Zoekresultaten 42351-42360 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TADRLEE:2011:YA2240 Raad van Discipline Leeuwarden 50/11 91/11
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 25-11-2011
- ECLI:NL:TADRLEE:2011:YA2240
De deken heeft een drietal bezwaren tegen verweerder ter kennis van de raad gebracht. Alle bezwaren houden in dat verweerder tijdens zijn schorsing werkzaamheden heeft verricht die tot het werkgebied van een advocaat behoren. De raad heeft één bezwaar ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat het verweerder was die in een telefonisch onderhoud met de secretaresse van de advocaat van een wederpartij vragen heeft beantwoord over een processtuk uit het dossier. Ten aanzien van de overige twee dekenbezwaren heeft de raad het volgende overwogen. Vast is komen te staan dat verweerder in de maand mei 2011 meermalen telefonisch contact heeft gehad met de advocaat van een wederpartij over een lopend dossier waarbij het geheel van de zaak, de achtergrond, de opzet en de noodzaak van een procedure aan de orde zijn geweest. Verweerder heeft de advocaat om toezending van stukken gevraagd en heeft hem een brief in het vooruitzicht gesteld. De raad heeft geoordeeld dat deze contacten niet anders kunnen worden gekwalificeerd dan als de werkzaamheden van een advocaat, waarmee verweerder in strijd met de hem opgelegde schorsing heeft gehandeld. Dat verweerder bij deze contacten, naar hij stelt, zou hebben geput uit zijn kennis van het dossier uit het verleden, maakt dat niet anders. Voorts is komen vast te staan dat verweerder in het kader van een hoger beroepprocedure waarin hij de belangen van een cliënte behartigde, na het ingaan van zijn schorsing een bespreking heeft gehad met die cliënte ter voorbereiding van het pleidooi dat in die zaak zou plaatsvinden. Verweerder heeft aantekeningen van dat gesprek gemaakt ten behoeve van de pleitnota en heeft gesteld dat hij zijn kantoorgenoot heeft geadviseerd over het opstellen daarvan. Ook heeft hij het arrest van het hof met de cliënte besproken, waarbij de mogelijkheid van het vragen van een cassatieadvies aan de orde is geweest. Verweerder heeft ontkend dat hij de pleitnota en de notitie ten behoeve van het vragen van cassatieadvies zelf heeft opgesteld, maar de raad acht die ontkenning niet geloofwaardig in het licht van de brieven van zijn kantoorgenoot aan de cliënte waarin deze onder meer heeft vermeld dat de afspraken die verweerder met de cliënte had gemaakt, niet inhielden dat van hem, de kantoorgenoot, "enige activiteit" werd verlangd. De raad heeft geoordeeld dat verweerder - ook in het geval hij de pleitnota en de notitie ten behoeve van de cassatie niet zelf heeft geschreven - aldus werkzaamheden heeft verricht die behoren tot het werkgebied van de advocaat. De raad heeft beide bezwaren gegrond verklaard en verweerder mede gezien de lange lijst met tuchtrechtelijke veroordelingen, waaronder de hem recentelijk opgelegde langdurige onvoorwaardelijk schorsing, de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd.
-
ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0213 Accountantskamer Zwolle 11/952 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 09-12-2011
- ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0213
Elk jaar dat de accountant een jaarrekening voor zijn client samenstelt, rusten op hem (opnieuw) de verplichtingen voortvloeiende uit de NVCOS. Indien hij daarbij steeds weer dezelfde fout maakt, dan vangt de drie- en zesjarige verjaringstermijn na ommekomst c.q. bekendheid van/met elke fout voor die fout opnieuw aan. Voor zover al juist zou zijn dat de client in strijd met boek 2, titel 9 BW de opdracht heeft gegeven geen enkelvoudige jaarrekening op te stellen, dat had op de accountant de verplichting gelegen zijn client op diens wederrechtelijke gedrag te wijzen en hem te adviseren anders te handelen en dat schriftelijk vast te leggen. Op de accountant die de jaarrekening samenstelt ligt in bijzondere gevallen de verplichting om te beoordelen of een bepaalde handelsactiviteit van zijn client wel met BTW is belast. In casu mocht hij echter op een bij de client gehouden fiscaal onderzoek vertrouwen, waarbij geen opmerkingen waren gemaakt dat voor de betrokken handelsactiviteit ten onrechte BTW-plichtigheid was aangenomen
-
ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0214 Accountantskamer Zwolle 10/1982 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 09-12-2011
- ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0214
Betrokkene is als bestuurder van een vereniging van eigenaren opgetreden en kan voor de uitoefening daarvan tuchtrechtelijk aangesproken worden. Tegen bedreigingen van zelftoetsing en eigen belang zijn door betrokkene afdoende waarborgen genomen. Ten onrechte heeft betrokkene aangenomen dat op een coöperatieve vereniging geen verplichting rust een jaarrekening te publiceren. Art. 2:360, derde lid BW is niet op een coöperatie van toepassing
-
ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0215 Accountantskamer Zwolle 11/353 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 09-12-2011
- ECLI:NL:TACAKN:2011:YH0215
Onzorgvuldig bindend advies
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1587 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2011.022
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 08-12-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1587
Klaagster klaagt over wijze waarop huisarts haar dementerende moeder medisch begeleidt. Het verwijt is o.a. het tegen de wil van moeder toedienen van een griepprik en het weigeren met klaagster te spreken over de medische toestand van moeder. Aan de orde is de vraag of de ruim geformuleerde machtiging van moeder aan klaagster toereikend is nu de andere dochters meer specifiek gemachtigd zijn en of klaagster wel als rechtstreeks belanghebbende kan gelden. Het RTG oordeelt klaagster deels niet-ontvankelijk en wijst de overige klachten af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA2322 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 91 - 2011
- Datum publicatie: 09-12-2011
- Datum uitspraak: 28-11-2011
- ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA2322
Indien, zoals verweerder stelt, de betreffende factuur geen betrekking had op de door klaagster gestelde prijsafspraak voor de gehele zaak, betekent dit dat door verweerder nog niet verrichte werkzaamheden bij klaagster in rekening zijn gebracht, wat verweerder tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Het vorderen van een wettelijke verhoging staat het vorderen van de wettelijke rente over de hoofdsom niet in de weg. Niet gebleken dat verweerder eventuele verdelingskosten voor klaagster inzichtelijk heeft gemaakt en de beslissing om met inachtneming daarvan al dan niet tot incasso over te gaan aan haar heeft voorgelegd. Hoewel een cliënt zelf tot aanvraag van peiljaarverlegging dient over te gaan, mag van een advocaat worden verwacht dat hij zijn cliënt op deze mogelijkheid wijst en zijn cliënt daarin adviseert. Nadat vonnis is gewezen onvoldoende adequaat gehandeld, en ten onrechte nagelaten op verzoek van zijn cliënte de executie van het vonnis ter hand te nemen. Klacht over trage afhandeling ten onrechte aangegrepen om werkzaamheden te beëindigen. Van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn cliënt uitlegt hoe op grond van een proceskostenveroordeling aan hem betaalde proceskosten zich verhouden tot hetgeen hij aan zijn cliënt in rekening heeft gebracht. Klacht gegrond; onvoorwaardelijke schorsing 14 dagen
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2235 Raad van Discipline Arnhem 11-123
- Datum publicatie: 08-12-2011
- Datum uitspraak: 02-11-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2235
De klacht behelst het verwijt, dat verweerster niet tijdig een deskundigenrapport heeft opgevraagd en in de procedure bij de Centrale Raad van Beroep heeft overgelegd. De klacht mist feitelijke grondslag. Uit het dossier blijkt dat met de voorgangster van verweerster een andere afspraak is gemaakt en niet gebleken is dat klager na overname van de zaak door verweerster op die afspraak is teruggekomen. Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2236 Raad van Discipline Arnhem 11-44
- Datum publicatie: 08-12-2011
- Datum uitspraak: 14-11-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2236
Klaagster had een verklaring afgelegd ten behoeve van een zakelijke relatie, cliënt van verweerder. Toen die relatie ten einde kwam heeft klaagster die verklaring in willen trekken. Verweerder heeft daar niet aan mee willen werken. Klaagster verwijt hem dat. Klacht kennelijk ongegrond omdat de verklaring was ingebracht door de cliënt van verweerder, verweerder af mocht gaan op de juistheid daarvan zolang hem niet van onjuistheid was gebleken, de door klaagster beweerde onjuistheid alleen gelegen was in de door haar in die verklaring aangenomen hoedanigheid, terwijl verweerder alvorens een besluit omtrent klaagsters verzoek te nemen advies heeft ingewonnen bij de deken.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1583 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 134/2010
- Datum publicatie: 08-12-2011
- Datum uitspraak: 08-12-2011
- ECLI:NL:TGZRZWO:2011:YG1583
Klacht tegen chirurg. Rol als assistent-supervisor bij operatie. Niet gekeken naar markering darmtumor met OI-inkt. Operateur neemt niet zelf kennis van PA-verslag. College uit zorgen over gefragmenteerde zorg in ziekenhuis. Ongegrond en publicatie.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2237 Raad van Discipline Arnhem 11-67
- Datum publicatie: 08-12-2011
- Datum uitspraak: 14-11-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA2237
Verweerder handelde niet klachtwaardig door ook met de partner van klaagster te communiceren, nu deze partner van aanvang af bij de zaak betrokken was en als aanspreekpunt fungeerde. Verweerder heeft geen brieven gedeclareerd die buiten het bereik van de toevoeging vielen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 4235
- Pagina: 4236
- Pagina: 4237
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten