Zoekresultaten 2841-2850 van de 5668 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7217

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Patiënt bij wie na verloop van tijd de diagnose ‘creeping eruption’ is gesteld, verwijt huisarts het stellen van een verkeerde diagnose, het voorschrijven van verkeerde medicatie, onvoldoende deskundigheid en onvoldoende begrip. Werkdiagnose en aanpassing werkdiagnose. Passende medicatie bij de gemelde klachten. Doorverwijzing naar dermatoloog. Impact van het enthousiasme van huisarts over de zeldzame diagnose en het tonen van foto’s. Grenzen van een redelijke beroepsuitoefening niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2732

    Ongegronde klacht tegen een huisarts op de huisartsenpost. De broer van klager (patiënt) is ‘s nachts met pijnklachten naar de huisartsenpost gegaan. Na onderzoek door de huisarts kreeg hij pijnmedicatie en medicatie tegen misselijkheid en braken toegediend en mocht hij naar huis. In de loop van de ochtend verslechterde de situatie van patiënt en is hij overleden. Klager verwijt de huisarts nalatigheid en stelt dat hij patiënt naar het ziekenhuis had moeten verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Hert Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240347

    Klacht tegen advocaat wederpartij in familiezaak door raad gedeeltelijk gegrond verklaard. Klager komt in beroep van het ongegrond verklaarde gedeelte van de klacht over onnodig grievende uitlatingen. Het hof verklaart dit klachtonderdeel voor één van de aangevallen uitingen alsnog gegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:143 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2813

    Voorzittersbeslissing. Klager is in 2012 in behandeling geweest bij de oogarts voor problemen met zijn ogen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing omdat hij meent dat hij de verjaring tijdig heeft gestuit door het schriftelijk en aangetekend versturen van een stuitingsverklaring. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7238

    Gegronde klacht tegen huisarts. Berisping. Partner van de overleden patiënte verwijt de waarnemend huisarts schending van de dossierplicht, onvoldoende onderzoek, niet adequaat reageren op de door de familie geuite zorgen en niet adequaat reageren op de aansprakelijkheidstelling. Onvolledige dossiervorming. Ter voorkoming van tunnelvisie had de huisarts een bredere blik moeten hebben op het algehele functioneren van patiënte. Uitgebreider onderzoek, waaronder urineonderzoek, was nodig. Naar aanleiding van drie telefoontjes van de familie had huisarts zijn diagnose moeten heroverwegen en een tweede visite moeten afleggen Zorgplicht geldt ook tijdens de procedure van een aansprakelijkstelling, zodat een schadeclaim binnen een redelijke termijn kan worden afgehandeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 240150 240151

    Bekrachtiging uitspraak raad (grotendeels ongegrond en deels niet-ontvankelijk) in klachtzaak tegen advocaat wederpartij. Klager verweet verweerster onder meer het gebruik van een onjuiste verklaring, belangenverstrengeling en niet (correct) optreden in verband met een door haar cliënte gelegd beslag.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748711 DW RK 24/141 MK/SM

    Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft ruim buiten de redelijk termijn gereageerd op de klacht van klager.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8163

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft op 13 januari 2025 contact opgenomen met de huisarts nadat hij sinds een dag last had van pijnaanvallen in de buik, en heeft gezegd dat hij dacht aan galsteenaanvallen. De huisarts heeft klager onderzocht en een expectatief beleid gevoerd. De volgende dag is klager naar de SEH geweest en bleek sprake te zijn van een galblaas- en alvleesklierontsteking. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet direct voor bloedonderzoek heeft doorverwezen, geen vangnetadvies heeft gegeven en geen nazorg heeft verleend.Wat betreft het consult en het vangnetadvies overweegt het college het volgende. Uit het lichamelijk onderzoek kwam naar voren dat klager op dat moment geen koorts had en geen verhoogde ontstekingswaardes (CRP). Klager braakte niet en had een soepele buik. De huisarts heeft onder die omstandigheden op goede gronden kunnen besluiten om een expectatief beleid te voeren. Er was ten tijde van het consult geen aanleiding om klager door te sturen voor verder onderzoek of verdere behandeling. Voorts stelt het college vast, uitgaande van het medisch dossier, dat er wel diclofenac is voorgeschreven en dat er door de huisarts een vangnetadvies is gegeven. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749886 DW RK 24/172 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder heeft verzuimd klager eerder op de hoogte te brengen van de vordering. De gerechtsdeurwaarder had immers al twee maanden eerder de opdracht tot incasseren gekregen. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Er bestaat voor de gerechtsdeurwaarder geen verplichting om een debiteur binnen een bepaalde termijn op de hoogte te brengen van de ontvangst van een opdracht ter incasso.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 240225

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Beroep ingesteld door verweerder. Het hof oordeelt dat verweerder in meerdere processtukken een onjuiste en onvolledige voorstelling van de feiten heeft gepresenteerd door belangrijke andere informatie uit hetzelfde dossier buiten beschouwing te laten bij het onderbouwen van zijn standpunt. Voorts heeft verweerder nagelaten om klager tijdig te informeren over zijn plannen om een procedure aanhangig te maken. Verweerder heeft daarmee de belangen van klager onnodig en onevenredig geschaad. Het hof is het in zoverre eens met de beslissing van de raad en acht de maatregel van een berisping eveneens passend en geboden. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat het verweerder niet valt aan te rekenen dat hij geen verder onderzoek naar de feiten heeft verricht (door zijn voorganger te raadplegen) en geen wederhoor heeft toegepast. Het hof vernietigt in zoverre de beslissing van de raad.