de zaak vervolgens als afgedaan heeft beschouwd en heeft aangegeven niet verder met klager te communiceren vanwege het ontbreken van belang, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7973
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:168
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was gedurende een periode van acht jaar in behandeling bij de psychotherapeut. In juni 2021 liep de behandeling vast en nam de psychotherapeut contact op met de huisarts van klaagster om hierover te overleggen. Klaagster wilde vervolgens een brief waarin stond dat zij de behandeling wilde beëindigen persoonlijk overhandigen bij de praktijk (aan huis) van de psychotherapeut, waarop hij de politie belde. Nadien hadden klaagster en de psychotherapeut nog meerdere keren contact. Klaagster verwijt de psychotherapeut, samengevat, het schenden van zijn beroepsgeheim en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:280 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-348/AL/MN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:280
De raad heeft geoordeeld dat verweerster derdengelden heeft aangewend ter voldoening van een eigen declaratie zonder expliciete toestemming van klaagster. Ook heeft zij niet duidelijk genoeg met klaagster gecommuniceerd in een situatie die in meerdere opzichten ingewikkeld was. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aan de andere kant houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij bepaalde zaken onvoldoende schriftelijk heeft vastgelegd en dat zij beterschap heeft beloofd op dat punt. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle omstandigheden, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 190
- Pagina: 191
- Pagina: 192
- ...
- Pagina: 469
- Volgende pagina zoekresultaten