Zoekresultaten 2521-2530 van de 5622 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 250101

    Hof bepaalt na intrekking van hoger beroep ingangsdatum schorsing en proeftijd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:215 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-160/AL/MN

    Verweerder heeft een brief aan de rechtsbijstandsverzekeraar van zijn cliënte gestuurd, zonder dat hij hiervoor toestemming van zijn cliënte had. De raad heeft geoordeeld dat dat tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad houdt er echter ook rekening mee dat er weinig vertrouwelijke informatie in die brief stond en dat verweerder zijn geheimhoudingsverplichting niet bewust heeft geschonden; verweerder dacht (weliswaar ten onrechte) dat hij hiervoor toestemming van zijn cliënte had. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerder niet eerder door de raad is veroordeeld. Gelet op de (beperkte) ernst van het handelen van verweerder en de hierboven genoemde omstandigheden, wordt volstaan met de gegrondverklaring van een deel van de klacht en wordt geen maatregel worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2834

    Ongegronde klacht tegen een apotheker. Klager is voor de deur van de apotheek in elkaar gezakt. Hij verwijt de apotheker onder meer dat hij hem in een hulpeloze toestand heeft gebracht of gelaten en omstanders ervan heeft weerhouden om hulp te verlenen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:173 Raad van Discipline Amsterdam 25-531/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster gemotiveerd aangevoerd dat zij haar besluit om zich te onttrekken, niet lichtvaardig heeft genomen. Verweerster was van mening dat sprake was van een verstoorde vertrouwensrelatie met klager. Zij heeft dit zowel per e-mail als telefonisch ook zo aan klager uitgelegd. Daarbij heeft verweerster klager ook verwezen naar een andere advocaat en heeft zij haar bijstand aan klager pas beëindigd nadat zij bezwaarschrift voor hem had opgesteld en ingediend. Van het missen van een termijn is geen sprake geweest en het is de voorzitter evenmin gebleken dat klager op andere wijze procedurele schade heeft geleden als gevolg van de onttrekking door verweerster. Verder had verweerster aan klager bericht dat het bezwaarschrift door haar was ingediend en dat zij ook een voorlopige voorziening voor hem zou aanvragen, maar dat klager hiertoe eerst de tweede voorschotnota diende te betalen. De voorzitter acht dit een begrijpelijke mededeling. Klager had deze nota immers (kennelijk) nog niet betaald en verweerster wenste financiële zekerheid, voordat zij haar werkzaamheden voor klager zou hervatten. Dat verweerster hiermee ondermaats, danwel tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld, is de voorzitter niet gebleken en klager heeft dit klachtonderdeel ook niet nader onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2733 Verzet

    .

  • ECLI:NL:TNORSHE:2025:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/25

    Afgifte van onjuist afschrift van testament aan erflater, die zijn testament niet meer kon vinden. Een notarieel afschrift van een akte heeft dezelfde bewijskracht als de originele akte, zodat het van groot belang is om uitermate zorgvuldig te handelen als een afschrift wordt afgegeven. Betrokkenen moeten op de juistheid van de inhoud daarvan kunnen vertrouwen. Als de handelwijze van een medewerker van een notariskantoor is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, geldt als uitgangspunt dat de betrokken (kandidaat-)notaris tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het dossier. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:174 Raad van Discipline Amsterdam 25-543/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Blijkens de inhoud van de correspondentie heeft verweerder gedurende een periode van ruim twee jaar veel tijd en energie gestoken in de aanhoudende stroom e-mailberichten van klager. In zijn berichtgeving aan klager heeft verweerder klager steeds duidelijk proberen te maken dat hij hem niet kon helpen bij een herzieningsverzoek nu hij daar geen heil in zag. Daarbij heeft hij klager geadviseerd om, indien hij toch een dergelijk verzoek wenste in te dienen, hiervoor contact op te nemen met een specialist op dat gebied. Hoewel de zaak een voor klager ongewenste uitkomst had, betekent dit niet dat verweerder niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem als een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9020

    Wrakingsverzoek gericht tegen lid-beroepsgenoot. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij onevenredig lang heeft gewacht met het indienen van een wrakingsverzoek.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7989

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster is de echtgenote van de inmiddels overleden patiënt. De patiënt was enige tijd opgenomen in een ziekenhuis. Tegen het einde van de opname bleek dat de patiënt na zijn opname moest revalideren. Er ontstond tussen het ziekenhuis en de familie van de patiënt een discussie over de beste vervolgplek voor de patiënt. De verpleegkundige is werkzaam als transferverpleegkundige en heeft meerdere gesprekken met de familie gevoerd. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder andere dat zij de familie onder druk heeft gezet te kiezen voor een zogenaamde 9b-plek - een indicatie voor geriatrische revalidatiezorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) terwijl de familie dat niet wilde. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7911

    Deels gegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder andere dat hij onvoldoende en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht. Het college overweegt dat een verzekeringsarts in beginsel zelf mag bepalen op welke manier hij een medisch onderzoek verricht. In dit geval, gegeven de gerapporteerde klachten en hetgeen klager over de verslechtering in zijn lichamelijke en geestelijke toestand had gesteld en met stukken van zijn behandelend specialisten had onderbouwd, acht het college een kort telefonisch consult (in plaats van een fysiek onderzoek) echter ontoereikend. De verzekeringsarts heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot zijn conclusies is gekomen. Het college legt de maatregel van berisping op.