Zoekresultaten 2861-2870 van de 5088 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:171 Hof van Discipline 's Gravenhage 240340

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. In hoger beroep is nog aan de orde de klacht die ziet op het indienen van stukken bij de rechtbank zonder dat deze gelijktijdig aan klager zijn verstuurd en het doorsturen van een aangifte. Deze klachtonderdelen zijn door de Raad van Discipline Amsterdam (hierna: de raad) gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Anders dan de raad acht het hof het klachtonderdeel dat ziet op het doorsturen van de aangifte ongegrond. Het andere klachtonderdeel blijft gegrond. De maatregel van waarschuwing blijft in stand.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:172 Hof van Discipline 's Gravenhage 250032

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft volgens klaagster de toevoegingsaanvraag niet en vervolgens niet correct ingediend, verweerder is niet voortvarend te werk gegaan en heeft niet gereageerd op klaagsters e-mailbericht van 18 oktober 2023. Vervolgens heeft verweerder ten onrechte de toevoeging niet ingetrokken toen klaagster had laten weten dat zij de samenwerking wilde beëindigen. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:173 Hof van Discipline 's Gravenhage 250028

    Klacht over advocaat van de wederpartij in een familiekwestie. In een kortgedingprocedure die klager was gestart tegen zijn ex-partner om voor de kerstdagen omgang te krijgen met zijn minderjarige zoon, heeft verweerder dickpics overgelegd die klager naar een derde had gestuurd en heeft verweerder gesuggereerd dat klager door seksueel misbruik in zijn jeugd een verhoogd zedenrisico vormt. De raad heeft geoordeeld dat het overleggen van dickpics aan een derde ongepast en onnodig was. Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder met de suggestie dat klager door het misbruik in zijn jeugd een zedenrisico vormt klager onrecht heeft aangedaan en bewust in een kwaad daglicht heeft gezet. Dit laakbare handelen van verweerder raakt de voor advocaten belangrijke kernwaarde integriteit, aldus de raad. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder een berisping opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:149 Raad van Discipline Amsterdam 25-265/A/A

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich zonder toestemming van de advocaat van klaagster tot de rechtbank te wenden, terwijl de zaak al voor vonnis stond. De aard en ernst van dit tuchtrechtelijke verwijt rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de bepaling van de maatregel weegt de raad mee dat verweerster tijdens de zitting heeft erkend dat zij de advocaat van klaagster in cc had moeten zetten van haar e-mail aan de rechtbank en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:143 Raad van Discipline Amsterdam 25-450/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk niet-ontvankelijke klacht over de advocaat wederpartij. Klager heeft geen rechtstreeks eigen belang bij zijn verwijt aan het adres van verweerder dat hij te veel betrokken is bij zijn cliënte of bij zijn verwijt over de zaken die verweerder aanneemt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:150 Raad van Discipline Amsterdam 25-144/A/NH

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Uit de voorzittersbeslissing blijkt dat de voorzitter bij de beoordeling van de klacht van klager de juiste maatstaf heeft toegepast en dat de voorzitter ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:144 Raad van Discipline Amsterdam 25-437/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij; Niet gebleken is dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt aan de rechter. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd relevante informatie aan de rechter te verstrekken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:145 Raad van Discipline Amsterdam 25-421/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Er is niet gebleken dat verweerster vertrouwelijke informatie zou hebben achtergehouden voor klaagster. Daarnaast valt niet in te zien op welke wijze verweerster een rol zou hebben gespeeld bij de vrijspraak van de ex-partner van klaagster, dan wel de ex-partner van klaagster op andere wijze een voordeel zou hebben gegeven.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:58 Accountantskamer Zwolle 25/166 Wtra AK

    Kantoortoetsing. Klaagster heeft, na twee reguliere toetsingen, een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. Klaagster stelt dat diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst erop dat hij inmiddels actie heeft ondernomen teneinde “het stelsel in opzet te verbeteren, de kwaliteit van de werking daarvan te verhogen en daarmee de goede beroepsuitoefening te borgen”. De klacht is gegrond, omdat betrokkene als kwaliteitsbepaler er niet voor heeft gezorgd dat het kwaliteitssysteem een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de geldende wet- en regelgeving. Betrokkene krijgt de maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden opgelegd. De Accountantskamer heeft bij het bepalen van de maatregel meegewogen dat zij het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene geen vrijwillige controles meer zal verrichten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:146 Raad van Discipline Amsterdam 25-411/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerder klaagster niet goed zou hebben geadviseerd, heeft klaagster onvoldoende onderbouwd. Ook uit de overige inhoud van het dossier, kan de voorzitter niet opmaken dat sprake was van onjuiste advisering. Van een onzorgvuldige onttrekking door verweerder is evenmin sprake geweest en klaagster evenmin worden gevolgd in haar klacht dat verweerder het dossier en de urenspecificaties niet heeft willen verstrekken aan klaagster.