Zoekresultaten 43591-43600 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1699 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch B228-2010

    De aan verzending per fax verbonden risico’s komen voor rekening van de verzender. Indien de verzender de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om de ontvangst van het faxbericht op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Hoewel op een advocaat geen verplichting rust pm faxjournaals te bewaren, dient het risico daarvan voor de advocaat te blijven. Dit geldt temeer voor een advocaat met een vreemdelingenpraktijk die ermee bekend is dat ontvangstenbevestigingen van beroepschriften, met daarin een termijn voor indiening van gronden, door de rechtbank poer fax worden verzonden. Verweerster is er niet in geslaagd op een andere niet ongeloofwaardige wijze de ontvangst van het faxbericht te ontkennen. Tuchtrechtelijke verwijtbaar gehandeld door termijn voor het indienen van gronden ongebruikt te laten verstrijken. Niet betamelijk om niet –bij wijze van schadeloosstelling- over te gaan tot terugbetaling van het door de cliënt betaalde griffierecht en de eigen bijdrage. Klacht gegrond, schorsing 2 maanden

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/197

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/198Vp

  • ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1055

    Advies forensisch arts over handelen en/of nalaten forensich artsen jegens klager tijdens diens detentie. Tweede tuchtnorm van artikel 47 Wet BIG (lid 1 sub b). Klager ontvankelijk onder verwijzing naar CTG 20 maart 2001 en M.v.T. wetsvoorstel BIG. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/195

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1698 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 127-2010

    Een advocaat dient te hebben voldaan aan de in artikel 33 lid1 sub c van de Wet op de rechtsbijstand gestelde voorwaarden, alvorens over te gaan tot het indien van een verzoek tot tussentijdse beëindiging wegens het niet betalen van de eigen bijdrage. Een advocaat dient zijn cliënt vooraf mede te delen dat hij voornemens is om over te gaan tot het indienen van een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de toevoeging onder opgaaf van de werkelijke reden daarvan. Het verweer dat er geen verstrekkende consequenties zijn verbonden aan een tussentijdse beëindiging van een toevoeging berust op een onjuiste rechtsopvatting. In geval van tussentijdse beëindiging van een toevoeging wegens het niet betalen van de eigen bijdrage wordt in dezelfde zaak geen rechtsbijstandverlener meer toegevoegd. klacht gegrond; enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2011:YG1169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2010/196

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0179 Accountantskamer Zwolle 09/2282 Wtra AK

    Niet integer handelen door heimelijk een deel van het CRM-klantenbestand van de werkgever te kopieren om ten eigen bate aan te wenden.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2011:YF0333 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2010/13 2010/14

    Hond van klaagster verdacht van diafragmatica pericardio peritoneale. Beklaagden wordt verweten dat zij te weinig spoed hebben betracht bij het stellen van de diagnose en het inzetten van een behandeltraject. Ook wordt hen verweten dat zij de hond in het weekend mee naar huis hebben gegeven zonder instructie. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0174 Accountantskamer Zwolle 10/298 en 10/299 Wtra AK

    Het door een accountant in zijn zakelijke betrekkingen innemen van een civielrechtelijk standpunt kan slechts onder bijzondere omstandigheden, zoals het bewust innemen van een onjuist of misleidend standpunt, leiden tot een gegrond tuchtrechtelijk verwijt. Een beding in de algemene voorwaarden, waarbij clienten op straffen van een boete wordt verboden binnen 1 jaar na beeindiging van de relatie met het accountantskantoor zaken te doen met een (voormalige) medewerker van het kantoor, die bij de uitvoering van de eerdere opdracht betrokken was, levert, wat er ook zij van de civielrechtelijke houdbaarheid van zo'n beding, niet een bijzondere omstandigheid op op grond waarvan sprake is van een tuchtrechtelijk gegrond verwijt.