Zoekresultaten 21641-21650 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-738/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:116 Raad van Discipline Amsterdam 18-271/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van inmiddels overleden vader. Klagers zijn kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang bij de klacht.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:3 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/110

    Klacht over wijze waarop notaris uitvoering heeft gegeven aan zijn taak als bewindvoerder t.a.v. beheersregeling over woning als bedoeld in 3:168 lid 2 BW. Ne bis in idem, niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.354

    Klacht tegen arts. Bij klaagster zijn door verweerster een boven- en onderooglidcorrectie uitgevoerd. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij bij klaagster de indruk heeft gewekt dat zij chirurg was, terwijl zij geregistreerd staat als basisarts, dat zij voorafgaand aan de operatie onvoldoende informatie heeft verstrekt, de ingreep slecht heeft voorbereid en niet goed heeft uitgevoerd. Deze klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaard. Aan de arts is door het college in eerste aanleg de bevoegdheid ontzegd om, in het register ingeschreven staand, het beroep van arts uit te oefenen voor zover dit het verrichten van boven- en onderooglidcorrecties betreft en is de publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van de arts gegrond verklaard voor zover het zich richtte tegen de gegrondverklaring van het klachtonderdeel dat de ingreep slecht was voorbereid en niet goed was uitgevoerd. Dit onderdeel van de klacht acht het Centraal Tuchtcollege ongegrond. Nu d e door de arts in beroep overgelegde verklaringen onvoldoende inzicht geven in hoe de arts de door haar gestelde bekwaamheid heeft verworven en de arts ook in beroep geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat in het kader van achterwacht afspraken waren gemaakt met omliggende ziekenhuizen of met in de nabijheid werkzame specialisten ziet het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding een minder zware maatregel op te leggen dan in eerste aanleg was opgelegd. Met eenparigheid van stemmen komt het Centraal Tuchtcollege tot het oordeel dat de maatregel van een ontzegging van de bevoegdheid om boven- en onderooglidcorrecties te verrichten moet worden gehandhaafd. Het Centraal Tuchtcollege gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-439/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-327/DB/OB

    Verzoek deken tot schorsing van verweerder subsidiair tot het treffen van een voorlopige voorziening. Advocaat wordt verdacht van strafbare feiten die hebben geleid tot voorlopige hechtenis die inmiddels onder voorwaarden is geschorst. Verzoek tot schorsing afgewezen omdat naar het oordeel van de raad geen sprake is van een dusdanig spoedeisend belang dat enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang schorsing met onmiddellijke ingang vergt. Evenmin is gebleken van dusdanige psychische problemen waardoor verweerder niet in staat moet worden geacht zijn praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt toegewezen en bepaald wordt dat verweerder zijn werkzaamheden onder het toezicht van een andere advocaat verricht totdat onherroepelijk op het door de deken in te dienen bezwaar is beslist. De raad draagt de deken op een advocaat aan te wijzen die dit toezicht zal uitoefenen

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.390

    Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam voor het UWV. Verweerder is verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in bezwaar. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) een onjuiste verklaring aan de rechtbank heeft verstrekt over de telefoongesprekken met het slaapcentrum, 2) in een rapportage heeft verklaard dat hij zodanig is opgeleid dat hij metingen van slaaponderzoek kan interpreteren, en 3) dat hij in deze rapportage op geen enkele manier aangeeft een inhoudelijke beoordeling te hebben gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2017:276 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-756/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:75 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-817/DB/LI

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:118 Raad van Discipline Amsterdam 18-289/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht vanwege tijdsverloop.