Zoekresultaten 14961-14970 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/037

    Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat zij als hoofdbehandelaar/supervisor van een andere arts zich (mede) schuldig heeft gemaakt aan fraude bij het vaststellen van de diagnose 'paranoïde wanen' en 'floride psychotisch toestandsbeeld'; ook zij heeft ter zittin in het kader van een rm-beoordeling verklaard dat klager zou lijden aan een geestesstoornis. De psychiater heeft daarnaast misbruik gemaakt van haar positie als arts tijdens de IBS-periode, waarmee zij klagers gezondheid ernstig heeft geschaad door het inzetten van dwangmedicatie en door klager onnodig onder druk te zetten. Verweerster heeft onder meer aangevoerd dat met klager de werkhypothese psychotische ontregeling is besproken en dat dat met medicatie moest worden behandeld en wanneer klager dat zou blijven weigeren een rechterlijke machtiging aangevraagd zou worden. Verweerster heeft zorgvuldig gediagnosticeerd, geen onjuiste verklaring afgegeven of opgenomen in het dossier en er is geen sprake geweest van misbruik of chantage door het dreigen met dwangmedicatie, zo stelt verweerster. Het tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.001

    Klacht tegen huisarts. De huisarts heeft klaagster in 2010 op consult gezien naar aanleiding van verschillende klachten. De moeder van klaagster heeft insectenbeten als mogelijke oorzaak naar voren gebracht. De huisarts zag geen aanwijzingen voor zorgen over een tekenbeet . Na april 2013 is de huisarts niet meer bij de behandeling van klaagster betrokken geweest. In 2014 heeft klaagster bij de opvolgend huisarts de mogelijkheid van een tekenbeet naar voren gebracht. Door een Duitse arts is in 2014 bij klaagster een erythema migrans en Lyme vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts dat zij een erythema migrans niet heeft herkend, geen Lymetest heeft aangevraagd en geen medische behandeling heeft ingezet tegen de ziekte van Lyme en/of andere tekenbeetziekten. Het RTG heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het CTG verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:198 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.241

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft klagers moeder behandeld en vervolgens overgedragen aan een collega- cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.242

    Klacht tegen cardioloog. De moeder van klager is met hartfalen opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde als cardioloog werkzaam is. Beklaagde heeft de behandeling van klagers moeder overgenomen van een collega-cardioloog (eveneens aangeklaagd). Klagers moeder is een aantal dagen daarna met terminale zorg naar huis gegaan en overleden. Klager verwijt beklaagde dat zij patiënte bewust heeft laten uitdrogen en bewust morfine heeft toegediend, wat haar dood tot gevolg heeft gehad. Dit betekent volgens klager dat beklaagde zonder toestemming palliatieve sedatie heeft toegepast. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:200 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.371

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Klager heeft een huisartsenpraktijk en was als huisarts de hoofdbehandelaar van zijn schoonmoeder. Zijn schoonmoeder (patiënte) woonde in een verpleeghuis. Zij leed aan dementie. In juli 2016 overleed zij . Het Openbaar Ministerie is een onderzoek gestart naar de dood van de patiënte en de betrokkenheid van klager hierbij. Beklaagde is specialist ouderengeneeskunde en tevens forensisch arts. Op verzoek van het Openbaar Ministerie heeft de politie beklaagde benaderd en hem verzocht om aan de hand van het medisch dossier een aantal vragen te beantwoorden over de aan patiënte toegediende medicatie en haar overlijden. Beklaagde heeft een verslag gemaakt. De klacht houdt in: 1. beklaagde is buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen als deskundige opgetreden; 2. beklaagde heeft verstrekkende ongefundeerde medisch onjuiste uitspraken gedaan; 3. het verslag is onzorgvuldig en onduidelijk opgemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart opnieuw rechtdoende de klacht deels gegrond zoals in r.o. 4.6 en 4.7 is overwogen, legt de arts de maatregel van waarschuwing op en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2062c

    Klacht tegen SEH-arts ongegrond. Geen opdracht gegeven om een CT-angiografie te maken, omdat er geen aanwijzingen waren voor een acuut bedreigd been. Klager is correct geadviseerd zich zo spoedig mogelijk bij zijn eigen huisarts te melden voor herhaald en vervolgonderzoek.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19124

    Verzekeringsarts wordt verweten dat zij 1) klager verkeerde en misleidende informatie heeft gegeven over het opnemen van een gesprek, 2) klagers nieuwe klachten in de niet-medische rapportage Ziektewet heeft beoordeeld “op de stukken”, terwijl klager geen stukken had ingebracht en bestaande stukken niet relevant waren, 3) in de niet-medische rapportage opdracht heeft gegeven om de betaling aan klager te stoppen vóór de datum van aanzegging, 4) de niet-medische rapportage ten onrechte niet heeft geclassificeerd als geheim en 5) het medisch verslag pas heeft opgesteld nadat klager een klacht had ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. College: v erweerster heeft na het onderzoek, in strijd met de door haar aan klager gedane toezegging, geen contact met klager opgenomen over de vraag hoe na het spreekuurcontact verder zou worden gehandeld en of hij nog nadere gegevens wenste in te brengen. Verweerster heeft geconcludeerd dat geen nieuwe medische gegevens zijn aangeleverd die tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. Nu er geen nieuwe stukken waren, kon zij in redelijkheid niet op basis van een dossieranalyse tot die conclusie komen en heeft zij klager met de rapportage overrompeld. Klachtonderdeel 2) is gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19187

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde na overlijden ongegrond. Het was weekend en verweerster was niet op de locatie, maar is zo snel mogelijk gekomen. Onderweg had zij contact met de verpleging en op basis van de haar verstrekte informatie is zij op de juiste gronden tot een voorlopige diagnose gekomen, rekening houdend met niet-reanimeren beleid en heeft zij het juiste beleid ingezet. Dat patiënte overleden is voordat verweerster ter plekke was, valt haar niet te verwijten.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2020:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2062a

    Klacht tegen huisarts in opleiding op de SEH ongegrond. Geen opdracht gegeven om een CT-angiografie te maken, omdat er geen aanwijzingen waren voor een acuut bedreigd been. Klager is correct geadviseerd zich zo spoedig mogelijk bij zijn eigen huisarts te melden voor herhaald en vervolgonderzoek.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/661653 / DW RK 19/65 MK/SM

    Gelijk aan wat de kamer bij beslissing van 22 januari 2019 en het Gerechtshof bij beslissing van 29 oktober 2019 eerder hebben bepaald (in een andere zaak tegen de gerechtsdeurwaarder) heeft de kamer (opnieuw) geoordeeld dat het vermelden van de kosten van het exploot met verwijzing naar het Btag, in de e-Court procedure, als misleidend moet worden aangemerkt. Ondanks de omstandigheid dat in de onderhavige zaak – anders dan in voornoemde zaken – meerdere gevallen van misleiding betrof, ziet de kamer geen aanleiding een zwaardere maatregel dan (opnieuw) een berisping op te leggen. De kamer heeft het nog wel nodig gevonden om het BFT te wijzen op haar verantwoordelijkheid als bestuursorgaan en onafhankelijk toezichthouder door andermaal aan te geven zorgvuldigheid te betrachten in haar treffen met de pers/media.