Zoekresultaten 44461-44470 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0907 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.316

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0584 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/957

    De Kamer is van oordeel dat er voldoende aanleiding voor de notaris was om het “Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid” te volgen. Dit klachtonderdeel gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0908 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.045

    Patiënt (klager) in sinds 2007 opgenomen in een Zorgcentrum op basis van artikel 60 van de BOPZ. De aangeklaagde arts is geneesheer-directeur van dit Zorgcentrum. De klacht is ingediend door een bevriende huisarts van de patiënt die de opname wil terugdraaien. De familie van de patiënt verzet zich niet tegen de opname. Onder andere doet de vraag zich voor of de klagende huisarts ontvankelijk is. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt zich deels onbevoegd en voor het overige klager niet-ontvankelijk in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0585 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/938

    Klaagster verwijt de notaris dat hij in de akte tot beëindiging van haar geregistreerd partnerschap en in de akte van verdeling niet heeft geregeld dat de voorhuwelijkse schulden van haar partner voor diens rekening zouden blijven. De Kamer stelt voorop dat de notaris niet kan afwijken van de dwingendrechtelijke bepalingen van het huwelijksvermogensrecht. De Kamer overweegt voorts dat de notaris er niettemin wijzer aan had gedaan met zoveel woorden in de akten aan te geven dat de interne verdeling van de schulden daarin niet was opgenomen. In ieder geval had de notaris, volgens de Kamer, daarover schriftelijk of anderszins op een duidelijke wijze met klaagster kunnen communiceren. De Kamer acht het verzuim niet zodanig dat een tuchtrechtelijke maatregel moet worden opgelegd

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0909 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.140

    Klacht: Klaagster heeft chronische hoest- en benauwdheidklachten en wordt door haar huisarts voor hernieuwd onderzoek doorverwezen naar verweerder, longarts. Zij is in totaal vijf keer gezien door deze arts. Klaagster verwijt de arts: 1) ten onrechte advies gegeven te hebben het bed op klossen te zetten, waardoor zij een herseninfarct heeft gekregen; 2) de brief van de huisarts waarin stond dat zij in 2006 een schedeloperatie heeft ondergaan niet goed heeft gelezen; 3) haar een tekening meegegeven te hebben met een Engelse tekst. Klaagster en zoon beheersten deze taal niet goed en informatie was voor hen niet duidelijk; 4) haar privacy geschonden te hebben; 5) haar onheus heeft bejegend en ‘in de kou heeft laten staan’, de arts heeft haar verteld dat zij niet meer terug hoefde te komen. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de klacht kennelijk ongegrond in al haar onderdelen en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0906 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.260

  • ECLI:NL:TNOKARN:2011:YC0583 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/963

    Nalatenschap. Beoordeling rol en daarbij behorende zorgplicht van de notaris bij de afwikkeling. De Kamer is van oordeel dat de notaris onvoldoende transparant was en is over zijn rol en voorts de belangen van klaagster (één van de erfgenamen) onvoldoende heeft behartigd. Klacht grotendeels gegrond, oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1331 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M67-2010

    Niet komen vast te staan dat verweerder zonder opdracht van klager werkzaamheden heeft verricht. Een advocaat dient te onderzoeken en met zijn cliënt te bespreken of deze in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand (gedragsregel 24) Hiervan is onvoldoende gebleken. Het onder deze omstandigheden toesturen van een declaratie voor verrichte werkzaamheden is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door rechtstreeks met klager te blijven communiceren, ofschoon hij wist dat deze zich tot een andere advocaat had gewend en door die andere advocaat werd bijgestaan. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA1338 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 35-2010

    Een advocaat dient te alle tijde bedacht te zijn op de situatie dat hij ten opzichte van zijn cliënt niet meer de vrijheid en onafhankelijkheid bezit om deugdelijk te adviseren en representeren. Een belangenverstrengeling door financiële pof persoonlijke relaties, kan de gewenste onafhankelijkheid in gevaar brengen, en kan maken dat de advocaat mede tot partij wordt. Voorts dient een advocaat niet op te treden tegen een wederpartij ten aanzien van wie hij over vertrouwelijke informatie beschikt die hij niet betrokken heeft van zijn cliënt. Indien de echtgenoot van de advocaat belang heeft bij de wijze van adviseren en optreden voor diens cliënt kan de vrijheid en onafhankelijkheid van die advocaat in gevaar komen. gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1332 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H75-2010

    Gelet op de aan de advocaat toekomende vrijheid stond het verweerder vrij om zich in de door hem namens zijn cliënten gevoerde procedures te bedienen van de door hem gebezigde bewoordingen. Niet onnodig grievend. Klacht ongegrond.