Zoekresultaten 931-940 van de 48197 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 250427
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:124
Deze zaak betreft een klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Volgens klager was verweerster zijn advocaat en heeft zij haar geheimhoudingsplicht geschonden door in een procedure tussen klager en de deken informatie aan de deken te verstrekken. Daarnaast zou verweerster een belofte niet zijn nagekomen, zich onnodig grievend over klager hebben uitgelaten en hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 15 lid 1 onder b. Het hof verklaart -net als de raad- de klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:125
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 260145
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:126
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten. Het klachtrecht is evenmin bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9498
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:100
Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klagers hebben de klachten niet concreet toegelicht of onderbouwd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 30-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:127
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Verkort dekenonderzoek in verband met herhaalde klachten en niet betalen griffierecht is een procedurele beslissing die in de (verdere) klachtprocedure aan de orde kan worden gesteld.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-188/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:105
Voorzittersbeslissing. Klaagster is via DAS bij verweerder gekomen voor rechtsbijstand in een geschil met haar buren over een erfdienstbaarheid (van uitweg). Na onderzoek heeft verweerder besloten de zaak verder niet in behandeling te nemen omdat sprake van een kansloze zaak was. Die beslissing stond hem vrij. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8363
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:79
Ongegrond klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater hem onvoldoende te hebben voorgelicht over bijwerkingen van diverse medicijnen en het gebruik van medicijnen niet goed te hebben afgebouwd. Dat klager wel voldoende is voorgelicht blijkt uit het geheel van contacten en het medisch dossier. De medicatie is daarnaast voldoende afgebouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2994
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 29-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:87
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster heeft eenmaal een consult gehad met de huisarts die op dat moment als waarnemer werkte. Klaagster en haar echtgenoot (klager) verwijten de huisarts onder meer dat zij niet twee doorverwijzingen naar een specialist heeft gegeven en dat de verwijsbrief aan de KNO-arts smadelijk is omdat hierin onnodige zaken staan over klagers. Het Regionaal Tuchtcollege in ‘s-Hertogenbosch heeft klager in drie klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard en de klacht in alle onderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klagers verwerpen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-682/DH/RO
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 20-04-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:87
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van haar cliënte door namens haar bij klager aan te dringen op het versturen van een toestemmingsformulier, terwijl dat niet vereist was volgens het door de rechtbank bekrachtigde ouderschapsplan. Door desalniettemin te stellen dat klager het formulier moest hebben en het formulier ook als voorwaarde te stellen voor instemming met de vakantie, heeft verweerster de belangen van klager onnodig geschaad. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-772/AL/NN
- Datum publicatie: 29-04-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:106
Klaagster is een vereniging van eigenaren waarvan verweerder jarenlang de advocaat was. Uit de stukken is de raad niet gebleken dat verweerder onvoldoende voortvarend of ondeskundig heeft opgetreden. Verweerder is naar het oordeel van de raad wel tekortgeschoten in zijn communicatie met (het nieuwe bestuur van) klaagster. Vast staat dat verweerder over de naleving van het kort geding vonnis door de wederpartij en inning van de verbeurde dwangsommen met het oud-bestuur van de VvE heeft gecorrespondeerd en afspraken heeft gemaakt. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerder en het nieuwe bestuur langs elkaar heen hebben gecommuniceerd, in het bijzonder over de vraag over welke dwangsommen het ging. Alhoewel verweerder inhoudelijk op de vragen namens het nieuwe bestuur heeft gereageerd, bleek uit hun reacties dat zijn antwoorden tot nog meer onbegrip en irritatie leidden. Die situatie had naar het oordeel van de raad toen voor verweerder aanleiding moeten zijn om de regie te nemen en een verhelderend gesprek met het nieuwe bestuur te regelen, zeker gelet op de juridische complexe materie. Verweerder heeft de voor het nieuwe bestuur ontbrekende informatie, de door hem ontvangen e-mails van jaren geleden van het oud-bestuur van de VvE, ook pas voor het eerst bij zijn verweerschrift bij de deken gevoegd. Het nieuwe bestuur heeft daarvan toen pas kennis kunnen nemen terwijl daarover door het bestuur al bijna een jaar eerder meermaals vragen aan verweerder waren gesteld. Tijdens de zitting bij de raad heeft verweerder verklaard dat de indringende en eisende toonzetting in de e-mails van het nieuwe bestuur ertoe hebben geleid dat hij zijn cliënt meer zag als zijn wederpartij dan als zijn eigen cliënt en zich daarom zo heeft opgesteld. Dat is voor een deskundig advocaat met voldoende professionele afstand geen rechtvaardiging voor zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.