Zoekresultaten 351-360 van de 6506 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8953

    Klacht tegen verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college oordeelt dat de feiten en omstandigheden niet met een redelijke mate van zekerheid kunnen worden vastgesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9096

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster heeft een vaginaplastiek ondergaan waarbij zij is geopereerd door de plastisch chirurg. Klaagster heeft diverse klachten over de operatie, de verleende zorg en de verslaglegging. De klacht over de informatievoorziening is verjaard en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Het gebruik van een perineoscrotale lap tijdens de operatie is in overeenstemming met wetenschappelijke inzichten. Dat de gecreëerde labia majora onontwikkelder zijn dan klaagster had gewild, maakt niet dat de operatie niet goed is uitgevoerd. Niet aannemelijk dat de prolaps het gevolg is van de operatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2805

    Ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster heeft een klacht ingediend over de behandeling van haar moeder (hierna: de patiënte) die is overleden. De patiënte werd behandeld voor borstkanker met uitzaaiingen. De internist was de hoofdbehandelaar van patiënte. Klaagster is, kort gezegd, niet tevreden over de medische behandeling die de patiënte heeft gekregen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:207 Hof van Discipline 's Gravenhage 250430

    In deze zaak heeft klager een klacht ingediend over verweerder die in opdracht van de advocaat van klager een cassatieadvies heeft verstrekt. Het hof beslist dat tussen klager en verweerder geen materieelrechtelijke advocaat-cliënt relatie bestaat. Klager heeft daarom geen eigen, rechtstreeks belang bij zijn klacht over verweerder, omdat alle klachtonderdelen betrekking hebben op de werkzaamheden van verweerder voor de advocaat van klager. Het hof verklaart in hoger beroep alle klachtonderdelen alsnog niet-ontvankelijk en vernietigt de raadsbeslissing in zoverre.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2798

    Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. Zij is - kort gezegd - niet tevreden over de zorg die haar moeder in het ziekenhuis kreeg. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte was bij de longarts onder behandeling voor longklachten vanwege haar astma. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat hij een verkeerde diagnose (sarcoïdose) heeft gesteld en patiënte niet heeft gewezen op de risico’s van zuurstoftoediening en niets heeft gedaan om deze risico’s te mitigeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2823

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De moeder van klaagster is in de nacht opgenomen op de afdeling van het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). Patiënte was onder meer bekend met uitgezaaide borstkanker waarbij sinds weken sprake was van een respiratoire achteruitgang (benauwdheid). Op de SEH was op basis van het klinisch beeld ook sprake van vermoeden van sepsis (bloedvergiftiging). De verpleegkundige had dagdienst op de afdeling waar patiënte in de nacht was opgenomen. Patiënte overleed daar aan het eind van de ochtend. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat hij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte, in de communicatie met de familie en in de nazorg na het overlijden van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zorg aan patiente gegrond zijn, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op deze onderdelen en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9094

    Voorzittersbeslissing. Klagers klagen over de behandeling van hun overleden dochter tegen de behandelend psychiater. Naar aanleiding van meerdere aanwijzingen, waaronder een aangifte van de dochter van klagers tegen haar vader (klager), volgt dat moet worden getwijfeld aan de vertegenwoordiging door de ouders van de veronderstelde wil van hun dochter. Klagers behoren hierdoor niet tot de kring van klachtgerechtigden zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Klagers niet-ontvankelijk en voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:208 Hof van Discipline 's Gravenhage 250349

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad van discipline in het ressort Amsterdam waarin de klachten van klager ongegrond zijn verklaard. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn optreden als advocaat van (mede) de commissarissen van de vennootschappen. Ook is niet gebleken dat verweerder hierover op enig moment onwaarheden zou hebben verkondigd. Van een schending door verweerder van de gedragsregels 8 en 9 is daarom geen sprake. Dat er tussen partijen verschil van inzicht bestond of klager (volgens verweerder) in strijd handelde met gedragsregel 25 betekent niet dat verweerder daarmee gedragsregel 24 schond, dan wel op andere wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:142 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2799

    Klacht tegen een longarts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de longarts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte is in de nacht opgenomen in het ziekenhuis, nadat zij zich in de avond had gemeld op de spoedeisende hulp (SEH). De volgende ochtend is zij overleden. De longarts was op de avond van opname en op de dag van het overlijden van patiënte de dienstdoend longarts. Klaagster verwijt de longarts onder andere dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan, geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klachten dat de longarts geen aandacht heeft besteed aan de slechte bloedgaswaarden van patiënte en de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had alsnog gegrond en legt de longarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2824

    Ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. De moeder van klaagster is behandeld in het ziekenhuis in verband met een mammacarcinoom (borstkanker). Vanaf september 2015 vonden de poliklinische controles plaats bij de verpleegkundig specialist. Eind februari 2021 heeft de arts de controles (weer) overgenomen in verband met uitzaaiingen (levermetastasen). Patiënte is op 14 maart 2022 overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundig specialist dat zij is tekortgeschoten in de zorg aan patiënte en in de communicatie met patiënte en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.