Zoekresultaten 15591-15600 van de 48335 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/109

    Verweerder is verzekeringsarts en heeft in het kader van een procedure tegen het UWV voor klager een verzekeringsgeneeskundig rapport opgesteld. Klager verwijt verweerder dat het rapport onzorgvuldig is opgesteld. Het is ondeugdelijk, niet voldoende onderbouwd en bevat tegenstrijdige conclusies. Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-222/DB/ZWB

    Verweerder heeft in zijn brief d.d. 17 januari 2020 op ongeoorloofde wijze druk uitgeoefend op klagers met als kennelijke doel hen te doen afzien van het in het geding brengen van informatie, die volgens hen relevant was voor de boordeling van de zaak. Verweerder heeft uitingen gedaan die in strijd zijn met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt en die daarmee het vertrouwen in de beroepsgroep zeer ernstig schaden. Bij het bepalen van de op te leggen maatregel neemt de raad in aanmerking dat verweerder ter zitting er geen blijk van heeft gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. Een week schorsing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-783/DB/LI

    Klacht van een derde. Voorzitter heeft terecht overwogen dat bij de beoordeling van een klacht van een derde voorop staat dat een advocaat een ruime mate van vrijheid geniet om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt en dat, indien die advocaat zich bij de uitoefening van zijn taak als advocaat zodanig gedraagt dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur of zijn beroepsuitoefening wordt ondermijnd, sprake kan zijn van een handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, waarvan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden. De voorzitter heeft acht geslagen op alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet levert geen nieuwe gezichtspunten op. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-715/DB/LI

    Klager heeft de termijn voor het indienen van verzet overschreden. In hetgeen klager ten aanzien van de overschrijding van de termijn heeft aangevoerd, namelijk dat hij enige tijd in het buitenland heeft verbleven en dat hij zich niet bewust was van de termijnoverschrijding, ziet de raad geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2109/440

    Klaagster verwijt verweerder dat hij klaagster sinds de operatie aan haar enkel slecht heeft begeleid, haar onvoldoende heeft geïnformeerd en niet naar haar heeft geluisterd. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de tegen hem ingediende klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/439

    Klaagster was via de chirurg verwezen naar verweerster (neuroloog). Klaagster verwijt verweerster dat zij onvoldoende zorg heeft verleend door na het 2e consult geen vervolgafspraak meer te maken en klaagster niet verder te verwijzen. Daarnaast verwijt klaagster dat er sprake is van een gebrek aan transparantie over de behandeling. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/055

    Klaagster verwijt verweerder, GZ-psycholoog, ten onrechte te hebben gesteld dat klaagster leidt aan paranoïde wanen, alsmede dat hij telefonsich negatieve informatie over haar zou hebben verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-216

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College stelt voorop dat hij niet kan vaststellen hoe de behandelingen zijn verlopen met betrekking tot de door klager aangegeven pijn en de kracht waarmee door beklaagde is gemobiliseerd. Dit betekent niet dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar voor een oordeel of een bepaalde verweten gedraging onzorgvuldig (en dus tuchtrechtelijk verwijtbaar) is, moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het College hier niet vaststellen, omdat de lezingen van klager en beklaagde op dit punt lijnrecht tegenover elkaar staan. Het College is van oordeel dat beklaagde, met de kennis van het moment van de behandeling, geen contra-indicatie had om tot de door hem gekozen behandeling over te gaan. Het dossier biedt het College evenmin aanknopingspunten voor de conclusie dat het proces van de hernia door de behandeling van beklaagde negatief is beïnvloed. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:150 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190179

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft als doorgeefluik tussen klagers en de cassatieadvocaat gefungeerd. Voor de wijze waarop verweerster cassatieadvies heeft gevraagd valt haar in de gegeven omstandigheden geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarentegen mocht Van verweerster wel worden verwacht dat zij haar cliënten enige uitleg (vertaalslag) had gegeven bij het doorgeleiden van het cassatieadvies.. Het gaat hier niet om een enorme uitbreiding van haar takenpakket, maar om een zorgvuldige behandeling van de zaak. Dat er weinig tijd was voor cassatie en dat verweerster was ingeschakeld via een rechtsbijstandsverzekeraar doet voor de vraag of zij haar taak adequaat heeft uitgevoerd niet ter zake. Het hof legt als zakelijke terechtwijzing een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-005

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Partijen verschillen nadrukkelijk van mening over de vraag of er tussen klaagster en beklaagde in de periode 2011-2017 sprake is geweest van een seksuele relatie. Het College moet vaststellen dat klaagster geen bewijs ten grondslag heeft gelegd aan deze klacht. Wegens gebrek aan enige vorm van bewijs, kan het College daarom het bestaan van een seksuele relatie op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vaststellen. De klacht kan daarom niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet op de omstandigheid dat aan het woord van klaagster minder geloof dient te worden gehecht dan aan het woord van de beklaagde, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel dat bepaalde gedragingen van een fysiotherapeut hem tuchtrechtelijk worden verweten, eerst moet worden vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor dat oordeel aanwezig is, dat wil zeggen dat aannemelijk is geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dit vermoeden ontstaat evenmin uit de relatief lange duur van de behandelrelatie of de gebrekkige administratie van beklaagde, al dringt het College er bij beklaagde op aan kritischer te letten op de noodzaak een behandelrelatie in stand te houden en zijn administratie beter bij te houden. Klacht ongegrond verklaard.