Zoekresultaten 21631-21640 van de 48322 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-059/DH/DH

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft zich bij herhaling bijzonder onbetamelijk uitgelaten over en jegens voormalige kantoorgenoten. De raad acht de bedoelde seksistische, anti-semitische en neo-nazistische uitlatingen van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening volstrekt onacceptabel, niet alleen voor zover ze zijn gedaan in zijn hoedanigheid van advocaat, maar ook voor zover deze in zijn hoedanigheid van privé-persoon zijn gedaan. Verweerder is herhaaldelijk op de ongepastheid van zijn uitlatingen aangesproken, maar heeft zich daarvan niet gedistantieerd. Evenmin heeft dit hem ervan weerhouden om zich opnieuw onbetamelijk uit te laten. Bovendien heeft hij zich niet gehouden aan de door hem met de plaatsvervangend deken gemaakte afspraak om niet meer rechtstreeks met voormalige kantoorgenoten te communiceren. De houding van verweerder doet vrezen dat hij de ernst van de situatie onvoldoende inziet. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van 4 weken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:34 Accountantskamer Zwolle 17/1843 Wtra AK

    Van betrokkene wordt verlangd dat hij bevestigt dat tussen twee partijen die zijn opdrachtgevers zijn, een overeenkomst is gesloten. Betrokkene heeft daarna zijn lezing gegeven van wat er is besproken en gebeurd en een interpretatie daarvan gegeven. Volgens de klacht heeft betrokkene ten onrechte ontkend dat er een overeenkomst is gesloten. De klacht is ongegrond. Klagers hebben de lezing van wat er is besproken en gebeurd niet bestreden. Zij keren zich tegen de interpretatie daarvan. Van die interpretatie kan niet worden gezegd dat zij bewust of misleidend is. Van strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit is ook geen sprake. Dat zou pas het geval zijn als de interpretatie evident onverdedigbaar zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-788

    Beslissing op verzet: ongegrond. Van valsheid in geschrifte is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:35 Accountantskamer Zwolle 17/2477 Wtra AK

    Opdracht van [B] om causale verband te onderzoeken tussen de (vermeende) betrokkenheid van [B] bij ontvreemding objecten en de schade van [X] ten gevolge van die ontvreemding. Rapport wordt ingebracht door [B] in schadestaatprocedure. Accountant moet ervoor waken dat opdracht helder is geformuleerd en dat het de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmerd. Dat kan gebeuren als de bevindingen een deugdelijke grondslag ontberen. De Accountantskamer stelt vast dat betrokkene bij het accepteren van de opdracht en het beantwoorden van de vragen heeft miskend dat in een eerdere procedure de betrokkenheid van [B] bij de ontvreemding bewezen was geacht, zodat het woord “vermeend” misplaatst was. Betrokkene heeft als bevinding opgetekend dat de door [X] geleden schade (aanzienlijk) naar beneden moet worden bijgesteld met de toevoeging dat het ontbreken van causaal verband niet kan worden vastgesteld. Daarom bedraagt de schade van [X] nihil, aldus betrokkene in het rapport. Deze laatste bevinding volgt niet uit de voorafgaande bevindingen, is niet onderbouwd en onbegrijpelijk. Rapport ontbeert in dit opzicht een deugdelijke grondslag. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-160

    Voorzittersbeslissing. Niet is komen vast te staan dat verweerster als deken invloed heeft geprobeerd uit te oefenen op diverse beslissingen van de Raad van Discipline over de door klaagster ingediende klacht(en).

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:36 Accountantskamer Zwolle 17/2054 WtraAK

    Beslaglegging in verband met vorderingen van meer van 40.000 euro onder opdrachtgevers van de cliënt voor een bedrag van ruim 14.000 euro. Betrokkene heeft gesteld dat hij alvorens over te gaan tot beslaglegging een afweging heeft gemaakt van de belangen die in het geding zijn, maar heeft die afweging niet overgelegd. Onder deze omstandigheden is de beslaglegging disproportioneel en dat leidt tot schending van het fundamentele beginsel van professionaliteit. Bovendien heeft betrokkene gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter heeft moeten begrijpen (welke opdrachtgevers van de cliënt hadden de grootste schulden), gebruikt bij de keuze onder welke opdrachtgevers van klaagsters hij beslag zou laten leggen. Daardoor heeft hij ook gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/314388 KL RK 17-3 C/05/314389 KL RK 17-4

    Zodanige samenhang met eerder ingediende klachten dat deels van een nieuwe klacht geen sprake is. Nieuwe feiten of omstandigheden die een zodanig ander licht op de zaak werpen dat de zaak inhoudelijk opnieuw beoordeeld dient te worden zijn niet gesteld en ook niet gebleken. In zoverre klacht niet-ontvankelijk. Voor het overige kan notaris geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat hij is uitgegaan van de door de bank opgegeven financiële gegevens en de daarbij door de bank gehanteerde systematiek, zoals bijvoorbeeld het salderen van twee leningen onder één leningnummer. Hetzelfde geldt voor het feit dat de bank bij de opdracht tot openbare verkoop 2017 tevens de restschuld 2015 betrekt. In zoverre klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/325321 / KL RK 17-114 C/05/325323 / KL RK 17-115

    Klaagster beklaagt zich over de handelwijze van de notarissen bij de afwikkeling van de nalatenschap. Klaagster wordt deels niet-ontvankelijk verklaard in haar klachten vanwege overschrijding van de driejaarstermijn. De overige onderdelen van de klacht worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/330360 / KL RK 17-206

    In casu gaat het om het opstellen van een testament voor een terminaal zieke vrouw. De notaris is door de dochter van erflaatster benaderd voor het opstellen van een testament. Klager, in casu de echtgenoot van erflaatster, verwijt de notaris onder meer dat deze niet had moeten toestaan dat anderen dan erflaatster aanwezig waren bij het passeren van het testament. Dit klemt te meer omdat belanghebbenden bij het testament aanwezig waren en de notaris daarom extra op zijn hoede had moeten zijn. De dochter had grote invloed op erflaatster en was ook nog eens bevriend met de notaris. De kamer heeft het volgende overwogen. Voorafgaande aan het opstellen van het testament kende de notaris erflaatster nog niet. De notaris en erflaatster hebben hoogstens één keer telefonisch contact gehad, voor zover dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, hetgeen de kamer niet kan vaststellen. Voorafgaand aan het passeren van het testament heeft de notaris erflaatster niet alleen gesproken. De afstand tussen de woonplaats van erflaatster en de plaats van vestiging van de notaris mocht voor hem geen belemmering zijn erflaatster persoonlijk te spreken. Verwacht mocht in dit geval worden dat de notaris het uiterste zou hebben geprobeerd om bij erflaatster thuis de voorbespreking te laten plaatsvinden. Bij het passeren van het testament waren klager en de kinderen in dezelfde ruimte aanwezig. Tijdens het passeren ontstond er onrust tussen de aanwezigen. De kamer vindt het verwijtbaar dat de notaris, gelet op de geschetste omstandigheden, erflaatster niet apart heeft genomen om haar alleen te spreken. Door dit na te laten heeft de notaris onvoldoende gewaarborgd dat erflaatster haar wil op onafhankelijke wijze heeft kunnen overbrengen aan de notaris. De omstandigheid dat erflaatster zelf aangaf dat de kinderen en klager bij het passeren aanwezig mochten zijn, ontslaat de notaris niet van zijn zorgplicht om akten zorgvuldig tot stand te laten komen. Gelet op vorenstaande is onvoldoende gebleken dat de notaris heeft gehandeld zoals dat van een redelijk handelende en redelijk bekwame notaris verwacht had mogen worden. De kamer acht dit klachtonderdeel daarom gegrond en legt de notaris de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-750/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet.