Zoekresultaten 4401-4410 van de 4914 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:214 Raad van Discipline Amsterdam 24-756/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de bewijsstukken die haar cliënt haar had verstrekt. Van een uitzonderingssituatie waarin zij nader onderzoek had moeten doen naar de stukken is niet gebleken. Daarvoor moet sprake zijn van een duidelijke (vrijwel) evidente aanwijzing voor de onjuistheid van de bewijsstukken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:180 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-772/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster zonder klaagsters toestemming de deurwaarder opdracht heeft gegeven tot een verhaalsonderzoek naar de man en een toevoeging heeft aangevraagd voor een faillissementsaanvraag betreffende de man. Evenmin is gebleken dat verweerster klaagster hiermee in gevaar gebracht. De feitelijke grondslag voor de verwijten dat verweerster klaagster heeft geadviseerd om de schuldsanering (WSNP) in te gaan en dat het dossier incompleet was, ontbreekt. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:181 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-773/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerder klaagster niet als advocaat heeft bijgestaan. Klaagster is bijgestaan door verweerders kantoorgenoten mrs. S en K. Als niet dan wel onvoldoende weersproken staat vast dat verweerder enkel bij klaagsters zaak betrokken is geweest in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Voor zover de klacht betrekking heeft op de, volgens klaagster, ontoereikende kwaliteit van de door mrs. S en K verleende rechtsbijstand en op het teruggeven van het dossier door mr. K, overweegt de voorzitter dat een advocaat enkel tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn eigen handelen en nalaten. In zoverre is de klacht dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Dat verweerder klaagster tegen haar wil een advocaat in de schoenen heeft geschoven blijkt niet uit de stukken. Uit de stukken blijkt juist dat klaagster akkoord was met de overdracht van het dossier aan mr. K en dat zij met mr. K heeft gecorrespondeerd en gebeld. Niet is gebleken dat zij daarbij bezwaar heeft gemaakt tegen het feit dat mr. K haar bijstond. Dat verweerder zich als klachtenfunctionaris heeft schuldig gemaakt aan een gedraging waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad, is geenszins gebleken. De voorzitter komt tot de slotsom dat de klacht tegen verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:175 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-551/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Niet gebleken dat verweerster uitspraken heeft gedaan die onjuist zijn en klager valselijk heeft beschuldigd. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad toereikend aangevoerd dat het in het kader van de in het geding te maken belangenafweging in het belang van haar cliënte was om toe te lichten dat en waarom haar cliënte bang was voor klager en zij vreesde dat toewijzing van de door klager verzochte vervangende toestemming voor erkenning en gezamenlijk gezag schadelijk zou zijn voor het kind. Verweerster heeft daarbij gebruik gemaakt van het feitenmateriaal dat haar cliënte haar had verschaft. Niet gebleken is dat het daarbij ging om informatie waarvan verweerster wist of had moeten weten dat deze onjuist was. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:318 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-611/AL/NN 24-612/AL/NN 24-613/AL/NN

    De voorzitter verklaart klachten niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:182 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-774/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Klaagster verwijt verweerster dat zij heeft geweigerd de hele alimentatie en het bedrag uit hoofde van het convenant te innen en klaagsters (overige) schade te verhalen op de man. Verweerster heeft de klacht uitdrukkelijk weersproken en heeft de inhoud en het verloop van de door haar verleende rechtsbijstand gemotiveerd toegelicht. Verweersters rechtsbijstand richtte zich aanvankelijk op de wijziging van het convenant. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerster de aanpak van de zaak met klaagster heeft besproken en dat klaagster met die aanpak akkoord is gegaan. Indien klaagster zich niet kon vinden in de aanpak, lag het op haar weg om zich tot een andere advocaat te wenden, hetgeen zij ook heeft gedaan. Dat verweerster vanwege de ontstane vertrouwensbreuk haar werkzaamheden heeft moeten neerleggen en de zaak niet tot een afronding heeft kunnen brengen, kan haar in de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk worden verweten. Tegenover het verweer van verweerster heeft klaagster de klacht onvoldoende onderbouwd, terwijl in de overgelegde stukken ook geen aanknopingspunten kunnen worden gevonden voor de juistheid van klaagsters verwijt dat verweerster klaagster in de kou heeft laten staan. Naar het oordeel van de voorzitter getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:176 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-420/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Op verweerder rustte niet de verplichting om een afschrift aan klager toe te sturen. Verweerder mocht erop vertrouwen dat de rechtbank een afschrift van het verzoekschrift per aangetekende post aan klager zou toesturen en dit is ook gebeurd. Omdat verweerder erop mocht vertrouwen dat de rechtbank een afschrift van het verzoekschrift aan klager had gestuurd, rustte op verweerder evenmin de verplichting om mr. D op de hoogte te stellen van het feit dat hij een verzoekschrift voorlopige voorzieningen had ingediend, ook niet toen zij hem bij e-mail van 9 januari 2024 liet weten dat klager aan haar de opdracht had verstrekt om een verzoekschrift voorlopige voorzieningen in te dienen. Beide partijen kunnen immers zelfstandig een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen indienen. Dat klager door toedoen van verweerder extra kosten heeft moeten maken is naar het oordeel van de raad dan ook niet gebleken. Ook het verwijt dat verweerder niet (voldoende) de-escalerend heeft gewerkt, onder meer door (grove) beschuldigingen niet onderbouwd in een processtuk op te nemen, is ongegrond. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad toereikend aangevoerd dat het in het kader van de in het geding te maken belangenafweging in het belang van zijn cliënte was om toe te lichten dat en waarom zij en de dochter in een veilige opvang verbleven. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:274 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6719

    Ongegronde klacht tegen een arts. De 95-jarige moeder van klagers (hierna: patiënte) is thuis ten val gekomen waardoor haar rechterheup is gebroken. Klaagster is de wettelijk vertegenwoordiger van patiënte. Klagers verwijten de arts dat zij ondanks hun duidelijke en herhaaldelijk uitgesproken wens, heeft afgezien van een operatie bij de patiënte en zich beperkt heeft tot pijnbestrijding. Het college overweegt dat een hulpverlener in beginsel de wens van de wettelijk vertegenwoordiger van de patiënt volgt, tenzij die wens niet verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. Het college is van oordeel dat de arts heeft kunnen besluiten tot de zorg waarvoor zij (in samenspraak met het team) heeft gekozen. Door de arts is in aanmerking genomen de leeftijd en conditie (zowel fysiek als mentaal) van de patiënt, de medische voorgeschiedenis, de breuk, en een mogelijke operatieve ingreep inclusief de risico’s die samenhangen met een operatie. De arts heeft de verschillende opties overwogen (en op een later moment zo nodig heroverwogen) en kon op goede gronden besluiten tot de gekozen behandeling. Deze beslissing vond ook steun in de adviezen vanuit onder meer de afdelingen geriatrie en anesthesie. De arts heeft voorts juridisch advies ingewonnen en overlegd met het bestuur van het ziekenhuis. Klacht ongegrond.Kenmerk: onjuiste behandeling / verkeerde diagnose

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:147 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/ 754961 / DW RK 24/277 MdV/SM

    Beslissing op verzet. Geen gronden aangevoerd tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzet tegen de beslissing van de voorzitter wordt ongegrond verklaart.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:275 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam herstelbeslissing van A2024/7193

    Herstelbeslissing van de beslissing ECLI:NL:TGZRAMS:2024:262