Zoekresultaten 2691-2700 van de 5636 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 02-09-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-068/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:181
Raadsbeslissing. Klacht over de informatievoorziening door de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 240383
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:168
Klacht tegen advocaat wederpartij. Tussen klaagster en haar werkgever speelt de vraag of het advies van de Beoordelingscommissie in het kader van een reorganisatie voor de werkgever bindend was in alle vergelijkbare gevallen of dat het advies enkel zag op de zaak van de een andere werknemer – en niet op die van klaagster - en (slechts) in die zaak bindend is. Klaagster verwijt verweerster – de advocaat van de werkgever - dat zij in dit kader bewust feitelijk onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. Het hof is – anders dan de raad - van oordeel dat omtrent de vorenbedoelde vraag het door verweerster verwoorde standpunt over de toepasbaarheid van het advies van de Beoordelingscommissie een pleitbaar standpunt was, omdat niet is komen vast te staan dat het standpunt van klaagster de enig juiste uitleg is. Niet gebleken is dan ook dat verweerster bewust onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. De beroepsgrond van verweerster dat de raad zich heeft begeven op het terrein dat ter beoordeling van de civiele rechter is slaagt. Het hof is van oordeel dat – voor zover dit aan het hof voorligt – alle klachten ongegrond zijn en dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Vernietiging raadsbeslissing
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:175
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-179/DH/DH
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:182
Deels gegrond verzet. De raad constateert dat de voorzitter een door klagers aangevoerd aspect niet heeft besproken. Verzet daarom gegrond. De raad verklaart de klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 240105
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 01-09-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:169
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder (de advocaat van de oud-werkgever van klager) dat hij onaangekondigd en tegen de wens in van klager tijdens ziekte diens woning heeft betreden en heeft geprobeerd klager te dwingen een (voor klager ongunstige) vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Het hof is van oordeel dat van het rauwelijks voor de deur van klagers woning verschijnen door verweerder een dwang uit ging om de conceptovereenkomst te tekenen. Het hof acht dit handelen van verweerder extra verwijtbaar omdat hier sprake was van een kwetsbare en zieke werknemer. Evenals de raad acht het hof acht de klacht gegrond. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 4 weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 27-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:176
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO
- Datum publicatie: 01-09-2025
- Datum uitspraak: 25-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:177
Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 269
- Pagina: 270
- Pagina: 271
- ...
- Pagina: 564
- Volgende pagina zoekresultaten