Zoekresultaten 2751-2760 van de 5661 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7975

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. De moeder van klaagster (patiënte) was onder behandeling bij de huisarts. Patiënte was bekend met onder andere diabetes en een hoge bloeddruk. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de klachten van patiënte en haar onvoldoende zorg heeft verleend, waardoor zij uiteindelijk een hersenbloeding heeft gekregen. Het college oordeelt dat de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757286 DW RK 24/344 MK/SM

    Klacht (deels) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft met betrekking tot de tweede betekening een bedrag gerekend dat in overeenstemming is met betekening en niet met het doen van een los (hernieuwd) bevel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-157/DH/RO 25-158/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klachten tegen een advocaat wederpartij over kennisname van vertrouwelijke stukken. Verweerster heeft van de RDI het dossier ontvangen. Daar zaten door een fout van de RDI ook vertrouwelijke stukken bij. Niet gebleken is dat verweerster wist dat het om vertrouwelijke stukken ging. Zij dat dat in de gegeven omstandigheden ook niet moeten weten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7373

    Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met een waarnemend arts. Zij en haar echtgenoot (klager) verwijten haar onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het college oordeelt dat klager in een aantal klachtonderdelen niet kan worden ontvangen omdat hij daarbij geen direct belang heeft. Behandeling en doorverwijzing zijn volgens de regels. Het college acht de informatie in de verwijsbrief aan de KNO-arts, met uitzondering van een per vergissing opgenomen notitie van een telefoongesprek met klager, relevant en noodzakelijk. De klachtonderdelen zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7757

    Onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts heeft klager tweemaal op een consult ontvangen tijdens een eerder door het college opgelegde schorsing. Van deze consulten heeft hij ook een terugkoppeling gegeven aan de werkgever. Klacht gegrond. Verweerder heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen. Maatregel doorhaling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2653

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Het beroep van de arts tegen die beslissing slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b alsnog ongegrond, hetgeen meebrengt dat de in eerste aanleg oplegde maatregel komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7157

    Klaagster klaagt tegen de eerdere huisarts van haar tweelingzus omdat deze medische gegevens over haar, die per abuis in het dossier van haar tweelingzus zijn opgenomen, zonder haar toestemming uit dit dossier heeft verwijderd en in een apart dossier heeft geplaatst. Ook klaagt zij erover dat hij geen contact met haar heeft opgenomen en niet heeft gereageerd op een mail van haar. Het college oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat het verweerder is die de gegevens heeft verwijderd en een nieuw dossier heeft aangemaakt. Ook is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat verweerder geen contact opnam of niet reageerde op de e-mail, aangezien hij geen behandelaar van klaagster was en de behandelrelatie met haar zus al was beëindigd en er geen medische noodzaak bestond op de e-mail te reageren. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2691

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7779

    Klacht tegen arts in opleiding tot longarts. De echtgenoot van klaagster had longkanker. Klaagster verwijt verweerder dat kort na de behandeling met chemotherapie en bestraling, tegen zijn wens in en zonder controle van zijn eiwitwaardes, is gestart met immuuntherapie, waarna hij een maand later snel achteruit is gegaan en is overleden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2654

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft na een ongeval in 2002 klachten aan zijn linkerbeen waarvan hij veel beperkingen ondervindt. Klager werd door de huisarts in 2018 verwezen naar de arts orthopedisch chirurg. De arts heeft een poliklinisch consult gehad met klager en de conclusie was dat hij orthopedisch gezien niet zoveel voor klager kon doen. Daarom verwees hij klager terug naar het spreekuur van de huisarts, om te bespreken of verwijzing naar de vaatchirurg nog zinvol was. Klager verwijt de arts kort gezegd dat hij a) onvoldoende heeft gecommuniceerd en onjuiste informatie heeft verstrekt, b) een onterechte diagnose heeft gesteld, c) tijdens de klachtafhandeling niet met klager zelf heeft willen spreken en d) niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel b gegrond verklaard en daarvoor de maatregel van een waarschuwing aan de arts opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege ten aanzien van de klachtonderdelen a, c en d. Het beroep heeft tot doel dat die klachtonderdelen alsnog gegrond worden verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt overeenkomstig het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klager.