Zoekresultaten 2621-2630 van de 5606 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:156 Raad van Discipline Amsterdam 24-838/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Klager heeft van verweerder geen hulp gekregen bij de problemen waarvoor hij zich tot verweerder had gewend. Verweerder had de standaard-ingebrekestelling niet mogen versturen en hij had klager hiervoor ook niet mogen laten betalen. De kwaliteit van de door verweerder geleverde dienst is duidelijk onder de maat geweest. Verweerder lijkt zijn fout bovendien maar nauwelijks in te willen zien. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in de beslissing genoemde klachtzaak en het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig zijn. Gezien de aard, de ernst en de omvang van het dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:157 Raad van Discipline Amsterdam 24-763/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is deels gegrond. Verweerder heeft niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking hetgeen is overwogen en beslist in de andere in deze beslissing genoemde klachtzaak en in het dekenbezwaar tegen verweerder, die gelijktijdig met de onderhavige klachtzaak bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van beide (gegrond bevonden) klachten en het dekenbezwaar, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:151 Raad van Discipline Amsterdam 25-470/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de (voormalig) eigen advocaat. Verweerder is niet tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Verweerder heeft met toestemming van klager de paspoortgegevens van klager aan de SVB verstrekt. Ook als verweerder op de hoogte was geweest van het feit dat klager een bijstandsuitkering ontving - hetgeen verweerder betwist - rustte op verweerder, anders dan klager stelt, geen verplichting om klager te informeren over de mogelijke gevolgen die het verstrekken van deze paspoortgegevens aan de SVB zouden kunnen hebben op klagers bijstandsuitkering. Klager is zelf verantwoordelijk voor de terugvordering van zijn bijstandsuitkering, omdat hij kennelijk gedurende bepaalde periodes zonder toestemming in het buitenland verbleef en als gevolg daarvan ten onrechte een uitkering ontving.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:158 Raad van Discipline Amsterdam 25-149/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft met zijn handelen het bepaalde in gedragsregel 25 lid 1 geschonden. Gelet op de ernst van de herhaalde verwijtbare gedraging door verweerder, acht de raad de oplegging van een waarschuwing passend. De raad heeft daarbij in het voordeel van verweerder meegewogen dat hij heeft ingezien dat dit anders had gemoeten en zijn excuses heeft aangeboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:152 Raad van Discipline Amsterdam 25-468/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de ex-partner in een familierechtzaak. Verweerder is bij de behandeling van de procedure binnen de grenzen van het betamelijke gebleven; niet is komen vast te staan dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten of depolariserend te werk is gegaan. Hoewel het treffen van een minnelijke schikking de voorkeur heeft, is dit geen absolute verplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-915/A/A 24-918/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Verweerders hebben in strijd gehandeld met gedragsregel 20 lid 2. Dit valt hen tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging, acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:153 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem beginsel en het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang en voor het overige kennelijk ongegrond omdat niet gebleken is dat verweerder in zijn bijstand aan zijn cliënt de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:154 Raad van Discipline Amsterdam 25-424/A/A 25-425/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is kennelijk ongegrond. Voor zover klagers hebben aangevoerd dat de betekening door hen als intimiderend is ervaren, stelt de voorzitter vast dat deze vermeende intimidatie niet nader door hen is geconcretiseerd. Het is de voorzitter op grond van de inhoud van de stukken ook overigens niet gebleken dat de belangen van klagers als gevolg van het handelen door verweersters onredelijk of onevenredig zouden zijn geschaad. Daarnaast hebben verweersters naar het oordeel van de voorzitter gemotiveerd aangevoerd dat er gegronde redenen voor hen bestonden om het vonnis (ook) aan klagers te betekenen. De voorzitter is van oordeel dat verweersters hebben gehandeld binnen de aan hen toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:155 Raad van Discipline Amsterdam 25-003/A/A/D

    Raadsbeslissing. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de kernwaardes kwaliteit/deskundigheid en (financiële) integriteit te schenden. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel neemt de raad ook in aanmerking wat is overwogen en beslist in de klachtzaken die tegelijk met het onderhavige dekenbezwaar bij de raad aanhangig waren. Gezien de aard, de ernst en de omvang van dit dekenbezwaar en van de (gegrond bevonden) klachten, in samenhang met eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, en gelet op het vertrouwen dat in de advocatuur moet kunnen worden gesteld, is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau van verweerder dient te volgen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:174 Hof van Discipline 's Gravenhage 250294

    Beklag artikel 13 ongegrond. De advocaat die klaagster bijstond, moet wegens ziekte terugtreden en heeft een opvolger gezocht en gevonden. Het staat klaagster vrij om niet met die opvolger akkoord te gaan, maar dat betekent nog niet dat de deken nu een advocaat moet aanwijzen die aan de wensen van klaagster moet voldoen. Daarbij is ook niet gebleken dat klaagster zelf heeft geprobeerd een advocaat te vinden.