Zoekresultaten 2531-2540 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940

    Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-213/DB/OB 25-214/DB/OB

    Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-258/DB/LI

    Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7709

    Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is, na onderzoek door een andere neuroloog, door verweerster onderzocht met onder meer klachten van dubbelzien en uitvalsverschijnselen en de vraag of sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Lyme. Zij maakt de neuroloog verwijten over haar bevindingen, verslaglegging en verwijzing naar de Lyme-polikliniek.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7710

    Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts verwezen naar de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster als neuroloog werkzaam is. Hier is zij onderzocht door een arts-assistent onder supervisie van verweerster en eveneens door verweerster zelf. De klacht heeft betrekking op het door verweerster verrichte onderzoek en haarsupervisie en begeleiding van de arts-assistent.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7706

    Klacht tegen psychotherapeut gedeeltelijk gegrond. De psychotherapeut heeft klaagster, die gedurende een periode van drie jaar bij haar onder behandeling was, tijdens een consult weggestuurd, nadat klaagster hevig emotioneel werd. Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat zij haar ten onrechte wegstuurde tijdens dit consult, dat zij onvoldoende (na)zorg heeft verleend en dat zij onwaarheden schreef in de afsluitende brief aan de huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de psychotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster zonder waarschuwing vooraf weg te sturen. Ook de nazorg is onvoldoende. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8294

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster heeft na een zwangerschapsduur van 41 weken een dochter gekregen, die kort na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij het maken van de 20-weken echo fouten heeft gemaakt, onder meer door de placentalokalisatie en de navelstrenginsertie niet te beoordelen. Het college overweegt als volgt. Indien de navelstrenginsertie niet te beoordelen was, had van de verloskundige mogen worden verwacht dat zij het echoscopisch onderzoek zou herhalen. Als dan nog steeds sprake zou zijn van onvoldoende beeldvorming, had verwijzing en nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het verslag van de 20-weken echo is aanvankelijk de placentalokalisatie niet vermeld. De verloskundige heeft dit later, na het overlijden van de dochter van klaagster, aan het verslag toegevoegd. Omdat het medisch dossier leidend is, gaat het college ervan uit dat de placentalokalisatie tijdens de 20-weken echo niet heeft plaatsgevonden. Het achteraf aanvullen van het dossier zonder dit kenbaar te maken is onzorgvuldig. Overig klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:187 Raad van Discipline Amsterdam 25-326/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Naar het oordeel van de raad kon van verweerder redelijkerwijs worden verwacht dat een inhoudelijk bericht aan de wederpartij opgesteld zou zijn, terwijl verweerder nadien slechts kwam met een vraag die algemeen van aard was en daarbij geen blijf gaf van bestudering door hetgeen klager hem reeds had aangereikt. Verweerder had meer kunnen doen, zoals hij had toegezegd, maar dat heeft hij niet gedaan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarom niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mocht worden verwacht. De uitleg die verweerder heeft verstrekt acht de raad in dit verband onvoldoende. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad weegt hierin mee dat verweerder de eigen bijdrage aan klager heeft terug betaald en klager geen nadeel heeft ondervonden van het handelen van verweerder. Aan verweerder zal daarom geen maatregel worden opgelegd.