Zoekresultaten 2911-2920 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2597

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de gz-psycholoog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. Daar heeft een multidisciplinair team onderzoek gedaan. Onderdeel van het epilepsiechirurgie-traject was een neuropsychologisch onderzoek, dat door de gz-psycholoog is uitgevoerd. Klaagster verwijt de gz-psycholoog schending van het beroepsgeheim, onjuistheden in de rapportage en onvoldoende informatieverstrekking en begeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:125 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2630

    Klager is (met tussenpozen vanaf 2003) onder behandeling geweest voor een zwelling op de rug. Verweerder is werkzaam als plastisch chirurg en heeft bij klager op 27 november 2013 de zwelling operatief verwijderd. Klager vindt dat verweerder geen goed onderzoek heeft verricht voordat hij overging tot de operatie en hij vindt ook dat verweerder niet heeft zorggedragen voor een goede/volledige overdracht aan de oncologisch chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege verjaring en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat geen sprake is van verjaring. Klager wordt ontvangen in de gehele klacht, die ongegrond wordt verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7671

    Herstelbeschikking van A2024/7671 van 27 juni 2025: ECLI:NL:TGZRAMS:2025:160 https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2025/ECLI_NL_TGZRAMS_2025_160

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-138/AL/NN

    Klacht over eigen advocaat. Met zijn gedragingen heeft verweerder het vertrouwen in zijn eigen beroepsuitoefening en in de advocatuur in het algemeen ernstig geschaad. Hoewel de klacht in alle onderdelen gegrond wordt verklaard en verweerder de kernwaarden deskundigheid, onafhankelijkheid, partijdigheid en integriteit meermaals heeft geschonden, zal de raad in deze klachtzaak aan verweerder geen maatregel opleggen. Het ne bis in idem-beginsel staat daaraan in de weg omdat de raad in het meeromvattende dekenbezwaar tegen verweerder, dat op hetzelfde feitencomplex ziet, een maatregel zal opleggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:132 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2621

    Ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klaagster is bekend met therapieresistente focale epilepsie. Zij is verwezen naar het expertisecentrum waar de neuroloog werkzaam is, voor beoordeling in verband met haar wens tot epilepsiechirurgie. De neuroloog heeft klaagster bij het eerste consult gezien, een 24-uurs EEG laten verrichten en klaagster voor verdere onderzoeken doorverwezen. Na de operatie heeft de neuroloog klaagster begeleid bij de afbouw van de medicatie. Klaagster verwijt de neuroloog schending van het beroepsgeheim, nalatigheden rondom de operatie en een te snelle afbouw van de medicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7747

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster van 18 tot 28 december 2023 als waarnemend huisarts. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat de huisarts in eerste instantie uit heeft kunnen gaan van meer onschuldige aandoeningen, en daarvoor behandeling kunnen inzetten en het effect daarvan afwachten en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2025:56 Accountantskamer Zwolle 24/3768 Wtra AK

    Klagers in deze zaak zijn twee advocaten en de besloten vennootschap (B.V.) waarbinnen zij hun onderneming uitoefenen. De advocaten, die aanvankelijk werkzaam waren binnen een maatschap, hebben besloten om hun onderneming als B.V. voort te zetten. Betrokkene zou de financiële administratie van de onderneming verzorgen en fiscale werkzaamheden verrichten. Klagers menen dat betrokkene verzuimd heeft om tijdig aangifte inkomstenbelasting (IB) te doen. Ook menen zij dat betrokkene ten onrechte stukken heeft achtergehouden nadat de opdracht was beëindigd. De klacht is ongegrond. Betrokkene heeft voldoende onderbouwd dat er te veel onzekerheden waren om vóór 1 mei 2023 en 1 mei 2024 de (voorlopige) aangiften IB over het voorgaande jaar in te kunnen dienen. Er waren op dat moment onvoldoende financiële gegevens beschikbaar om op verantwoorde wijze die aangiften op te stellen en in te dienen. Een deugdelijke schatting van de inkomsten was op dat moment dan ook niet mogelijk. Betrokkene heeft de afgifte van de door klagers gevraagde stukken mogen weigeren. Hij heeft enkel stukken achtergehouden die door hem zijn vervaardigd en bewerkt. Klagers hadden facturen niet betaald en betrokkene had kosten gemaakt in verband met het vervaardigen van deze stukken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7748

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster kwam bij de huisarts in verband met obstipatie, bloed bij de ontlasting en buikpijn. De huisarts onderzocht en behandelde klaagster voor deze klachten vanaf januari 2024. Enkele maanden later bleek dat klaagster een rectumcarcinoom had. Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar te laat heeft doorverwezen naar een specialist. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de handelswijze van de huisarts voor vertraging in de verwijzing heeft gezorgd en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7764

    Klacht tegen een psychiater gegrond. Maatregel: berisping. De klacht gaat over een door verweerder opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het college oordeelt dat verweerder in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. Verweerder heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van verweerder in de aan deze procedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het tuchtcollege heeft verweerder weinig zelfinzicht en -reflectie getoond, berisping daarom passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8321

    Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.