Zoekresultaten 21541-21550 van de 48312 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.489
- Datum publicatie: 14-06-2018
- Datum uitspraak: 14-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:172
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft de arts, destijds vierdejaars AIOS orthopedie, tweemaal gezien. Tijdens het eerste consult klaagde klaagster over pijn aan haar linkerknie. De arts heeft tijdens dit consult lichamelijk onderzoek verricht naar beide knieën van klaagster. Klaagster stelt dat zij sinds dit onderzoek pijnklachten heeft aan haar rechterknie. Klaagster verwijt de arts dat hij bij aanvang van het tweede consult de situatie voor haar heeft geëvalueerd en daarbij klaagster heeft tegengesproken in haar weergave van de situatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.166
- Datum publicatie: 14-06-2018
- Datum uitspraak: 14-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:166
Klacht tegen een (arbo-)arts. Klaagster heeft zich met een zeer zeldzaam ziektebeeld ziekgemeld bij haar werkgever. De arts heeft klaagster aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt geacht. Na een revalidatieperiode heeft de arts klaagster hersteld verklaard en passend werk geadviseerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de arts de maatregel van berisping opgelegd. De arts is tekort geschoten in haar dossiervoering en ze heeft bij de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid niet de benodigde zorgvuldigheid in acht genomen, noch het juiste beoordelingscriterium gehanteerd. De arts heeft, bij een zeer zeldzaam ziektebeeld en ondanks de wens geuit door klaagster, nagelaten informatie op te vragen bij de behandelend sector en heeft klaagster belastbaar geacht in passend werk zonder te adviseren de door haar opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst in een arbeidsdeskundig onderzoek te laten vertalen naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De arts heeft onder supervisie taken vervuld zonder klaagster daarover voldoende duidelijk over te informeren. De arts is van deze beslissing in beroep gekomen voor zover de klacht gegrond is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/450
- Datum publicatie: 14-06-2018
- Datum uitspraak: 14-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:66
De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder onzorgvuldig en op laakbare wijze ten aanzien van klager heeft gehandeld door in 2017 tijdens een telefonisch overleg met een collega te melden dat bij klager precies zoals tijdens de door verweerder verrichte second opinion in 2016 nog steeds sprake is van een manische episode. Volgens klager is dit in tegenspraak met de conclusie van verweerder in zijn rapport van 25 oktober 2016. Deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:121 Raad van Discipline Amsterdam 18-024/A/A
- Datum publicatie: 14-06-2018
- Datum uitspraak: 04-06-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:121
Klacht over advocaten wederpartij deels gegrond. Verweerders hebben tegenover klaagster onvoldoende duidelijkheid verschaft over hun rol in de zaak van de heer H. Hierdoor heeft er geen discussie met klaagster kunnen plaatsvinden over de vraag of er was voldaan aan het bepaalde in regel 7 lid 5 van de Gedragsregels 1992. Dat komt voor rekening en risico van verweerders. Waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.291
- Datum publicatie: 14-06-2018
- Datum uitspraak: 14-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:167
Klacht tegen orthopeed. De orthopeed heeft bij klaagster een heupprothese links geplaatst. Postoperatief bleek dat er sprake was van een fractuur van de trochanter major. Klaagster verwijt de orthopeed (onder meer) dat hij een fout heeft gemaakt bij de operatie waardoor de fractuur is ontstaan en dat hij geen contact heeft gehad met de behandelend fysiotherapeut van klaagster voorafgaand aan de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-090/DB/OB
- Datum publicatie: 13-06-2018
- Datum uitspraak: 11-06-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:81
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1033/DB/OB
- Datum publicatie: 13-06-2018
- Datum uitspraak: 11-06-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:83
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-175/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-06-2018
- Datum uitspraak: 11-06-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:84
Niet gebleken dat verweerster zaak heeft gerekt, noch dat zij klaagster tijdens de comparitie zodanig dringen heeft toegesproken dat deze zich gedwongen voelde om in te stemmen met een regeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers te wijzen op de zwakke kanten van de zaak. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/152
- Datum publicatie: 12-06-2018
- Datum uitspraak: 12-06-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:39
Klacht tegen huisarts. Klager heeft op straat zijn scheenbeen gebroken, waarop verweerder werd gebeld. Verweerder heeft klager bezocht op straat en is vervolgens terug naar zijn praktijk gegaan om een ambulance en het ziekenhuis te bellen. De moeder van klager wendde zich eveneens tot de praktijk om met verweerder te spreken, maar verweerder gaf prioriteit aan andere zaken en wilde niet met haar in gesprek. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij onvoldoende met klager en zijn moeder heeft gecommuniceerd toen hij ter plekke kwam respectievelijk toen klagers moeder verweerder in de praktijk bezocht. Daarnaast verwijt klager verweerder dat hij onvoldoende empathie heeft getoond op verschillende momenten. Voorts verwijt klager verweerder dat hij onvoldoende voorbereid was doordat hij zijn spoedkoffer niet bij zich had toen hij klager op straat bezocht. Wat verweerder wel of niet heeft gezegd tegen klager toen verweerder hem ter plekke bezocht, kan niet worden vastgesteld nu verweerder klagers weergave van het gesprek gemotiveerd betwist en de dossierstukken hierover geen uitsluitsel bieden. Dit gedeelte van de klacht kan dan ook niet gegrond worden verklaard. Wat betreft de communicatie met moeder geldt dat daar geen medische noodzaak toe was en verweerder op dat moment terecht andere zaken, namelijk overleg met de meldkamer ambulancezorg en het ziekenhuis waar klager zou worden opgenomen, urgenter achtte. Ook dit kan verweerder niet worden verweten. Het verwijt dat verweerder onvoldoende empathie heeft gehad, is voorts eveneens ongegrond omdat dit niet is gebleken. Het college verwijt verweerder echter wel dat hij na de oproep ter plaatse is gegaan zonder spoedkoffer. Nu klager zich vlakbij de praktijk bevond, wordt hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. De spoedkoffer kon namelijk heel snel opgehaald worden. Gedeeltelijk gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/01
- Datum publicatie: 12-06-2018
- Datum uitspraak: 12-06-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:34
Klagers zijn de ouders van een minderjarige met een chromosoomafwijking. Het kind heeft 24 uur per dag zorg nodig. Om voeding tot zich te krijgen, heeft het kind een Tummy-voedingsbutton, een voedingssonde. Gedurende de dagdienst van een collega van verweerster is de situatie van het kind achteruit gegaan hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een levensbedreigende situatie en een ziekenhuisopname. Tijdens de nachtdienst van verweerster raakt de sonde los en verweerster probeert tevergeefs de sonde weer terug te plaatsen. Klagers verwijten verweerster onder meer dat zij niet bekwaam was om deze voorbehouden handeling te verrichten. Verweerster heeft enige jaren geleden een training in sondezorg gevolgd en met succes afgerond. Daarna heeft zij echter de handeling niet meer in de praktijk verricht. Wel heeft zij YouTube-filmpjes bekeken waarin de betreffende handeling werd vertoond. Het college oordeelt dat verweerster zich, nu zij de betreffende handeling enkel in een onderwijssetting heeft verricht c.q. geoefend, terwijl zij in de jaren daarna de handeling niet meer heeft verricht, niet bekwaam heeft mogen achten. Het kijken van filmpjes waarin de handeling wordt vertoond, is niet voldoende om dit bekwaamheidsgebrek te repareren. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Het college volstaat met een waarschuwing, omdat verweerster inzicht heeft getoond in het feit dat zij voor deze handeling nadere scholing nodig had. Zij heeft ook het initiatief genomen tot deze scholing voor de groep verpleegkundigen die bij de zorg voor het kind betrokken zijn.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2154
- Pagina: 2155
- Pagina: 2156
- ...
- Pagina: 4832
- Volgende pagina zoekresultaten