Zoekresultaten 631-640 van de 6550 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:66 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:66
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8754
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:133
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft een klacht ingediend naar aanleiding van de behandeling van haar op 16 april 2023 overleden vader door de huisarts. Tegen de waarnemend huisarts van de patiënt is door klaagster ook een klacht ingediend (zaaknummer A2025/8753). Gegeven de situatie dat de patiënt op 11 april 2023 opnieuw gezien zou worden door de waarnemend huisarts en ook al vervolgafspraken had in het ziekenhuis bij de cardioloog en de internist, acht het college het dan ook begrijpelijk dat zij op 7 april 2023 geen concrete vervolgstappen heeft genomen of bij de patiënt op visite is gegaan. Dat de huisarts de klachten en zorgen niet serieus heeft genomen en de ernst van de situatie niet juist heeft ingeschat is naar het oordeel van het college niet gebleken. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/61
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:17
Vestiging van hypotheekrechten op registergoederen die door een Groninger akte waren geleverd, terwijl de ontbindende voorwaarde nog niet was vervallen. De kamer oordeelt dat de notaris in de gegeven omstandigheden onvoldoende reden had om erop te mogen vertrouwen dat de klaagster (een crowdfundingplatform) zich bewust was van het ongebruikelijke en specifieke risico dat haar investeerders 2,5 miljoen euro aan de koper leenden zonder dat daar een (onvoorwaardelijk) zekerheidsrecht tegenover stond. Onvoldoende invulling van informatie- en waarschuwingsplicht. In de hypotheekakten is ook niet vermeld dat de registergoederen onder een ontbindende voorwaarde waren geleverd, terwijl dit voor de rechtstoestand van de registergoederen van belang was. Klacht over uitbetaling van deel van geleende gelden aan de hypotheekgever in plaats van aan de verkoper, zonder te verifiëren of de klaagster daarmee instemde, ongegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-294/DB/LI
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:73
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij namens NN in de randnummer 38 tot en met 41 van de conclusie van antwoord van 10 juli 2025 een apert onjuist en onpleitbaar verweer gevoerd en gehandhaafd. Verweerder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom hij het nodig vond om in de gerechtelijke procedure de rechtsgeldigheid van de cessie te betwisten en dit verweer (ook nadat klaagster nadere stukken had ingediend) te handhaven. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:67 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-324/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:67
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De tuchtrechtelijke verwijten over de verzonden declaraties zijn deels niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en deels kennelijk ongegrond, omdat niet van excessief declareren is gebleken en omdat verweerder wel degelijk op klagers bezwaren heeft gereageerd. De klacht dat verweerder klager ten onrechte heeft geadviseerd om te schikken is kennelijk ongegrond omdat van onjuiste advisering niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8842
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:134
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is van mening dat de huisarts in de behandelrelatie structureel grensoverschrijdend, nalatig en psychisch schadelijk heeft gehandeld en dat het niet mogelijk was om dit bij de huisarts aan te kaarten. Het college overweegt dat de vragen van de huisarts vragen zijn die op grond van de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit relevant zijn om een inschatting van het gevaar te kunnen maken. Het college gaat er dan ook vanuit dat de opmerkingen van de huisarts zijn gemaakt in die context, en niet in de betekenis die klaagster aan die woorden heeft gegeven. Omdat er verder twee verschillende lezingen zijn en onderbouwing ontbreekt, kan het college niet vaststellen wat er precies is gezegd. Van bagatellisering van de situatie van klaagster door de huisarts is het college niet gebleken. Alles afwegende komt het college tot de conclusie dat de huisarts correct en adequaat heeft gehandeld in een situatie die uitermate complex is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:68 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-326/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:68
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een overeenkomst van geldlening in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit stuk vals was. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de overgelegde stukken niet gebleken dat verweerder reden had om te twijfelen aan de authenticiteit van de overeenkomst van geldlening. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8936
- Datum publicatie: 09-06-2026
- Datum uitspraak: 09-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:135
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers hebben een klacht ingediend in verband met de behandeling van hun moeder voorafgaand aan haar overlijden. Het college overweegt dat de huisarts de geldende protocollen ten aanzien van de palliatieve sedatie op een juiste wijze heeft doorlopen. Op medisch gebied heeft de huisarts dan ook de juiste zorg geleverd. Het college overweegt dat de communicatie met klagers en patiënte rondom het verloop van een palliatieve sedatie en hoe zich dat verhoudt ten aanzien van het verloop van een euthanasie wellicht beter had gekund. Daarbij had de huisarts eerder en helderder kunnen communiceren over haar persoonlijke bezwaren tegen euthanasie, omdat dit had kunnen bijdragen aan een beter verwachtingsmanagement voor patiënte en haar familie. Het college is echter van mening dat het handelen van de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Alle onderdelen van de klacht zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:115 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3178 herziening
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 07-05-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:115
Klager heeft bij het Centraal Tuchtcollege op de voet van artikel 52 Wet BIG een verzoek ingediend tot herziening van de beslissing van het Centraal Tuchtcollege van 26 november 2025. Het Centraal Tuchtcollege concludeert dat alleen om herziening kan worden verzocht door degene over wie is geklaagd. Daarnaast is herziening bedoeld om een beslissing te herstellen die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt en niet voor een hernieuwde discussie over uitspraken. Op basis hiervan heeft het Centraal Tuchtcollege verzoeker (klager) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot herziening van de beslissing van 26 november 2025
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:175 Hof van Discipline 's Gravenhage 260039
- Datum publicatie: 08-06-2026
- Datum uitspraak: 05-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:175
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. Het hof is, overeenkomstig het standpunt van de deken, van oordeel dat van een aan te wijzen advocaat in de resterende tijd tussen het moment dat het verzoek van klaagster in behandeling kon worden genomen en de datum waarop de cassatietermijn zou verstrijken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat deze het dossier zou opvragen, bestuderen, een cassatieadvies zou uitbrengen en - in geval van een positief advies - een verzoekschrift met cassatiemiddelen zou opstellen en indienen bij de Hoge Raad. Dit betekent dat klaagsters doel – een rechtsmiddel instellen – niet meer kon worden bereikt, zodat aanwijzing van een advocaat voor dat doel zinloos was geworden. Op die grond dient het beklag van klaagster al te worden afgewezen. Verder is het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut, maar mag dit aan beperkingen worden onderworpen. Ook in dit geval komt de beslissing van de deken niet in strijd met artikel 6 EVRM omdat, ook wanneer rechtsbijstand noodzakelijk is om het recht op toegang tot de rechter effectief te doen zijn, de aanspraak daarop niet onbegrensd is.