Zoekresultaten 21171-21180 van de 48283 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-879
- Datum publicatie: 23-07-2018
- Datum uitspraak: 11-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:166
Klacht van klaagster over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerster in een arbeidsgeschil met een bij aanvang van de arbeidsovereenkomst al zieke werknemer van klaagster. Met verweerster is aanvankelijk afgesproken een ontbindingsprocedure te starten. Dat verweerster klaagster bij aanvang onjuist heeft geadviseerd over stopzetting van de loonbetaling is de raad niet gebleken. Conflict tussen klaagster en werknemer over loondoorbetaling is pas later ontstaan, namelijk nadat het UWV, anders dan in de twee eerdere brieven aan klaagster, in een derde brief had gemeld dat klaagster toch re-integratieplichtig was jegens de werknemer. Ook het advies van verweerster daarna om het loon weer door te bepalen, is naar oordeel van de raad geen onbegrijpelijk advies geweest. Dat klaagster ervoor heeft gekozen om dat nieuwe advies niet op te volgen in afwachting van het deskundigenoordeel van het UWV en wegens het restitutierisico, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden verweten. Het conflict over stopzetting van de loonbetaling heeft uiteindelijk, ondanks de hervatte loonbetaling, toch geleid tot een kort geding van de werknemer, in welk vonnis klaagster alsnog tot betaling van extra kosten is veroordeeld. De raad is niet gebleken dat verweerster klaagster schriftelijk heeft geadviseerd over haar positie in dat kort geding en de mogelijkheid om die procedure te voorkomen. Vooral vanwege de tussentijdse ontwikkelingen tussen klaagster en de werknemer had het naar het oordeel van de raad op de weg van verweerster had gelegen om die nieuwe situatie schriftelijk vast te leggen (gedragsregel 8 oud). Ook is wegens ontbreken van een schriftelijke uitleg aan klaagster een misverstand ontstaan over het door verweerster ingenomen uitgangspunt, wat eveneens voor risico van verweerster blijft. In zoverre klacht gegrond. Waarschuwing. Overige klachten over op voorhand kansloze procedure en te hoge declaraties gelet op volgens klaagster ondermaatse kwaliteit werkzaamheden ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:147 Raad van Discipline Amsterdam 18-113/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:147
Klacht over eigen advocaat. Driejaarstermijn verstreken. Klaagster heeft aangevoerd dat de gevolgen van het nalaten van verweerster haar pas later bekend zijn geworden. Naar het oordeel van de raad kan klaagster worden ontvangen in haar klacht, aangezien zij de klacht heeft ingediend binnen een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken (artikel 46g lid 2 Advocatenwet). De raad is van oordeel dat verweerster een met klaagster gemaakte afspraak om het convenant te bespreken en het daarover gegeven advies of informatie schriftelijk had moeten vastleggen. Nu verweerster dat niet heeft gedaan, is niet komen vast staan dat zij het convenant met klaagster heeft besproken en klaagster daarover heeft geadviseerd of geïnformeerd. Aldus is niet komen vast te staan dat verweerster aan de op haar rustende zware zorgplicht heeft voldaan. Klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2012:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6198
- Datum publicatie: 23-07-2018
- Datum uitspraak: 21-05-2012
- ECLI:NL:TAHVD:2012:19
De klacht, inhoudende dat verweerder in opdracht van zijn cliënte stelselmatig klaagster heeft geïntimideerd, beschadigd en op kosten gejaagd, doordat hij niet klaagster zelf maar haar advocaat heeft aangeschreven om een bedrag van €18.231,58 te betalen, waartoe klaagster bij vonnis van de kantonrechter was veroordeeld, voorts het vonnis heeft laten betekenen en executoriaal beslag op klaagsters huis heeft laten leggen, terwijl inmiddels door klaagster betaald was, is ook in hoger beroep gegrond. De raad heeft in de bestreden beslissing naar het oordeel van het hof terecht overwogen dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij direct na ontvangst van een betaling de deurwaarder hiervan op de hoogte stelt. De betekenings-en overbetekeningskosten zijn onnodig gemaakt en het doorzetten van de executiemaatregelen nadat klaagster was overgegaan tot betaling van de hoofdsom valt verweerder tuchtrechtelijk aan te rekenen. Het hof voegt hieraan toe dat verweerder regisseur van het proces was. Door het stellen van zo’n korte termijn voor de voldoening lag het op de weg van verweerder om de ontvangst van betalingen scherp in de gaten te houden en om zijn kantooradministratie dienovereenkomstig te instrueren. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 037/2018
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:144
Klacht tegen MDL-arts kennelijk ongegrond. Verweerder heeft op basis van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en de overige bevindingen, gelet op de door klager geuite klachten, een gastroscopie en colonoscopie kunnen voorstellen. Verweerder heeft, alvorens zijn vermoeden van een waanbeeld te uiten naar de huisarts, overleg gevoerd met een psychiater en hem de situatie van klager geanonimiseerd voorgelegd. Daarmee heeft verweerder zorgvuldig gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 036/2018
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:145
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De brief geeft een volledige beschrijving van bevindingen weer, op basis van de anamnese en lichamelijk onderzoek, en daaruit blijkt niet dat de klager op dat moment in acute ademnood verkeerde of anderszins bedreigend ziek was. Het college is van oordeel dat verweerster haar vermoeden van een waanstoornis aan de huisarts heeft mogen melden gelet op haar bevindingen. Het is bovendien niet gebleken dat verweerster een verder onderzoek of behandeling bij klager heeft gehinderd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 051/2018
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:146
Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van het college heeft verweerder op basis van de hem ter beschikking gestelde informatie kunnen concluderen dat er geen aanwijzingen bestaan voor een schimmelinfectie bij klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:144 Raad van Discipline Amsterdam 18-411/A/A
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:144
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit het klachtdossier volgt dat mede dankzij de inspanningen van verweerder de verhuurder heeft besloten de huurovereenkomst niet op te zeggen en klaagster nog een laatste kans te geven. Ook blijkt dat verweerder stukken bij de gemeente heeft opgevraagd. In dat licht kan niet worden gezegd dat verweerder zich heeft voorgedaan als de advocaat van klaagster maar zijn beloftes niet heeft waargemaakt, en verweerder klaagster heeft opgehouden en haar tijd heeft ontnomen waardoor zij geen echte advocaat kon zoeken. Voorts kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder aan de kant van de wederpartij staat en daarover tegen klaagster heeft gelogen, dit volgt in elk geval niet uit het klachtdossier. Wat er ook zij van de gestelde opmerking dat klaagster voorbarig is geweest door haar huisraad weg te doen, ook als verweerder een dergelijke opmerking zou hebben gemaakt heeft verweerder hiermee naar het oordeel van de voorzitter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-338/DH/RO
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 18-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:172
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet ontvankelijk. De tuchtrechter heeft al eerder geoordeeld over de klacht. Klager heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden gesteld. Het ne bis in idem beginsel staat eraan in de weg dat de tuchtrechter nog eens over de klacht oordeelt.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 297/2017
- Datum publicatie: 20-07-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:143
Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Deels verjaard en voor het overige: In 2008 gold niet de norm in de beroepsgroep dat Artecoll en siliconenolie niet, al dan niet na elkaar, gebruikt mochten worden. Al waren de bijwerkingen toen al wel bekend en voor sommigen reden om deze behandelingen niet (meer) uit te voeren. Een redelijk bekwaam arts mocht in die tijd de genoemde middelen nog wel (na elkaar) gebruiken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1022/DH/RO
- Datum publicatie: 19-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:167
Klacht over het niet verrichten van overeengekomen werkzaamheden, waardoor (onder meer) een termijn van hoger beroep is verstreken, gegrond. Schrapping en een geldboete van € 2000 op de voorwaarde dat verweerder € 1015 aan klaagster zal vergoeden.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2117
- Pagina: 2118
- Pagina: 2119
- ...
- Pagina: 4829
- Volgende pagina zoekresultaten