Zoekresultaten 751-760 van de 5871 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 260021

    Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-36

    Klager verwijt de notaris dat zij geen maatregelen heeft genomen tegen volgens hem onterechte declaraties en belastingrente die door de overleden oud-notaris in zijn hoedanigheid van executeur in rekening waren gebracht. De kamer oordeelt dat de notaris uitsluitend als waarnemer van het protocol optrad, niet verantwoordelijk was voor het handelen van de oud-notaris en juist zorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968

    Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts ondermaats geweest. Berisping.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2026:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-60 en 25-61

    Klager verwijt de notarissen dat zij hem onvoldoende hebben geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap, onvoldoende bereikbaar waren en niet hebben ingegrepen in het handelen van zijn zus, waardoor volgens hem schade is ontstaan. De kamer voor het notariaat oordeelt dat de notarissen uitsluitend waren belast met het opstellen van een verklaring van erfrecht en geen verantwoordelijkheid droegen voor het beheer van de nalatenschap of de communicatie tussen erfgenamen. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken, zodat de klacht ongegrond is verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-209/DH/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een KIFID-procedure. Verweerster mocht standpunten innemen die afwijken van klaagsters beleving en mocht procedurele verzoeken doen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250459

    Klacht over advocaat wederpartij. Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van haar (oud)-werkgever. Zij verwijt verweerster dat zij in de procedure over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst brieven heeft overgelegd, terwijl de werkgever in een eerdere kortgedingprocedure was veroordeeld deze brieven uit het personeelsdossier van klaagster te verwijderen. Ook verwijt klaagster verweerster gebruik te hebben gemaakt van gegevens afkomstig van het UWV, die de werkgever door middel van een datalek heeft verkregen. Tot slot stelt klaagster dat verweerster zich onprofessioneel heeft gedragen tijdens een schorsing van de zitting. De raad heeft de klachten van klaagster ongegrond verklaard. Het hof is het daarmee eens en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038

    Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250443

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij verzuimd heeft zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn vakantie en dat verweerder ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken en gemaakte afspraken. Ook de financiële continuïteit van de praktijk van verweerder is volgens de deken niet gewaarborgd en tot slot gebruikt verweerder in zijn e-mailadres en de URL van de website van zijn kantoor het woord “advocaten”, terwijl verweerder een solopraktijk heeft. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 weken opgelegd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad voor zover het bezwaar gegrond is verklaard. Het hof ziet echter, mede naar aanleiding van ontwikkelingen na de uitspraak van de raad, aanleiding de maatregel aan te passen tot een schorsing van 8 weken onvoorwaardelijk.